Kerstcadeau

Het was niet Bachs bedoeling, maar het is wél een cadeautje zo pal voor de kerstdagen: het complete Weihnachtsoratorium op één avond. Zes cantates maar liefst, drie voor en drie na de pauze. Gisteravond in TivoliVredenburg in Utrecht, rechtstreeks door de NTR uitgezonden in het Avondconcert op NPORadio4.

In een puike uitvoering: door het op de toppen van hun kunnen zingend Nederlands Kamerkoor met het Collegium 1704 uit Praag onder leiding van Peter Dijkstra, met al even geweldige solisten: de IJslandse sopraan Hannah Morrison, countertenor Maarten Engeltjes, de IJslandse tenor Benedikt Kristjánsson en de Duitse bas Tobias Berndt.

Dijkstra bouwde één en ander prachtig op, wat onder meer uit de koralen bleek. Eerst langzaam en gedragen maar gaandeweg qua tempo steeds wat sneller genomen. Met als hoogtepunt het zacht, teer en onbegeleid gezongen ‘Ich steh an deiner Krippen hier’ (zesde cantate). Maar wat vooral opviel, waren de retorische accenten die in de tekst werden gelegd. Of, liever, uit de tekst werden gehaald als werd een beeldhouwwerk uit steen uitgehouwen. Een paar voorbeelden uit de tweede en derde cantate.

In de tenoraria ‘Frohe Hirten, eilt, ach eilet’ leek het werkelijk of de vreugdevolle herders zich haasten en zo bijna over hun eigen voeten struikelden. Het basrecitatief ‘So geht denn hin, ihr Hirten, geht’ klonk, wanneer de kribbe ter sprake kwam, haast wiegend. In de daarop volgende aria hield in, na het beginwoord ‘Schlafe’. En tenslotte: in het koraal ‘Ich will dich mit Fleiss bewahren’ werd het woordje ‘schweben’ nét niet helemaal gelijk gezongen, zodat het werkelijk lees alsof het zweefde. Allemaal – ik zeg het nog een keer – kleine cadeautjes.

Het werd ook allemaal met veel zwier en vol (bas)accenten anderszins uitgevoerd. Een recitatief werd soms vooraf gegaan door een riedel van het klavecimbel als ging het om het geïmproviseerde langzame deel uit Bachs derde Brandenburgse concert.
Natuurlijk – het was ook mensenwerk: Maarten Engeltjes die afwisselend ‘zärtlicher’ en ‘zartlicher’ zing (aria eerste cantate), soms minder trefzekere (met name koper)blazers en tegen het eind hier en daar in wat wankel(er) wordende intonatie doorsijpelende moeheid.

Maar daar stond zoveel moois tegenover. Neem alleen al een kleinood als het recitatief ‘Und liess versammlen’ (vijfde cantate) met een rijke continuo bezetting: klavecimbel, orgel, luit en cello. Overigens was het niet het grote orgel dat dit keer werd bespeeld, maar dat mocht de pret niet drukken. Want speelplezier ja: dat spatte ervan af. Schitterend.

Dan dooft het licht …

RamsZe zijn niet hetzelfde, maar ze hebben soortgelijke problemen, zouden dus van elkaar kunnen leren en wat aan elkaar kunnen hebben. Dagblad Trouw bericht vrijdag 13 november een paar pagina’s van elkaar verwijderd over bibliotheek- en kerksluitingen. Voor een ouder bibliotheeklid verdwijnt zo een ontmoetingsplek dicht bij huis, terwijl de Protestantse Kerk Nederland (PKN) het zoekt in bisschoppen op regionaal niveau. Terug naar de basis, is een veelgehoorde kreet. Maar, zegt de verslaggever van Trouw droog (en daarom prefereer ik de krant boven de zure Volkskrant): wat is dat eigenlijk, terug naar de basis, en hoe moet dit worden ingevuld? Dat staat er niet bij.

Een uurtje later zit ik in de bioscoop en zie de IJslandse film Rams (zie afb.). De schaapkudden van twee broers, Gummi en Kiddi, die pal bij elkaar wonen maar al veertig jaar (!) niet meer met elkaar praten, vallen ten prooi aan scrapie en moeten worden geruimd. Het script is losjes gebaseerd op een echt gebeurd verhaal van twee zussen,  verteld aan de schrijver van het script/regisseur van de film door zijn moeder.

Halverwege (of is het op het punt van de gulden snede?) valt de winter in en wordt Kerstmis gevierd. Het christelijke feest met zijn ‘Vrede op aarde’ brengt beide broers niet tot elkaar. En toch komen de broers, al even losjes gebaseerd op Kaïn en Abel, nader tot elkaar. Op een hoogvlakte. ‘Het is symbolisch’ zegt regisseur Grímur Hákonarson in een vraaggesprek met de zaal na afloop van de vertoning van de film in het kader van de Rialto Filmclub. Zoals veel in de film symbolisch is; ik wees al op het getal veertig (veertig jaar in de woestijn enz.).

Hákonarson vertelt meer. Over de cultuur in IJsland, waar het in de winter donker blijft. Over verhalen, saamhorigheid en het op elkaar terugvallen om in donkere tijden, letterlijk en figuurlijk (hij verwijst naar crisissituaties) te kunnen overleven.
Zou dat niet een basis, een grond onder de voeten kunnen zijn: verhalen, christelijk of niet, het Kerstverhaal, dat van Kaïn en Abel die werkelijkheid worden, waaruit wordt geleefd en die gebeuren?
Donkerte heerst dan niet zozeer waar bibliotheken en kerken sluiten, maar waar het verhaal en ontmoetingen uitdoven.

De waarheid hiervan bleek de dag hierna, de zaterdag na de aanslagen in Parijs, toen in een leerhuis van dr. Anton Wessels over Apocalyptiek in de koran (LATE) aan het eind een Marokkaanse moslima het woord nam. Nadat we al een hele ochtend hadden zitten lernen gebeurde het: de trialoog waar de wereld naar smacht.

http://www.trouw.nl/tr/nl/4716/Christendom/article/detail/4185676/2015/11/13/De-protestantse-bisschop-zal-geen-mijter-dragen.dhtml