Eenzaam en alleen

Wytske Versteeg krijgt de Kellendonkprijs 2020 omdat zij, volgens de jury (Maarten Asscher, Manon Uphoff en Esther Op de Beek), de kwetsbaarheid en de complexiteit van alle menselijk leven op de lezer kan overbrengen. Reden om haar boek Quarantaine (2015) uit de kast te pakken.

In dit boek is de ik-figuur een plastisch chirurg die ‘wegens omstandigheden’ niet naar buiten kan en vierentwintig uur per dag televisie kijkt. Op de televisie gaat het over ‘de ziekte’ die uit Afrika was overgewaaid, maar nooit over ‘het enige woord dat er werkelijk toe doet: liefde’. Liefde die de ziekte overbrengt én liefde tussen mensen.

Lelijk als de nacht
Tomas (zonder h), de ik-figuur- houdt van de veel jongere Maria, – een devote naam -, en was getrouwd met Leanne. Hij verstopt zich, omdat hij ‘zo lelijk [is] als de nacht’ sinds zijn gezicht als kind ernstig is verbrand toen hij warme thee over zich heen kreeg, waardoor de linkerhelft ‘nu nog het meest lijkt op een masker van klei’. Door een te klein oog kijkt hij de wereld in. Ongevaarlijk, volgens de echtgenoten van zijn patiënten.
We lezen over zijn jeugd, aan de minder rijke kant van de straat met een moeder die bij de beter gesitueerde Josef aan de overkant werkt. De man met rijen en rijen vleesetende planten in plaats van boeken. En een dochter, Leanne.

Schrijnende passages
Plotseling, met een klap haast, volgt een gedeelte over plunderingen, gebroken ruiten en half afgebrande winkels. Terwijl het zichzelf niet dramatisch ontplooide. Geen pats, boem, paukenslag.
Wat zich ontvouwt, is een moraliteit over een nagenoeg alleen overgebleven man waar iedereen omheen aan de ziekte uit Afrika is gestorven of sterft. Komen zij ooit helpen, uit Afrika? Of komen ze alleen als bootvluchtelingen aan land? ‘Iemand’, denkt de ik-figuur, ‘zou daar misschien een toneelstuk over moeten maken, een ballet misschien als hier ooit nog gedanst wordt’. Dergelijke korte, schrijnende passages als deze snijden óók door de ziel! Ze zijn als korte, beeldende shots in een film. Of op het televisiejournaal. Of hebben het karakter van korte reminiscenties aan de grote literatuur, zoals de opmerking dat ‘het twijfelachtig is of Leanne (…) het überhaupt zou hebben gemerkt als ik van de ene op de andere dag in een kakkerlak zou zijn veranderd’ of in de kever bij Kafka.
Stuk voor stuk aanklachten tegen een maatschappij waarin het mogelijk is dat ‘een verpleger door de menigte’ wordt aangevallen. De focus verandert op die manier telkens, zoals Maria ‘van het ene op het andere moment veranderde van een femme fatale in een feeks, van radicale activiste in hysterica’.

Gezichtsloze zieken
Alleen vliegtuigen komen nog over. Quarantaine, veertig dagen opsluiting, ‘een hoopvolle termijn’ in Bijbelse zin. Het is van een beklemmende surrealiteit die doet denken aan De kelner en de levenden van Simon Vestdijk.
De ik-figuur heeft schuldgevoelens omdat de ziekte hem lijkt over te slaan, terwijl zijn vrouw eraan bezwijkt. Hij stort zich op bespiegelingen, al even korte essayistische passages over bijvoorbeeld de slaap.

Babyhuidje
Maria vraagt of het geen gevoel van macht geeft, ‘om zo een heel nieuw mens te maken?’ Josef verwijt hem ‘geen mensen-mens’ te zijn, maar het wordt alleen maar verwarrender wanneer Tomas onverwacht ‘door iets of iemand wordt gezien, gekend’. Het lijkt of hij vervelt, zijn pantser heeft afgeworpen en een babyhuidje tevoorschijn komt. Synchroon hieraan verdwijnt Maria, die hij niet mooier heeft durven maken. Dan is Tomas pas echt alleen. Of was zij een fantoom?
Hij heeft even, heel even, kunnen proeven aan wat mens-zijn inhoudt. En Wytske Versteeg heeft dit weten over te brengen. De jury heeft meer dan gelijk om haar de Kellendonkprijs 2020 toe te kennen.


Foto van de auteur (Lionne Hietberg) is van haar website overgenomen.

Quarantaine – Wytske Versteeg
Prometheus, 2015
ISBN 978 90 446 2691 9
178 pagina’s

Mooi van gestalte – een drieluik

Naast het lezen van Thomas Mann: Jozef en zijn broers voor de HOVO-cursus over deze romans, lees ik momenteel onder meer in Op de Uitkijk van Roel Pomp. Beide boeken gingen vandaag, Poeriem (het Lotenfeest, waarop in de synagoge het verhaal van Esther wordt gelezen, en zondag Reminiscere, Gedenk uw barmhartigheid), met elkaar en met een dienst in de Amsterdamse Oude Kerk in gesprek.

1.
‘In zijn roman [novelle, EvS] Das Gesetz (…) geeft Thomas Mann een romantische invulling aan het veel soberder verhaal [over Jozua] dat de Bijbel vertelt en dat een legendarisch karakter heeft,.’ aldus Pomp.
Dat mag gezegd worden van een schrijver die ook het verhaal over Jozef en zijn broers opblies tot vier kloeke romandelen. Inclusief een romantische invulling. Die vrijheid heeft een schrijver natuurlijk.
Michiel Hagdorn, docent van voornoemde HOVO-cursus over deze romans, wees al aan het begin op Jozefs’ schoonheid, zoals de Bijbel én Mann die beschrijven. In Genesis staat dat hij ‘schön und hübsch von angesicht’ is. Daarmee, schrijft Hagdorn in de begeleidende syllabus, ‘is hij voor Thomas Mann een volgende gestalte in de rij van mooie jongemannen in zijn literaire oeuvre, waarvan de schoonheid nu eens in bedekte termen (…) dan weer openlijk en uitgebreid (…) wordt beschreven. De Joseph-gestalte is een homo-erotisch ideaalbeeld voor Mann.’ Maar het is binnen de Bijbelse context wellicht ook méér.

2.
In de voorbeden in de Oude Kerk werd gewezen op het feit dat de joden vandaag Poeriem vieren. Verwezen werd naar het verhaal van de ‘mooie Esther.’ Zo wordt zij in de Bijbel, evenals Jozef, inderdaad omschreven.
Ook Roel Pomp komt enige pagina’s na zijn opmerking over Manns Das Gesetz ook over Esther te spreken. ‘Voor veel Joden na de Holocaust [is] het Oudtestamentische boek Esther het meest gelezen Joodse boek,’ schrijft hij.
Misschien zit in en achter de nadruk op de als mooie en schoon ervaren gestalten van zowel Jozef als Esther wel een boodschap verborgen: twee eenvoudige mensen die de diepten kenden (daar staat ongetwijfeld de put model voor) en deze te boven kwamen door (in meer dan één opzicht symbolische) functies als onderkoning en koningin.

3.
Ik lees verder in het mooie boek van Roel Pomp en stuit op de zinsneden: ‘Je moet op hem [God, EvS] wachten, gewoon in het alledaagse, elke seconde kan hij verschijnen in een bepaalde gebeurtenis, in niet meer dan een incident misschien: een vogel die ineens begint te fluiten en je wegrukt uit je somberheid of een fietser die langsrijdt en even naar je zwaait of een kaartje in de brievenbus.’
Het is zoals vanmorgen in de Oude Kerk werd gezegd: God is in de mooie dingen van het leven maar gaat ook met je mee in de donkerte ervan. Dat leert het verhaal van de verheerlijking op de berg (Mattheüs 17). God is in de aanraking (vs.7) en het Woord: ‘Staat op en weest niet bevreesd’ (vs. 6).
Of zoals Roel Pomp pal voor wat ik onder 1 als eerste citaat uit zijn boek opnam schrijft: ‘Het kleine onooglijke volkje leerde zijn “God” kennen door wat er gebeurde; niet uit de hoogte maar uit de diepte.’ Door te kijken naar het mooie aangezicht van een Jozef en Esther, maar ook door ‘mensen in nood in een bootje op zee, vluchtelingen, die veilig de oever bereiken en, door en door nat, zich veilig weten’ (Roel Pomp) in de ogen te kijken.

De kerk krijgt het bootje dat ’t verdient

St. JamesSt. James_2

 

 

 

 

 

 

 

In Narbonensis strandde in het jaar 40 een bootje. Zonder roer, zeil en proviand. Het was de Middellandse Zee overgestoken, met acht zendelingen aan boord die Jezus van Nazareth nog gekend zouden hebben, waaronder Maria Magdalena. Een imitatie van het bootje hangt in de Notre-Dame-de-la-Mer in het Zuid-Franse Saintes-Maries-de-la-Mer. Tijdens processies wordt het bootje naar het strand gedragen. Eromheen staan ex voto’s.

In de Oude Kerk van Amsterdam hangen ook een paar miniatuurscheepjes. De kerk is ooit gesticht door vissers. De votiefschepen herinneren aan de periode dat de kerk dienst deed als kerk voor de vissers. Schippers en vissers baden er voor een behouden reis aan aankomst.

In de St. James in Londen hangt op het moment een boot die is geïncorporeerd in een installatie, een kunstwerk, Flight van Arabella Dorman (foto links, van Peter Folstar). Op deze boot kwamen 62 vluchtelingen heelhuids vanuit Turkije op Lesbos aan. Een aantal reddingsvesten is neergelegd op een deel van de kerststal, onder de boot (foto rechts, idem). Eén van die bootvluchtelingen zou zomaar Jezus uit Nazareth kunnen zijn geweest.

Het lijkt of de drie wijzen uit het oosten in plaats van naar een kindje in de kribbe verbaasd hun lichaam neigen naar die fel gekleurde reddingsvesten die leeg zijn achtergelaten. Ik kan me voorstellen wat voor indruk dit found footage-kunstwerk maakt. Meer dan de herhaalde vraag aan de kinderen in mijn kerk vanmorgen waarom de os in de kerststal had ontbroken (‘Omdat hij kwijt is’ zei een kind geïrriteerd). Gelukkig maar, zou ik haast zeggen, als je iets weet van de symboliek van de os en de ezel; Coen Wessel schreef erover (zie link onderaan deze blog). Belangrijker is dat er naar mijn gevoel in de kerk meer ontbrak. En dat waren de bootvluchtelingen zelf.

Met dank aan Peter Folstar en Brian André uit Londen.

http://www.sjp.org.uk
http://www.coenwessel.nl/De%20os%20en%20de%20ezel%20bij%20de%20kribbe.html