Pinksteren 2019

‘Gods weer, maar niet het beste’ is, hoorde ik vanmorgen in mijn wijkkerk, een oude spreuk die in Noord-Amsterdam werd gebezigd. Het doet denken aan de opvatting, dat noodweer van God komt. Als waarschuwing of straf. Ik kwam het nogal eens tegen toen ik met mijn Masterscriptie over het kwaad in de filosofie (Susan Neiman) en literatuur (Philippe Claudel) bezig was. Dat dit zo is, geloven (de meesten van ons) al lang niet meer, maar het ontkent ook een beetje dat bijvoorbeeld een blikseminslag een momentum kan zijn, een symbolisch geladen iets.

Immers: het begon op de Sinaï, lazen veel kerkelijke gemeenten deze Pinkstermorgen, ‘te donderen en te bliksemen, er hing een dreigende wolk boven de berg, en zeer luid weerklonk het geschal van een ramshoorn. Iedereen in het kamp beefde’ (Genesis 19:16). Dit Bijbelgedeelte gaat vooraf aan de gift van de Tien Woorden (tien geboden, Genesis 20), die de joden met Sjavoeot (Wekenfeest) vieren.

Aan de kinderen – en tegelijk ook aan de grote mensen – werd aan de hand van een klein stukje dondersteen verteld, dat bliksem die in de aarde, bijvoorbeeld op de Veluwe, inslaat het water zoekt en daar een stuk(je), tot wel dertien meter, verschroeid met een hitte die warmer is dan het oppervlakte van de zon. De aarde smelt daar tot glas en de inslag laat een leegte achter, als ik het goed heb begrepen.

Ik moest denken aan een gedeelte uit het indrukwekkende boek ’t Hooge Nest van Roxane van Iperen (uitg. Lebowski Publishers, 2019). Het gaat over concentratiekamp Bergen-Belsen: ‘Vanaf januari 1945 sterven er gemiddeld meer dan tweeduizend mensen per week in het kamp. Iedere ochtend stapelen zich zo’n driehonderd nieuwe lijken buiten de barakken op en er valt met geen mogelijkheid tegenop te stoken. In het heidelandschap verschijnen kuilen zo groot als sportzwembaden, waarin de slachtoffers van het stuiptrekkende naziregime verdwijnen: hun graven anoniem maar hun nalatenschap voor altijd met de aarde van het Lüneburger natuurgebied verbonden’ (p. 332-333).

De bliksem zal vast ook wel eens in dat landschap inslaan. Wie het wel eens heeft gehoord: het geeft een enorme, stalige klap. Het is niet de stem van God, maar van de natuur die, wie weet, net als die van de ramshoorn in Genesis 19 meehuilt met het leed van hen die daar, in dat schuldige landschap in de aarde liggen en ons oproepen óók te huilen om de leegte die ze achterlieten. Of misschien sterker nog: ons oproept ons ertegen te verzetten dat meningen als die van Forum voor Democratie over joden die zich gewillig naar de slachtbank lieten leiden gemeengoed worden. Roxanne van Iperen leert wel iets anders!

De verbondenheid die Roxane van Iperen beschrijft, en die als diepere laag ook de boodschap van Pinksteren inhoudt, proef ik ook in de prachtige en indrukwekkende kunst van Roni Horn.Aan haar kunstwerk in Museum Voorlinden (zie linker foto), en aan dat in de tuin van Museum Arnhem (rechter foto). Kunst om bij stil te staan met de respectievelijke (onbewuste) reminiscentie aan de windingen van een (rams)hoorn, aan de beschermende werking voor het landschap. Ik hoop dat de Venustrechter na de ver- en nieuwbouw van Museum Arnhem (gereed in 2022) nog steeds of weer te zien zal zijn.

We zijn gewaarschuwd

De Cirkel_EggersMae Holland werkt bij een computergigant, De cirkel in Californië, die wordt geleid door Drie Wijzen. Eén daarvan, Ty Gospodinov – ongetwijfeld gemodelleerd naar Steve Jobs – trekt zich echter steeds verder uit de firma terug. Binnen het bedrijf werken verder veertig belangrijke denkers: de Bende van Veertig. Ty bedacht het Universele Systeem dat alles wat maar virtueel is op de wereld moet samenbrengen.

De cirkel is de beste plek op de wereld om te werken. Een utopia, waar alles beter is. En openbaar, van het huis van mijn moeder tot Myanmar. Waar alles met elkaar wordt gedeeld, omdat iemand anders ook wat aan mijn ervaring kan hebben.

Alles en iedereen
Roept dit nu een gevoel op van meeluisteren, of juist van meeleven? Van een spiegelland, of van een lachspiegel? Of is het niet meer dan een instrumenteel gebruik maken van alles en iedereen, tot nut van de gemeenschap? Want niets mag om de enkeling draaien of mag ongenoemd blijven op de sociale media. Dat is kennis die verloren gaat, dat is niet betrokken zijn bij mensen om je heen, de cirkel van alles dat met alles samenhangt doorbreken. Alles moet kunnen, onder het mom: ‘Je bent transparant of je bent het niet.’ En als je dat niet bent, zoals Kalder, dan is dat twijfelachtig: is hij – een detectiveachtig element in het boek – een spion of stalker binnen De cirkel?

Maar ook Mae loopt in het ‘analoge’ leven langs, of net over de grens van wat toelaatbaar is. Bijvoorbeeld wanneer ze na sluitingstijd met een kajak naar een onbewoond eiland vaart, en wordt gespot door een SeeChangecamera, het nieuwste van het nieuwste. Ze wordt door één van de Drie Wijzen ter verantwoording geroepen in een gesprek waarin het uiteindelijk draait om verhullen en onthullen.

Op driekwart van het boek gebeurde er iets met mij. Dat is op het moment dat Eamon Bailey, één van de Wijzen, Mae ten overstaan van de hele Cirkelcommunity interviewt. Het beeld is net wat gekanteld van wat ik herken uit de eigen beleveniswereld. De Talmoed: wanneer je kennis achterhoudt, steel je, is geworden: Privacy is diefstal. Een nicht, die net als Gunner (de zoon van Bailey) niet ver meer kwam: kijk met mijn ogen, is geworden: Delen is meeleven. De atheïstische voorzitter, een bekend filosoof van het bestuur van het bedrijf waar ik werkte: ik kan iedereen zó gelovig laten worden is geworden: ik kan iedereen zó in het Universele Systeem laten geloven.

Het beeld kantelt
In wat daarna komt (Boek II en III) gaat de symboliek verder. Het gaat over vissen ‘die allemaal vrijwel doorzichtig waren en zich etherisch voortbewogen’, over Mae die inmiddels ook transparant is geworden. Overigens een minder geloofwaardig detail in het boek. Of het moet verwijzen naar het begrip Gläserner Mensch in Duitstalige landen, maar daar is het negatief bedoeld, wat in dit Amerikaanse boek (vooralsnog) niet het geval is.
En het gaat over Kalder, die een zeg maar anti-globalist blijkt die de Cirkel slecht vindt, ‘voor iedereen, voor de hele mensheid.’ En zeker de voltooiing ervan, wanneer de cirkel is gesloten en iedereen heeft ingesloten. Iets dat natuurlijk not done is: een onderzoek, de schepping, het systeem is per definitie onvoltooid.

De klok lijkt terug te lopen: Annie, één van de Veertig, vindt het allemaal inmiddels niet meer zó super, zó bijzonder. Mercer denkt over een alternatief van de Cirkel na. En lijkt vervolgens, analoog en wel, van de aardbodem verdwenen. Uit Annies ogen spreekt angst. Kalder neemt de woorden in de mond die Peter Thiel in Die Zeit (18 september 2014) schreef onder de kop ‘Funkelnder Kapitalismus’: monopolist. Nee: tirannieke monopolist in een wereld die op één of andere manier richting Armageddon gaat. Een wereld die geen tijd meer heeft voor reflectie, geen plaats meer gunt aan de donkere kanten van het bestaan en de kop in het zand steekt. Wat uiteindelijk – het viel te verwachten – leidt tot de zelfmoord van de opgejaagde en door drones achtervolgde Mercer en een comateuze toestand van Annie. En dat blijft, zegt ik-persoon Mae, raar: dat je haar gedachten niet kunt kennen. Daar moet toch iets aan worden gedaan.

De combinatie revolutionair denken en totalitair denken gaat in dit boek samen. Dat is het beangstigende ervan, en het modernisme niet vreemd. We kennen het dus nu ook van de Cirkel. We zijn gewaarschuwd.

Dave Eggers: De cirkel. Uitg. Lebowski Publishers, 2013 (€ 22.50).

Deze bespreking wordt hier geplaatst met het oog op de eerste ThomasBoek met Evert Jan de Wijer, op 9 oktober 2014 in de Amsterdamse Thomaskerk. Zie: http://thomasopen.nl/index.php/boek/programma/126-de-cirkel-van-dave-eggers