Een kaars aansteken – Advent II


Elke zondag steken we een kaars aan. In de kerkdienst of thuis, de zondagskaars of een extra kaars voor Oekraïne. Het vlammetje ervan beschermen we met onze hand, zo gauw dooft het weer.

Bij mij thuis is het een gedraaide kaars. Waarom? Omdat die me doet denken aan de twee zuilen bij de tempel van Salomo. Dat waren volgens de overlevering óók gedraaide (of gecanneleerde) zuilen, allebei negen meter hoog en met een omtrek van zes meter. Een gedraaide of gecanneleerde kaars, een huishoud- of ribbelkaars (zie afb. links) zoals ze in reclamefoldertjes ook wel worden genoemd, drukt voor mij op zo’n manier symbolische verbondenheid uit met Israël.

Het Frans Hals Museum in Haarlem bezit een schilderij waarop je beide zuilen van de tempel duidelijk kunt zien. Salomon de Bray (what is in a name!) maakte de schildering in 1657 met olieverf op een paneel. Het museum kocht het in 2011 op een veilig van Sotheby in New York. Volledig heet het: De koningin van Sheba voor de tempel van koning Salomo in Jeruzalem (zie afb. rechtsboven). De namen van de zuilen zijn goed te lezen: Jachin en Boaz. Achterin op het schilderij, waar je blik naar toe wordt getrokken, staan nog een paar pilasters, die de kast met de Torahrollen (de Heilige Ark, de Aron Hakodesj) omlijsten. Een kast die op Jeruzalem is georiënteerd.

Salomon de Bray (1597-1664) was in Haarlem werkzaam; vandaar dat het Frans Hals Museum in dit schilderij was geïnteresseerd. Hij is waarschijnlijk aan de pest overleden en werd begraven in de Sint Bavo op de Grote Markt.
In dit schilderij balt hij zijn kunnen als schilder van historiestukken (kijk maar naar de soldaten links vooraan), portretten en architectuur samen; zo schilderde hij ook de in 1613-1649 gebouwde Nieuwe of St. Annakerk in Haarlem. De gezichten lijken overigens niet allemaal even goed gelukt; de zwarte, Ethiopische gezichten in het gevolg van de koningin lijken zelfs meer tronies dan levensechte gezichten. Zou hij geen modellen in zijn buurt hebben gehad of gezocht?

Hoe het ook zij – duidelijk moge zijn dat een kaars méér is dan zomaar een kaars. Nu – in de Adventstijd – en altijd.

Verscheen eerder in Drieluik, gezamenlijke uitgave van de Protestantse Wijkgemeente Amsterdam-Noord, april 2022, p. 6, en wordt hier met toestemming (en toevoeging m.b.t. Advent) overgenomen.

Van parfum tot uivormige bollen

Vanmorgen stapte mijn bovenbuurman in de lift, een Syrische vluchteling. Hij wees naar mijn hand en zei: ‘Hand’. Ik begreep uit een parfum ball in zíjn hand, dat ik mijn hand met de buitenkant naar boven naar hem toe moest houden, opdat hij er (waarschijnlijk) wat oudh, parfum op kon doen. Nadat hij dit gedaan had, prevelde hij (naar ik denk) een intentie. Ik rook opeens als een moslima, waarbij de oudh overheerste boven mijn in de reclame als ‘romantisch’ omschreven westerse eau de parfum.

Toen ik op straat was, op weg naar de bus, moest ik opeens denken aan een deel van de studiedag ‘Tijd van de kruistochten 1094-1170’ die de archeologe Annet van Wiechen afgelopen zaterdag hield in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Een prachtige studiedag, die naar meer smaakt.
Ik doel in dit verband op de vierde en laatste lezing, waarin ze onder meer sprak over zogenaamde knoopzuilen (zie foto: kerk van Farmsum). Op haar website (zie link onderaan deze blog) schreef ze er uitgebreider over.

Annet van Wiechen vertelde dat zij een knoopzuil bijvoorbeeld had aangetroffen in een Koranschool in Jeruzalem en op het graf van Boudewijn IV. Ze noemde twee bronnen waarop deze zuilen gebaseerd zouden kunnen zijn: een Byzantijns manuscript van de Heilige Melania (ca. 1000) en de beschrijving van de zuilen aan de ingang van de tempel van Salomo (Jachin en Boaz) in de Bijbel (I Kon. 7:15-22).
Deze bouwwijze is overgenomen in de Romaanse kerkbouw, bijvoorbeeld in San Quirico d’Orcia (Toscane) en Verneuil. Op deze manier hebben de zuilen, via Byzantium en Jeruzalem, in Europa een nieuwe betekenis gekregen, aldus Annet van Wiechen.

Een soortgelijk verhaal zou zijn te houden over de uivormige bollen die als herinnering aan de kruistochten in Europa terecht kwamen en tal van torens van kerken en stadhuizen sieren. Veelal in Vlaanderen, maar ook in ’s-Hertogenbosch, Haarlem en het Groningse Farmsum dus (kerken), Venray en Nijmegen (stadhuizen) en in Friese stinsen, zoals het Poptaslot bij Leeuwarden (zie afb. rechts). Ze doen daardoor, zoals ik met mijn oudh, wat oosters aan.

Op de terugweg naar huis kwam ik langs een rijtje nieuwbouwflats op het Zeeburgereiland. Twee daarvan werden aan elkaar gelinkt door middel van een halve joodse ster, die vanaf de vijftiende eeuw – dus later dan wat in de lezing in Leiden aan de orde kwam – als een joods symbool ging gelden. Ik had het nog niet eerder gezien, of het is recent aangebracht en ik was er nu ontvankelijk(er) voor. Het kan allebei.
Het bewijst in ieder geval dat de invloed van Byzantium, de islam en het jodendom heden ten dage nog steeds leeft. Of het nu om kerken, stadhuizen, stinsen of hedendaagse woningbouw gaat. Of parfum …

https://www.oudweb.nl/knoopzuil.html