Waar liefde overwint

De aanvoerder van de contrabassen van het Noord Nederlands Orkest (NNO), te gast in het Amsterdamse Concertgebouw, legde wanneer hij even niet hoefde te spelen, zijn hand in spreidstand op de klankkast. Of, afwisselend, op de snaren. En niet, zoals te doen gebruikelijk, op of over de hals van zijn instrument. Het leek of hij op een bijna erotische manier te kennen gaf, dat de contrabas zijn beste vriend(in) is; het programma werd op de website van het NNO dan ook aangekondigd onder de noemer ‘Waar liefde overwint’.
Hij leek zijn instrument aan te zetten tot grootse prestaties, zoals een jongetje dat in de bus onlangs voor me zat bij elke halte, wanneer de bus weer optrok, luid zei: ‘Kom op! Je kunt het!’

Die hand gaf rustgevende momenten tijdens de Vijfde symfonie van Sjostakovitsj die werd gespeeld. Een heftig en bij tijd en wijle luid werk, dat verschillende strijkers aanzette om te worstelen met oordopjes. Ik zat gefascineerd naar dit alles te kijken terwijl ik luisterde naar een mooie uitvoering van een orkest dat ik in mindere tijden heb gekend. Nee, niet in de kop van Noord Holland zoals mensen achter me meenden, maar echt in het Noorden van ons land; het orkest bedient – zoals dat heet – Groningen, Friesland en Drenthe. Voor sommige Randstedelingen blijkbaar onontgonnen gebied.

Op een gegeven moment vlogen zinnen uit Pierre Kemps gedicht ‘Het Rood van het Joodse Bruidje’ (van Rembrandt, zie schets, afb. rechts) bij me binnen – ook een werk waarin liefde overwint:

Ik zag het Bruidje met de linkerhand
piano spelen op de rechter- van
haar door de tijd bedeesde man
en ik werd niet jaloers. Dat was hún band.
(…)
Ontstond zij met of zonder schilderstok,
het is
zijn Rood, waarin hij zong Bruidjes rok;
het is
mijn Rood, rondom haar rechterhand,
neen, geen juwelen, franjes of kant,
het is maar rood, het Rood, dat ik aanbid,
vooral als ik in de zon naast Rembrandt zit.

In stilte veranderde ik ‘schilderstok’ in ‘strijkstok’. Het zij me vergeven. Niemand heeft het gemerkt.

Blog n.a.v. de tentoonstelling Rembrandt & Saskia. Liefde in de Gouden Eeuw in het Fries Museum te Leeuwarden (t/m 17 maart 2019), waar o.a. het links afgebeelde schilderij van Saskia is te zien.

De cirkel doorbreken

Jo CoxVronen

In de eerste vitrines van Huis van Hilde, het archeologiecentrum Noord-Holland in Castricum dat ik vanmorgen bezocht, staan enkele opgravingen opgesteld uit Vronen, een verdwenen plaatsje waar in 1991 opgravingen plaats hebben gevonden. Hier hebben in de middeleeuwen vijandelijkheden plaatsgevonden tussen het graafschap Holland en de West-Friezen. De effecten daarvan waren op de skeletten terug te vinden: diepe inkervingen ten gevolge van messteken (zie foto rechts). Mannen en vrouwen werden evenredig getroffen, zo las ik.

Ik kon de berichten over de moord op de Engelse politica en idealiste Jo Cox (zie foto links, verleden week genomen met man en kinderen) maar niet uit mijn hoofd zetten. Ook zij was door messteken, gevolgd door schoten om het leven gebracht. Volgende week zou ze 42 jaar zijn geworden. Een in de knop gebroken talent, echtgenote en moeder van twee kleine kinderen. Een van haar aandachtspunten was Europa. Ze was fel tegen een Brexit: IN, zegt de vlag op haar boot.

In het midden van de zaal met de vaste opstelling, van waaruit je ook doorkijkjes had naar het depot, was op gezette tijden een presentatie te zien waarin de stem die de begeleidende tekst daarbij sprak, wees op de voortgaande strijd van Noord-Holland tegen het water en de gevolgen daarvan. Onwillekeurig dwaalden mijn gedachten weer af naar Engeland en een mogelijke aanstaande Brexit. Het eiland waar 40% van de mensen die er wonen (volgens recente peilingen) zich af willen keren van wat er in hun ogen op het vasteland wordt bekokstoofd.

Volgens Rob de Wijk in een artikel in Trouw dat ik bij thuiskomst las, hebben de Britten GeenPeil wijs gemaakt dat ‘hun anti-EU-gevoelens gemotiveerd zijn door een onstilbare honger naar democratie en het terugveroveren van soevereiniteit.’ Enkele politici uit het Engelse parlement die zich over de moord op Jo Cox uitlieten, benadrukten dat zij voor democratie staan. En daarmee bedoelen ze in dit verband tegen de moordenaar die haar op wrede wijze de mond snoerde. Maar die soevereiniteit, ja – dat was ook de insteek van de vijandelijkheden tussen Noord-Holland en de West-Friezen.

De stem bij de presentatie had het over een cirkel die nagenoeg weer rond is. En dat was op een dag als dit wel erg droevig om te horen en te moeten constateren. Die cirkel – die willen we doorbreken. De cirkel van ‘naargeestig xenofobie, kleinzielig nationalisme en achterlijk protectionisme’ zoals De Wijk het omschrijft. Maar dan wel op een geweldloze manier.

http://www.huisvanhilde.nl

De inwoning van …

Suus SchellerTijdens een cursus bij de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) in Leusden, kwam jaren geleden tijdens de laatste sessie van docente Miriam van Reijen de aap uit de mouw: het behandelde boek, Het gelijk van Spinoza van Antonio Damasio moest het uiteindelijk ontgelden, omdat het lijkt of hij in het laatste hoofdstuk volgens Van Reijen de onsterfelijkheid bezingt.

 

 

Ik zeg met nadruk: lijkt, want dat zegt Damasio helemaal niet. Hij vraagt het individu, met Spinoza, ‘na te denken over zijn leven in het perspectief van de eeuwigheid – van God of Natuur – en niet zozeer in het perspectief van de onsterfelijkheid van het individu’ (p. 242).

Van Reijen heeft het later bij mij weer een beetje goed gemaakt, door uit te leggen wat Spinoza in het vijfde, korte en laatste deel van zijn Ethica waar ook Damasio op doelt, volgens haar eigenlijk bedoelt: wat wij wellicht nu collectief bewustzijn zouden noemen, waarin het denken van hen die ons zijn voorgegaan dóór blijft gaan en ons bezielt.

Dat denken over leven en dood in het perspectief van de eeuwigheid, deed onder meer ook Jürgen Moltmann in zijn boek In het einde ligt het begin. Op een bepaald moment lijkt hij te refereren aan Spinoza, maar hij geeft er toch een andere invulling aan: ‘”God zal zijn alles in allen” (I Kor. 15:28). Dat is het visioen van het rijk van God in zijn heerlijkheid. Het goddelijke en het wereldlijke worden niet vermengd. Het goddelijke gaat niet pantheïstisch [bij Spinoza panentheïstisch, vS] in alle dingen op, maar het goddelijke en het wereldlijke doordringen elkaar wederzijds: ongemengd en ongescheiden. Dat is het visioen van de inwoning van God in het hiernumaals’ (p. 164).

Het schoot gisteren door mij heen, toen ik een kort gesprek had met beeldend kunstenares Suus Scheller. Op haar website (http://www.suusscheller.com) vraagt zij zich af: ‘Een vriendin sterft. Waar is haar ziel nu? Boven haar geliefde boerenland van Noord-Holland?’ En ze schildert drie figuren, met een leeg gelaten, witte of een gele figuur in één ervan (zie afb.): de inwoning van God, van de ziel van haar vriendin? Wie het weet – en wie weet het – mag het zeggen. Maar te denken geeft het wel, en indrukwekkend is het.