Kerk en nieuwe wereld

Boven de rouwkaart en –advertentie stond een vers uit Lied 947 uit het Liedboek voor de kerken:

Wanneer mijn hart vaarwel moet zeggen
en loslaat wat het leven bood,
kom, Geest, uw zegen op mij leggen,
verzeker mij, Gods trouw blijft groot.

Het is een mooi vers, van Jochen Klepper in de vertaling van Sytze de Vries, en zonder meer geschikt als tekst bij een overlijden. In dit geval van Christina Maria Warners (1935-2020), voor haar neven en nichten ‘tante Chris’, voor mij Christien. Nadat ze begin juni in het ziekenhuis was opgenomen, is ze na een kort ziekbed op 26 juni jl. thuis, in Ouderkerk aan de Amstel overleden.
Het is ook een tekenend vers voor waar Christien voor stond – in de voetsporen van God trouw en betrouwbaar zijn.

Zo heb ik haar ten voeten uit leren kennen. Het begon ermee dat ik haar, als lid van de kerkenraadscommissie Tenach & Evangelie, wat op afstand, leerde kennen als voorzitter van het Centrum voor Leren en Vieren (CLV) van de Protestantse Kerk Amsterdam, waar de kerkenraadscommissie onderdeel van uit maakte. Zij was ambtsdrager van een van de andere vier kerken, de Amstelkerk en volgde de cursussen van Groot Zuid, ook onderdeel van het CLV.

Die trouw heb ik ten volle ervaren toen ze, nadat ik na een operatie aan het bijkomen was in een herstellingsoord in Hilversum, opeens op bezoek kwam. Ze was toen al geen voorzitter meer, maar daar stond ze zomaar, gewoon zoals ze was, belangstellend en betrokken. Vanuit Ouderkerk aan de Amstel naar Hilversum gereden om mij een hart onder de riem te steken. Ik zie haar nog zitten.

Het was niet de laatste keer dat we elkaar ontmoetten. Nadat het CLV was opgeheven en de cursussen van Groot Zuid waren opgegaan in het Leerhuis Amsterdam Tenach & Evangelie (LATE), kwamen we elkaar met grote regelmaat tegen tijdens de leerhuisochtenden op zaterdagmorgen in de Thomaskerk. We zaten altijd naast elkaar en keken elkaar betekenisvol aan als er weer eens een man met al dan niet krakende of zich verheffende stem het woord nam. Niet om een vraag te stellen, maar een statement te maken of kennis te etaleren. Hier was het Christien niet om begonnen, maar om – zoals Wouter van den Berg tijdens een toespraak tijdens de dankdienst in de Muiderkerk zei – ‘in gezelschap met iedereen contact te maken’.

Ze was geïnteresseerd in mensen, en in het kerkelijk leven in Amsterdam. Ze nam altijd van allerlei blaadjes en folders uit de Thomaskerk mee die ze na de pauze altijd eerst op tafel uitspreidde en mij vroeg of ik ook wist hoe het hier en hoe het daarmee zat. Om na het leerhuis standaard heerlijk te gaan genieten van een lunch bij de theoloog Dick Boer, die om de hoek bij de Thomaskerk woont en van wie tijdens de dankdienst het gedicht ‘Geluk’ uit zijn bundel Versjes werd gelezen. Want poëzie, daar was ze gek op, bleek ook nu. En daarin vonden we elkaar.

Ze zoog alles op, maar deelde en gaf ook. Het moet in 2016 zijn geweest, het jaar waarin ze – hoorde ik – al de Bijbel-, liedteksten en gedichten voor de dankdienst uitzocht, dat ze haar boekenkast begon uit te ruimen en soms aan mij vroeg wie ze met een bepaald boek een plezier zou kunnen doen.

Weer twee jaar later kwam ik Christien ook opeens op een andere plek tegen: bij het Taalcafé op vrijdagochtend in de Muiderkerk, waar ze na de sluiting van de Amstelkerk vijftien jaar al ter kerke ging en ook meedraaide in het taalcafé. Ik had van Kerk in Mokum het verzoek gekregen zo’n ochtend bij te wonen en verslag uit te brengen van deze taalles voor migranten. Na de gezamenlijke sessie, zat ik bij een 1:1 gesprek met Christien en een deelneemster (beiden geanonimiseerd) en ik schreef daarover dit:

‘Na het taalspel gaat elke deelnemer samen met een vrijwilliger naar een andere ruimte. Ze krijgen gespreksvragen mee over het thema, zoals: “Wat vind je ervan dat sommige mensen na hun middelbare school een jaar naar het buitenland gaan?” Maar lang niet elk groepje volgt deze vragen op de voet. Aan de orde komen ook onderwerpen als een vaarwelceremonie na het eindexamen in een land van herkomst, de brand in de Muiderkerk (1989) – alleen de toren rest nog –, die een bezoeker tot tranen toe ontroerde, reizen die een van de bezoekers heeft gemaakt, zowel voor werk als vakantie, en het verschil tussen tante en oud-tante, wat iets anders is dan een oude tante …’.

Ook dit was Christien ten voeten uit: niet de vragen op de voet volgend, het verdriet om de brand in de Muiderkerk, reizen, het verschil tussen tante en oud-tante. Ernstig maar ook ontspannen zat ze erbij, zoals ik haar heb gekend. Ik zie haar nog zitten. Ze was volgens de ene spreker tijdens de dankdienst een kerkmens, maar ook en vooral denk ik een mensenmens, zoals een ander haar terecht noemde. Misschien lag dat voor haar, als domineesdochter en sociologe (docent aan het toenmalig Centraal Instituut voor Christelijke Sociale Arbeid, CICSA), gewoon in elkaars verlengde.

Ik weet niet of de zaterdagochtendcursussen van LATE na de coronacrisis weer doorgang vinden, maar als dat wél zo is, zullen ze anders zijn zonder Christien naast me. Ik zal haar missen. Haar nagedachtenis zij tot zegen. 

Zij aan zij

Het was vandaag weer raak: Fête de la Musique Ermelo, het jaarlijkse festijn rond 21 juni, de langste dag van het jaar. Alle genres die je maar kunt bedenken komen er zij aan zij aan bod, van harmonie, fanfares en brassbands in de buitenlucht tot harmonium en mondharp, popkoren en rockbands, en shanty- tot christelijke koren.

Elk jaar zoek ik een bepaald genre uit dat ik wil volgen: de ene keer ensembles in de Oude Kerk en het Gemeentehuis, en de andere keer een organist in de Lukaskerk en een pianist in boekhandel Riemer en Walinga, een van de mooiste zo niet mooiste boekwinkel van Nederland. Dit keer had ik gekozen voor twee Christelijke Oratorium Verenigingen: COV Putten in de Immanuelkerk, pal bij het station, en COV Noord West Veluwe in de iets excentrischer gelegen Rehoboth kerk.

Ik begon mijn tocht vanmorgen na een welverdiend kopje koffie bij – traditiegetrouw – Proeverij De Ontmoering en – uiteraard – een bezoekje aan Riemer en Walinga, in de Immanuelkerk. Daar trad als gezegd de COV Putten op met pianobegeleiding en o.l.v. Gerben Budding (zie foto hierboven). Hij liet horen wat een goede dirigent met een groot oratoriumkoor vermag. Groot – oké, maar zoals vaak was het aandeel aan mannenstemmen klein: zo’n tien mannen (de anderen konden waarschijnlijk niet), die in het midden waren opgesteld. Allemaal keurig in pak en de vrouwen eromheen in het zwart met een kleurige shawl.
Het programma bestond uit delen uit twee oratoria van Mendelssohn-Bartholdy: Paulus en Elias – het Tweede en Eerste Testament zij aan zij. Later dit seizoen zal het koor het laatstgenoemde werk samen met solisten en het Holland Symfonie Orkest uitvoeren in dezelfde Immanuelkerk (10 november a.s.).
Het koor zong goed verstaanbaar en met een mooie tekstexpressie. Een verrassing voor oog en oor.

Tussen de middag liep ik naar de Zendingskerk aan de Harderwijkerstraat, aan het eind van de Stationsstraat, over de markt en langs verschillende straatoptredens, waaronder die van doedelzakspeler Jaco Koster. Ik was namelijk nieuwsgierig hoe de herinrichting van de kerkzaal was uitgepakt; een paar jaar geleden heb ik hier de Paascyclus gevolgd én erover geblogd. Wat mij opviel, was de plaatsing van het doopvont – pal bij de hoofdingang. Het deed me denken aan wat ik eerder las over de herinrichting van de kerkzaal van de Amsterdamse Muiderkerk: ‘Het doopvont, net als de tafel, bepaalt ons bij de twee sacramenten van de protestantse kerk: avondmaal en doop. Daar vinden de heilige tekens plaats, letterlijk en figuurlijk op één lijn met de heilige schrift. Die kerkinrichting heeft oude papieren en daar is ook in deze tijd veel voor te zeggen’. Zo gezegd zo gedaan, in Ermelo en in Amsterdam.
Toen ik bij de graven van mijn ouders, achter de kerk, stond, brak opeens de zon door en moest ik denken aan de titel van de gedichten van Karel Eykman bij de Psalmen die zijn verschenen onder de titel Een knipoog van u zou al helpen. En er kwam er nog een bij (mijn overgrootvader was molenaar, van De Gooier in Amsterdam): de wieken van de prachtige molen De koe draaiden op volle toeren, en ik zag ze opeens boven het dak van de Zendingskerk uit.

Op naar de Rehoboth kerk, haast zij aan zij met het Kerkelijk Centrum aan de overkant van de straat waar ik een klein stukje van een kooruitvoering meepikte. Maar het was mij nu te doen om de COV Noord West Veluwe (foto hierboven), waar een oom van mij nog in  mee heeft gezongen van wie ik zijn piano-uittreksels van diverse passionen en oratoria heb geërfd.
Het koor had voor hun optreden met eveneens pianobegeleiding en o.l.v. Jurriaan Grootes gekozen voor als het ware een doorsnee daaruit, van het slotkoor uit Bachs Matthäus Passion – met een mooie tekstexpressie op ‘setzen uns nie-der– tot een deel uit – jawel! – Elias van Mendelssohn. Met daartussen in onder meer het Ave verum van Mozart, dat het koor speciaal voor deze gelegenheid had ingestudeerd, en delen van de Lente en de Zomer uit Haydns Die Jahreszeiten, die het koor later dit jaar met solisten en Flehite Sinfonietta zal uitvoeren (10 november in de Xaveriuskerk in Amersfoort en 17 november in de Grote Kerk van Harderwijk).
Het koor ontliep qua kwaliteiten de andere COV niet zoveel, al leek een en ander hier ietsje minder verzorgd qua presentatie (veel op de grond vallende muziekbladen en andere zaken, casual kleding, tussendoor pratende koorleden en rondzwervende tassen op het podium [liturgisch centrum]) en een iets vlakkere uitvoering. Maar het ís ook moeilijk om stilistisch verschillen aan te brengen tussen de diverse muziekstijlen die de revue passeerden!

Het mocht de pret allemaal niet drukken, en ik heb me weer kostelijk vermaakt. De actieradius van het Fête wordt inmiddels steeds groter en terecht. Op het station trof ik iemand die uit Nijmegen ook speciaal hiervoor naar Ermelo was gekomen en – leuk om te horen – weer een heel andere keus had gemaakt en zich evenzeer daarmee, en met een bezoekje aan de molen, had vermaakt. Hij bezocht onder meer in de Wereldwinkel een optreden van zanger André Bosman, die na zijn pensionering was gaan zingen en dit, begreep ik, niet onverdienstelijk deed en tussendoor was hij lekker gaan eten, want daar hield hij ook van. Leuke verhalen, leuke spontane ontmoetingen. Ook dat is Fête de la Musique.Tot volgend jaar hoop ik!

Foto’s overgenomen van de respectievelijke websites van de koren.