Een uitgelezen kans

Op twitter vroeg iemand zich onlangs af, waarom er in kranten wel televisieprogramma’s worden gerecenseerd, maar waarom kranten zelf eigenlijk nooit zelf worden besproken. Dat laat ik me als krantenkind (mijn ouders leerden elkaar bij het toenmalige Algemeen Handelsblad kennen) niet twee keer zeggen. Waarbij ik op het geluk heb dat ik momenteel van twee vakantievierders hun krant, NRC Handelsblad, krijg doorgestuurd. Deze lees ik gedurende een paar weken nu naast mijn eigen krant, Trouw. Een uitgelezen kans dus om de editie van afgelopen maandag met elkaar op twee overlappende items te vergelijken en er een toegift aan te plakken.

Analyse
Het eerste, grote artikel in zowel NRC Handelsblad als Trouw, allebei onder de kop ‘Analyse’, betreft de gebeurtenissen in Iran. Over het algemeen doen beide sterk aan elkaar denken. Dat in NRC Handelsblad is geschreven door ‘onze redacteur’ Floris van Straaten, dat in Trouw door Ghassan Dahhan, ‘redactie buitenland’.
Alleen tegen het slot wijken beide van elkaar af. Dahhan citeert kort een reactie van president Trump op twitter. Hij schreef ‘dat hij de demonstranten steunt’ en dat het opmerkelijk was ‘dat het bericht aan de Iraniërs onder meer in het Perzisch was opgesteld’. Van Straaten bezigt soortgelijke woorden, maar is aanmerkelijk minder zakelijk: ‘President Donald Trump en zijn minister van Buitenlandse zaken Mike Pompeo laten intussen niets na om de onrust aan te wakkeren’. Dát zou je van een kwaliteitskrant toch niet zo gauw (mogen) verwachten. Juist liberalen gaan er bovendien van uit, dat de lezer zelf wel zijn/haar conclusie(s) kan trekken.

Necrologie
Uiteraard besteden beide kranten aandacht aan het overlijden van Aart Staartjes. ‘Aartsvader kinder-tv verafschuwde braafheid’ staat er boven de necrologie in Trouw, ‘Opstandig en innemend televisie-icoon’ boven die in NRC Handelsblad. Laatstgenoemde krant wijdt maar liefst een hele pagina aan Aart Staartjes (auteur: Kester Freriks), Trouw driekwart kolom (auteur: Iris Pronk).
Behalve dat NRC Handelsblad daardoor meer plaats in kon ruimen voor een gegeven dat in Trouw geheel ontbreekt, namelijk Staartjes’ ‘indrukwekkende acteurscarrière’, zijn enkele al dan niet vermelde gegevens ook opvallend. NRC Handelsblad vult op een haast Telegraaf-achtige manier bijvoorbeeld details van het verkeersongeluk in Leeuwarden in, Trouw vermeldt dat Staartjes in de jaren 60 begon met Woord voor Woord, ‘waarbij hij bijbelverhalen voor kinderen voorlas’. Het eerste verwacht je wederom níet in een kwaliteitskrant, het tweede wel in Trouw.

Toegift
Hoewel Trouw en NRC Handelsblad hun journalistieke distantie ten opzichte van Iran al dan niet succesvol trachten te bewaren, had ik andere gevoelens bij de televisiebeelden die ik in het Journaal zag. Iraanse jongeren die de straat opgaan en stemmen met hun voeten door niet op de Israëlische- en Amerikaanse vlag te gaan staan maar eromheen te lopen, daar is in een land als het Iran van de ayatollahs moed voor nodig. Om die moed te omschrijven, heb je iets anders dan een nieuwsbericht sec nodig – dat kan in een column of achtergrondartikel. Zo’n column vond ik (toegift!) op afgelopen maandag in de Volkskrant, al werd het onderhavige item van Erdal Balci de volgende dag alweer gewraakt door Wout Woltz, die ik heb leren kennen tijdens vakantiebaantjes bij het Algemeen Handelsblad.
Waarheen de weg leidt die de studenten volgen, is nog niet duidelijk, maar dat ik als lezer moed put uit de jongeren die nu de straat opgaan, moge duidelijk zijn.

Balci verwees naar dit gedicht over de pijn van vrijheid van Paul Eluard: http://www.ekklesiadenhaag.nl/teksten130922.pdf

Frühling

BeethovenCultuurpessimisme voert de afgelopen week in de pers de boventoon. Dit keer vanwege studenten die hun aandacht meer bij sociale media zouden hebben dan bij de docent die ze iets wijzer wil maken.
Maar dan waren deze criticasters niet bij het kamermuziekconcert met werken van Beethoven in de Bernard Haitinkzaal van het Conservatorium van Amsterdam, 10 april j.l.

Studenten zaten er aandachtig te luisteren, muisstil. Alleen tussen de stukken die werden gespeeld door, liep een handjevol rumoerig weg. Snel even een sanitaire stop. Om daarna weer even aandachtig als daarvoor verder te luisteren. Het enige wat je je kon afvragen, was: komen al die studenten straks wel aan de bak, met de kaalslag die Nederland op cultuurgebied treft? Dát is iets om somber over te zijn.

Het waren alleen ‘krasse knarren’ zoals iemand achter me zijn die op het podium stonden en zaten. En krasse knarren die aan het eind werden bedankt voor een bijdrage op de achtergrond: Stanley Hoogland (in de zaal), Anner Bijlsma (op de gang met rollator).
De krasse knarren die speelden waren Vera Beths (viool), Jürgen Kussmaul (altviool), Dmitri (Dima) Ferschtman (cello) en de bijna 80-jarige Malcolm Bilson (fortepiano).

Een concert is voor mij al geslaagd als er één moment is waarop mijn hart even van vreugde opspringt. Die momenten waren er gisteren veelvuldig. Al in de Frühlingsonate begon het, met een decrescendo zoals je dat zelden hoort: de klanksterkte nam af, de intentie in de zaal nam voelbaar toe. Het leek wel of niemand meer adem durfde te halen.  ‘O’ zei een docent naast me alleen maar. Niet een eenlettergrepig woord, maar slechts één letter die genoeg zei.

Ook in het laatste werk, het strijktrio in G – zonder gigant Malcolm Bilson op pianoforte dus -, gebeurde kleine wonderen. Zoals de manier waarop de strijkers van kleur verschoten en telkens een andere sfeer neerzetten, zoals Bilson in de Frühlingssonate op z’n tijd ook de donkere kanten van Beethoven (en de lente) had neergezet. Ongehoord!

En dan nog iets: liberalen menen dat als je ergens niet voor hoeft te betalen, dat het dan waarde-loos is. (Dezelfden die onze cultuur om zeep helpen overigens). Wel, dit concert was gratis. Maar niet voor niets zal ik maar zeggen.