Ontwaakt, want er staat veel op het spel

In een week las ik twee diametraal op elkaar staande stukken: de recensie van Sofie Messeman (in Trouw, 29 november 2017) van Philipp Bloms recente boek Wat op het spel staat (zie afb.) en het artikel ‘Vertrouwen in vernuft en hart’ van Tamarah Benima (in Kerk & Israël Onderweg, december 2017). En of dit niet genoeg is, kreeg ik vandaag van twee heren van de Jehova’s Getuigen nummer 6 van Ontwaakt! (zie afb.) in handen gedrukt.

Eerst de recensie van Wat op het spel staat. De historicus Blom onderscheidt volgens Messeman twee levensgrote problemen waar wij voor staan: de klimaatverandering en digitalisering. Zij concludeert dat Blom zich ‘ontpopt als een onheilsprofeet die nuance mist als hij het over technologie heeft (…). Zo zal digitalisering vermoedelijk ook een aantal problemen oplossen (…). Blom is te veel een onheilsprofeet.’

Benima, liberaal joods rabbijn in Friesland, Groningen en Drenthe, onderscheidt drie problemen: grote oorlogen, ziekten en moreel verval en evenals Blom ook klimaatverandering. Ze vraagt zich af ‘of we op weg zijn naar de messiaanse tijd of “kan het ook fout (af)lopen?”’ En zij concludeert, totaal anders dan Blom, dat dit laatste niet zo is in haar visie. ‘Klimaatverandering is ernstig. Maar de klimaatalarmisten komen me voor als de boetepredikers van weleer met hun ideeën over de almacht van de mens. Het aandeel van de mens in het probleem is klein, maar de technologische oplossingen die diezelfde mens aandraagt zijn ongelooflijk. Die geven mij vertrouwen. Heus, ik ben niet blind voor wat er kan – en gaat – gebeuren, maar vooralsnog heb ik het vertrouwen in het vernuft en het hart, de fantasie en de saamhorigheid van de mens.’

En dan Ontwaakt! Het lijkt eerst alsof Blom en Benima achter elkaar aan het woord komen: ‘Loopt het in de wereld uit de hand? (…) Zelfs deskundigen kunnen het niet over dit onderwerp eens worden.’ En dan komt Barack Obama voorbij, die in 2014 stelde “dat veel mensen door alle negatieve nieuwsberichten concluderen dat de wereld helemaal aan het doordraaien is en dat niemand er iets aan kan doen.” Maar kort na die uitspraak sprak hij enthousiast over huidige strategieën om veel van de wereldproblemen op te lossen.’
En dan komt ook hier een rijtje: massavernietigingswapens (de grote oorlogen bij Benima), onze gezondheid (ziekten en moreel verval bij Benima), de natuur die wij aanvallen en die ons aanvalt (de klimaatverandering bij Blom en Benima). De vraag is dan: ‘Waar zijn die antwoorden te vinden?’

Volgens Ontwaakt! uiteraard in de Bijbel, waar Benima ze zoekt in ‘het vernuft en het hart, de fantasie en de saamhorigheid van de mens.’ Ik had een oud-leraar op het Hervormd Lyceum in Amsterdam, de bekende historicus J. de Rek die in 1976 op 66-jarige leeftijd overleed, die hetzelfde beweerde, en ik ben zijn uitspraak nooit vergeten. Maar ik zou anno 2017 wat willen afdoen aan de opvatting van Blom, wat willen toevoegen aan die van Benima en die van de auteurs van Ontwaakt! wat willen nuanceren: misschien is de mens ‘Gods partner’ om de titel van een boek van Willem Zuidema aan te halen, en kan zowel H/Zij als wij het gewoon niet alleen. Daarvoor staat er teveel op het spel.

Het recht om een ander te worden

Anne Wadman (1919-1997) is een stukje in mijn achting gestegen. Jarenlang heb ik hem meegemaakt als concertmeester van het Fries Kamerorkest, waarvan ik tweede hoboïste was. Niet dat ik me kan herinneren ooit een woord met hem te hebben gewisseld. Hij hield zich überhaupt afzijdig, en trok alleen met de plaatsvervangend concertmeester op, waarmee hij ongelooflijke lol beleefde toen we eens een koordirigent hadden die paarse sokken droeg. Maar met de rest van het orkest, en zeker niet de blazers, hield hij zich niet op; daar is de orkestcultuur te hiërarchisch voor.

Bovendien was hij natuurlijk beroemd in Friesland en bekend in de rest van Nederland. Als schrijver, dichter, literatuurcriticus en letterkundige. Ik had wel eens wat van hem gelezen, zoals De Smearlappen (1963), zijn bekendste en meest vernieuwende boek. Maar ik had ook zo mijn twijfels bij mans oorlogsverleden: hij had enerzijds de loyaliteitsverklaring getekend en anderzijds ondergedoken gezeten. Laten we ’t er maar op houden, dat de oorlog hem nog steeds emotioneerde. Dat bleek tenminste toen hij eens bij een gebeurtenis in De Harmonie in Leeuwarden achter me zat, en op luide, geëmotioneerde toon over de oorlog sprak tegen een mevrouw naast hem, die ik gemakshalve en al dan niet terecht versleet als een dochter uit zijn huwelijk met Hylkje Goïnga, ook een schrijfster.

Niet lang voor ik naar Amsterdam verhuisde, las ik met een brede grimlach over het feit dat de weduwe van Simon Vestijk haar medewerking weigerde aan Wadmans plan om samen met Hans Visser een biografie over Vestdijk te schrijven. Een zekere ambivalentie over Wadman was nog steeds niet voorbij, waarbij het wel leuk is op te merken dat ik in die tijd als muziekredacteur was verbonden aan de krant waarvoor hij ook wel schreef of had geschreven: de Leeuwarder Courant. Toch nog een beetje collega …

Ik wist ook dat Wadman samen met mijn baas bij de Centrale Bibliotheekdienst voor Friesland, Minne Vis, meegedaan had aan Kneppelfreed, Knuppelvrijdag in 1951. In dat verband is echter vooral de naam van Fedde Schurer bekend geworden. Met knuppels en waterkanonnen was de rel neergeslagen die ontstond toen Friezen het recht opeisten om Fries in de rechtszaal te mogen spreken.
Schurer – las ik vandaag aanvullend in een artikel van Willem Visser in dagblad Trouw – en hij hadden ‘een parallel getrokken tussen de onderdrukking van de culturele rechten van Friezen en Surinamers.’ Dat pleit voor Wadman, en zou anno nu tot voorbeeld kunnen dienen. Zo heeft iedereen het recht om een stukje in achting te stijgen in de beleving van een ander.

 

http://www.sirkwy.frl/index.php/schrijvers-biografieen/107-w/450-wadman-anne

Traces de mémoire

Dirck Volkertsz. CoornhertSemprun

De Openbare Bibliotheek Amsterdam heeft in de Top-10 van aanwinsten een verhandeling van de zestiende-eeuwer Dirck Volkertsz. Coornhert (zie afb. links) staan: Zedekunst, dat is wellevenskunste (1586). Een verhandeling over ethiek en het leiden van een deugdzaam leven. Ik heb, sinds Coornhert mij werd aanbevolen door de docente Nederlands aan het Hervormd Lyceum in Amsterdam, altijd wat met hem gehad. In Wervelingen schreef ik eerder o.a. over hem (zomer 2008). Die column herplaats ik hier met toestemming.

Ik heb eigenlijk ook altijd al wat gehad met ‘lieux de mémoire’, het nationale geheugen dat herinneringen aan een locatie en het nationale erfgoed verbindt. In de Gevangenpoort zoeken naar het vertrek waar Coornhert gezeten heeft. In Rijnsburg staan in de kamer waar Spinoza z’n lenzen sleep en zijn Ethica schreef.
Daarom heb ik de discussie over De Boom van Anne Frank destijds met veel belangstelling gevolgd: een boom die ‘figureert in een wereldberoemde getuigenis’, zoals Bas Heijne het in een column in NRC-Handelsblad omschreef.

Heel concreet en beperkt(er) dan de Duitse invulling van het door Pierre Nora gemunte begrip ‘lieux de mémoire.’ In het Duits wordt het woord ‘Ort’ ook als metafoor gezien, waardoor het een hernieuwde kijk op de geschiedenis geeft. Zoiets als het Hebreeuwse woord ‘Makom’ – plaatsen en ruimten, reëel, abstract en imaginair binnen het joodse denken. Gelijk HaMakom, De Plaats, die tot Mokum werd, de eerste onder de plaatsen waar het veilig was.

Zou er niet zoiets als een combinatie mogelijk zijn? Peter van Zilfhout bracht me op het idee toen hij in het tijdschrift Locus berichtte over zijn bezoek aan de Nietzsche-Villa in Weimar. Hij had er zelfs het balkon betreden van waaruit Nietzsche, in een rolstoel zittend, de heuvels rondom had gezien. Zien wat Coornhert zag, zien wat Spinoza zag, zien wat Anne Frank zag, zien wat Nietzsche zag. Alle vier om verschillende redenen in hun bewegingsvrijheid beperkt.

Ik moest er allemaal aan denken toen ik in Friesland op het laantje stond dat Jan Mankes zo vaak heeft afgebeeld – een kunstenaar die door zijn lichamelijke beperking, letterlijk en figuurlijk, dicht bij huis moest blijven en er met andere ogen naar de werkelijkheid om hem heen (en in zichzelf) leerde kijken. Hij moest wel.
Daar staan riep het schilderij van Mankes in mijn herinnering op, daar staand kwam het schilderij tot leven. De kamer van Spinoza, het vertrek van Coornhert, De Boom van Anne, het balkon van Nietzsche en het laantje van Mankes hebben van zichzelf geen betekenis – die geef je er zelf aan. Zoals je aan een Makom een betekenis van vrijheid hecht zonder de zekerheid te hebben dat het waarheid is.

Die betekenis staat volgens Van Zilfhout óók voor het te boven komen van een verlies. Het verlies van (bewegings)vrijheid, het verlies van gezondheid. Van Zilfhout spreekt dan ook liever van ‘traces de mémoire’, sporen van herinnering. Over een bepaalde gevoeligheid, inlevingsvermogen voor de menselijke eindigheid en over poëtische herinnering.
Zoals ik in een herstellingsoord, liggend op mijn bed, als stadsmens heb leren genieten van de zon die op een beukenbast speelde en me opeens herinnerde wat Jorge Semprun (zie foto rechtsboven), overlevende van Buchenwald, in 1944 uitriep bij het zien van een eenzame beuk – naar men zegt de beuk van Goethe – op het terrein van dit concentratiekamp: ‘Wat een mooie zondag!’