Verdunnen of uitvergroten?

In de debuutroman van Dave Eggers, Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit (E.H.V.V.D.G., uitg. Lebowski, 2000) solliciteert de hoofdpersoon bij een Amerikaans televisiestation. Op een gegeven moment wordt hem gevraagd waarom hij eigenlijk is gekomen. Het antwoord luidt: ‘Ik wil dat jij mijn lijden deelt.’ Hij heeft het idee dat het lijden daardoor zal verdunnen. Terwijl de vragensteller denkt dat juist het tegendeel gebeurt: ‘Dat je het uitvergroot door het te delen.’ Zij legt uit, dat je zelf dan weliswaar van het leed wordt verlost, maar dat je er op die manier wel voortdurend aan wordt herinnerd en niet meer aan kunt ontsnappen.
Een interessante denkexperiment: zou één van twee gelijk hebben, hebben ze allebei een beetje het gelijk aan hun kant of geen van tweeën?

Ik neem de proef op de som aan de hand van een ander boek: de roman De pianostemmer (uitg. Wereldbibliotheek, 2008) van de Zwitserse schrijver Pascal Mercier en een metaalsculptuur van de Israëlische kunstenaar Eran Shakine (1962) dat momenteel te zien is in Ons’ Lieve Heer op Solder in Amsterdam.

Pascal Mercier
Merciers roman gaat (niet voor niets, zou ik haast willen zeggen) over een tweeling van een (ook niet voor niets) pianostemmer die zoekt naar harmonie (tussen verdunnen en uitvergroten?): Patrice en Patricia.
Aan de ene kant wil de tweeling zich ontdoen van een incestueus verleden, door hun verhaal in schoolschriftjes op te schrijven en daarna met elkaar te delen. Aan de andere kant beseffen zij dat juist door dit te doen, hun onderlinge band alleen maar sterker zal worden. De vraag die opdoemt, is wat dan wel de vrijheid op zal leveren waarnaar ze verlangen, waar iedereen naar hunkert.

Allerlei mogelijke oplossingen passeren de revue: zou zwijgen niet beter zijn? Het antwoord staat tussen haakjes (ook niet voor niets, want eerst is het nog maar de vraag of dit ‘de’ oplossing is): blikken zijn veelzeggender en nauwkeuriger dan woorden. Een eind verderop in het boek, wanneer het thema zwijgen wordt hernomen, lezen we: ‘Je kunt elkaar al zwijgend tot zo dicht naderen dat je gedachten en gevoelens die van de ander ten slotte raken. Er zit dan niets meer tussen.’
Het is de kleine, woordarme Paco die Patrice leert dat je eerbied moet hebben voor hetgeen je niet kent en zelf ervaart. Patrice overschrijdt in dat opzicht een grens, wanneer hij zegt dat hij de regen op de hand van zijn tweelingzus kan voelen, terwijl hij met zijn hand de druppels op zijn eigen arm aanraakt. Wanneer met andere woorden de druppels verdunnen ofwel verdampen, letterlijk en figuurlijk.
Maar dan valt tot sneeuw geworden regen, die niet verdampt maar blijft liggen. Daarin ligt lijkt mij het uiteindelijke antwoord van Mercier: aanvaardt wat is dat is, door het te laten gebeuren zonder het persé te willen delen, zonder het te laten overheersen. Met de sneeuw daalt een stilte neer van vóór het ontstaan van de taal en de klanken die de pianostemmer aan zijn instrumenten ontlokt. Er ontstaat afstand en er is de mogelijkheid tot ontsnappen. Is dat het bevrijdende gevoel waar Patrice en Patricia naar op zoek waren?

Eran Shakine
Dan de metaalsculptuur A Muslim, a Christian and a Jew van Eran Shakine dat t/m 13 oktober a.s. valt  te zien in Museum Ons’ Lieve Heer op Solder (foto Els van Swol).
We zien drie in plaats van twee figuren, haast als de bekende afbeelding van de evolutie van de mens; de meest rechtse heeft een gekromde rug. Zou dat een joodse rabbi zijn, gekromd door de vele Talmoed-studie, gebogen boven zijn boeken, zoals tieners boven hun i-phone nu al het gevaar lopen op een gekromde rug?

Er zit behoorlijk wat ruimte tussen de mannen in 19de-eeuwse kledij; ze raken elkaar niet letterlijk, maar lopen wel in een nagenoeg gelijke houding, hetgeen in de beeldende kunst altijd staat voor  empathie en verbondenheid. Ze hebben, net als Paco uit het boek van Mercier, eerbied voor elkaar. Paco leerde dat aan Patrice, zagen we hiervoor, Shakine lijkt dat aan ons te willen tonen. Nu is het aan ons om het in praktijk te brengen …

 

Blog verscheen eerder, in een andere vorm (minus Shakine, plus een ander boek) in Wervel-ingen (herfst 2013). Wordt hier met toestemming hernomen.

Badend in het zonlicht

Adriaen van de Velde_DoornenkroningGisteren toog ik naar het Amsterdamse Museum Ons’ Lieve Heer op Solder. Ik wilde de vijf schilderijen van Adriaen van de Velde wel eens zien, die sinds 24 juni jl. in deze kerk zijn samengebracht. In plaats van, of als aanloop tot de grote tentoonstelling in het Rijksmuseum. Dat viel nog te bezien.

Ze werden, las ik, in 1664 speciaal voor deze kerk gemaakt maar verhuisden in 1670 naar een andere huiskerk. Uiteindelijk belandden ze in de Augustinuskerk, pal bij mij. Een kerk die ondertussen is gesloten. Maar nu zijn ze weer terug op hun oorspronkelijke plek. Naast die ene, Doornenkroning, die er al hing (zie afb.)

Bij de ingang wist iemand me al te vertellen dat ze alle vijf naast elkaar hangen op de tweede galerij van de kerk. Dat scheelde zoeken. Na de klim daarnaar toe, werd ik vriendelijk welkom geheten door een jonge man wiens eerste werkdag het bleek te zijn. Daarom, zei hij, kon hij me, hoewel hij van het bestaan van de schilderijen wist, er verder weinig over vertellen.
Dat is natuurlijk geen enkel punt, maar van de audiotour die me beneden al in handen was gedrukt, werd ik ook niet wijzer. En ook dat kan eigenlijk nog niet – een al aangepaste en aangevulde tekst, zo kort na de definitieve tentoonstelling van de vijf schilderijen. Was ik misschien te vroeg of was er meer aan de hand?

Jammerlijker was namelijk dat je eigenlijk geen goed idee van de schilderijen kan krijgen. Het leken me prachtige voorstellingen van de hand van een schilder die – vond ik in de Rijksstudio de databank op de website van het Rijksmuseum -, ook een mooie Verkondiging van Maria (1667) voor een schuilkerk schilderde, en doek dat nu in een particuliere collectie zit. Ik kon de vijf niet goed zien, omdat het zonlicht er op deze zomerse middag stralend op viel. Hoewel er voor de raampjes gordijnen hangen, die vast ook dicht kunnen.

Ik begreep dat de schilderijen het lijden van Christus verbeelden en tezamen een passieserie vormen. Maar als niet-katholiek had ik moeite, voor zover ik er een glimp van kon opvangen, één en ander te duiden. Daarom zou een A4tje met een korte toelichting welkom zijn. Met een tekst in de trant die de Rijksstudio biedt, en waarin ook de symboliek in slechts enkele zinnen wordt uitgelegd: ‘Links verschijnt de engel met een lelietak uit de wolken, rechts zit Maria voor een opengeslagen boek dat op een tafel ligt.’ Een verdere invulling kun je aan de bezoeker overlaten; die moet uiteindelijk ook wat te doen hebben.

Een beetje teleurgesteld daalde ik de trappen weer af. Misschien moet ik nog een keertje terugkomen. En/of ondertussen toch naar de tentoonstelling in het Rijksmuseum, waar tot en met 25 september profane werken van Van de Velde in al hun glorie te zien zijn. Zonder dat er zonlicht op valt, en daardoor des te beter.

 

http://www.opsolder.nl/adriaen-van-de-velde-terug-het-museum

https://www.rijksmuseum.nl/nl/adriaen-van-de-velde