Zien met je hart

Ik zie, ik zie / wat jij niet hoort’ staat er op mijn canvas schoudertas van het Wilminktheater in Enschede. Het heeft al tot heel wat leuke, spontane ontmoetingen geleid. Een oudere heer zei bijvoorbeeld, mij tegemoet lopend op een brug in Amsterdam: ‘Ik hoor niet of nauwelijks meer, maar zien kan ik als de beste. Leuk hoor, die tekst! Ik heb nog les gehad van Wilmink, hier, aan de Universiteit. De beste Nederlandse dichter als je ’t mij vraagt. Nou – een prettige dag nog verder!’ riep hij, achterom zwaaiend, terwijl hij de brug over de gracht verder op klauterde en ik de afdaling inzette.

‘In het kijken zit al het horen’ zei een docent tijdens een studiedag over Cézanne en de filosofie. In het ruiken zit al het zien, denk ik, terwijl ik me weer zie uitstappen bij het voormalige concentratiekamp Majdanek, in de buurt van het stadje waar de historische roman De duizendkunstenaar van Lublin van Isaac Bashevis Singer zich afspeelt. Ik ruik verbrand vlees en denk eerst nog naïef dat er een barbecue bij de naastgelegen huizen wordt gehouden, tot ik me met een schok realiseer wát ik ruik. Dichterbij kun qua sensitieve waarneming misschien niet komen.

Was deze begraafplaats er ook al tijdens de Tweede Wereldoorlog?’ vraag ik aan de Poolse staatsgids die ons over het terrein rondleidt. ‘Nee’, antwoordt ze stellig, de werkelijkheid geweld aandoend. Want die begraafplaats was er wel degelijk al, ontdek ik thuis, net als de naastgelegen huizen. Over-en-weer moeten de mensen elkaar hebben gezien.
‘Ik zie, ik zie / wat jij ook hoort’ vult de docent van de cursus de tekst van Wilmink na de pauze aan. Dát moet het zijn: zien en horen naar getuigenissen. Met je hart:

6.000.000

jij kan het cijfer
6.000.000 beleven
als druppels van de zee
als zoveel keer maal tien

ik, die een generatie eerder
werd geboren,
kan dit getal helaas niet
onbevangen zien

voor mij is zes miljoen
helaas geen cijfer
maar een belevenis
zo groot zo zwart zo wreed

omdat ik achter dit getal
zo nuchter opgeschreven
een gruwelijk en koel
berekend einde weet.

(Ida Vos, Vijfendertig tranen).

T.g.v. de a.s. verschijning van de biografie van Willem Wilmink door Elsbeth Etty (januari 2019, uitg. Nijgh & Van Ditmar).

En toen kwam Annika – Kasper van Royen

Van Royen_En toen kwam AnnikaEn toen kwam Annika : filosoof wordt vader / Kasper van Royen. – Amsterdam : Nijgh & Van Ditmar, [2016]. – 239 pagina’s ; 21 cm ISBN 978-90-388-0178-0

Wie uitgaande van de ondertitel een al dan niet wat zware verhandeling over vaderschap verwacht, komt bij het lezen van dit boek bedrogen uit c.q. zal verrast zijn door de luchtige toon ervan. Kasper van Royen is weliswaar oud-filosofiedocent aan een middelbare school en geeft nu als zzp-er onder meer cursussen in de avonduren en schrijft over filosofie, maar de meest filosofisch getinte uitspraken komen niet van hem, maar van dochter Annika. De sfeer van de hoofdstukken doet denken aan de columns die diverse docenten, zoals Gerwin van der Werf en Bert Ongering schreven of schrijven in het dagblad Trouw. Het zijn luchtige bespiegelingen van een onhandige opvoeder die zichzelf niet al te serieus neemt, stuk voor stuk kleinoden. Ook mensen die geen kinderen hebben, zullen de stukjes, die vaak op de lachspieren werken, zeker kunnen waarderen.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.