Lege ruimte leeg laten

Afgelopen week vielen mij drie dingen toe die ik in deze blog in verband breng met elkaar:
1. Een artikel van Claartje Kruijff, de nieuwe Theoloog des Vaderlands, in Trouw (31 oktober)
2. De mededeling in het vakblad Nature dat er een lege ruimte is getraceerd in de Grote Piramide van Cheops.
3. Het Gedicht van de Week, dit keer een gedicht van Hester Knibbe, Delphi (uit: Oogsteen, een keuze uit de gedichten 1982-2008, Amsterdam 2009).

Ik begin met het laatste. Ja, het gaat over Delphi, en dus niet over het Egypte van de Grote Piramide. Maar er zit een kern in die daar wél aan raakt. Ik citeer een vers:

Restanten steen in slagorde van dood
wijzen ons bot terecht. Noch god, noch
muze zij geloofd, Apollo is verdwenen.
Men heeft een koord rond het gemis gelegd.

Lang, blond, gebronsd zo had ik hem gedacht
zeg ik. Je lacht, dwaalt af naar waar een
vage boog je in de oudheid mengt.

Apollo is verdwenen, net zoals Nefertiti wier laatste rustplaats een Britse archeoloog enkele jaren geleden meende te hebben ontdekt, in een kamer achter de tombe van Toetanchamon. Toch heeft zo’n leegte die nu is ontdekt volgens de archeologen in kwestie een functie gehad. Welke is nog onduidelijk: een gang wellicht, of een tombe, een schatkamer? Wie zal het zeggen. Vooralsnog is er een koord rond het gemis aan – in dit geval – kennis gelegd.

Maar is dat zo erg, dat die functie van de lege ruimte onbekend is, en misschien zelfs wel onbekend blijft? De stelligheid van de archeoloog van twee jaar geleden die de tombe van Nefertiti meende te hebben ontdekt kan opbreken. We zijn, volgens Claartje Kruijff, tegenwoordig immers ‘te stellig zijn. We vinden van alles van elkaar, luisteren vaak slecht naar elkaar en zetten onszelf en elkaar makkelijk vast in vastgeroeste veilige beelden van onszelf en elkaar.’ Ze verlangt naar heilige ruimte, ‘levensruimte waar iedereen welkom is, waar tijd en plaats is voor contemplatie en medemenselijkheid’, tussenruimte, ‘machtsvrije ruimte waarin we naast elkaar staan en ruimte maken voor de dieptedimensie in ons bestaan’, een ‘intermenselijke én goddelijke ruimte waarin we ons laten bevragen en nadenken over onze relatie tot onszelf, tot elkaar, tot de wereld en het grotere leven.’

‘Restanten steen in slagorde van dood / wijzen ons bot terecht.’ Zou het niet beter zijn als we die lege ruimte in de Grote Piramide leeg laten, dat wil zeggen: oningevuld, een heilige ruimte, levensruimte tegen de doodverering, een tussenruimte, een intermenselijke én goddelijke ruimte waarin het idee dat Apollo ‘lang, blond, gebronsd’ of wat ook was vervliegt in een lach?

 

Samen onderweg: religie en kunst

In de jaren tachtig van de vorige eeuw, zo vertelde Everdien Hoek tijdens haar lezing Van provocatie tot inspiratie: kunst en religie in de 21ste eeuw (Helikon, Utrecht, 25 februari 2017), had men het idee dat kunst en religie gescheiden wegen gingen. In de jaren negentig, vervolgde zij, kwam er een andere kijk op: religie is weer terug in de kunst. En – voeg ik daar aan toe – kunst weer in de religie. In beide gevallen vooral in de vorm van spraakmakende tentoonstellingen.

Een paar lopen er nu: Verspijkerd en verzaagd (Noordbrabants Museum, t/m 5 juni a.s.) en Leap of Faith van Joseph Klibansky (tot 14 mei a.s., in Museum De Fundatie). De aparte wegen die kunst en religie gingen, raken elkaar nu c.q. vloeien in elkaar over, aldus Hoek. En daarbij is alles mogelijk: een relatie, commentaar, bespotting of blasfemie. Ook – bleek tijdens haar lezing – in de reacties van de luisteraars, ofwel de bezoekers van deze tentoonstellingen.

Sommige kunstwerken zou je buiten de context van een specifieke tentoonstelling of buiten de kerk niet als religieus geladen ervaren. Pas een titel als Upper Room van Chris Ofili zet je op zo’n spoor. Of Neemt, eet van Jan Tregot, dat nu te zien valt in Den Bosch. Aan dit laatstgenoemde werk ontbreekt het hoofd, wat het volgens Hoek iets universeels geeft.

Als je een bepaald kunstwerk uit de kerk weghaalt, is de vraag: gaat het over kunst of over religie? Ook hier is het enerzijds de titel en anderzijds het universele karakter dat denk ik een werk die dubbele lading mee kan geven. Dat overkwam mij althans bij het kijken naar de schilderijen Onderweg (zie foto rechts boven) en Displaced Persons van Carla Dekker, die momenteel in Podium Oost in Utrecht (waar Helikon de cursussen geeft) valt te zien (t/m 3 maart a.s.). Op het ene schilderij is het een man die een vrouw draagt à la Christophorus. De vrouw heeft dezelfde klompvoeten, waar het moeilijk of onmogelijk op lopen moet zijn, als op het tweede schilderij.

Wellicht gaat deze kunst, of het nu religieus bedoeld is of niet, over grensvlakken, over dat wat er bovenuit gaat, over de ruimte tussen religieuze en seculiere kunst, tussen kunst en religie. Een ruimte die de Stichting Oude Kerk in Amsterdam als geen ander weet te benutten waardoor zo het één (kunst) en het ander (religie) haast lijkt te worden verdubbeld.

Maria Jager vertelde vanmorgen binnen het kader van een kerkdienst in de Oude Kerk één en ander bij het borduurwerk Gothic Gestures dat momenteel deel uitmaakt van de tentoonstelling met werk van Marinus Boezem (tot 26 maart a.s.). Jager maakt zowel deel uit van de Oudekerkgemeente als van de vrijwilligsters die dit borduurwerk in de Sebastiaanskapel vorm geven. Zij borduren, vertelde ze, van beneden naar boven, van de aarde af naar de hemel in de visie van Boezem. Maar ook – ben ik ook hier zo vrij om maar aan te vullen – van boven naar beneden. Dat zou de theologie misschien aan het verhaal van Boezem toevoegen. Hoewel hij dit ongetwijfeld zelf ook zal hebben bedacht, met zijn lift Into the air (zie foto Robert Glas, links boven) in de viering van de kerk. Over grensvlakken, ruimte en verdubbeling gesproken.

https://sites.google.com/view/carladekker/mijn-werk

De week van dag tot dag

Constant CompanionDinsdag: LATE
Een avond over de filosoof Eugen Rosenstock-Huessy van het Leerhuis Amsterdam Tenach en Evangelie (LAT&E) wordt besloten met een discussie over dialectiek. Ik noteer in trefwoorden een opmerking van één van de deelnemers: ‘We zijn met de val van het communisme het dialectisch denken verloren en in de “realisatie” gedwongen [met een verwijzing naar de hand out van de spreker van die avond: “Realisatie is ook verstarring: opgaan in het eigen universum en de missie vergeten”]. Weerspreken is heel actueel in de tijd van Wilders. Corrigeren in de relatie’.

Woensdag: Middagpauzedienst

                Geroepen om te komen,
                Geroepen om te zijn.
                Een vast besluit genomen,
                begin van een refrein.
                Dat is voor ons de grond:
                belangeloos te geven
                in een meervoudig leven
                liefde
met hart en mond.

                                               (Edwin van Kol)

Donderdag: Gastcollege Willem Jan Otten
Willem Jan Otten heeft het ook over zijn. Dat is volgens hem basaal: eten, drinken, slapen, lesgeven in Brussel. Daarin gebeurt het niet, komt het niet op hem af waarover hij wil schrijven. Dat zoekt hij letterlijk in lezen (Endo, Dostojevsky) en vooral films, zoals die van Lars von Trier. Iemand uit de zaal is verbaasd en vult aan: toch ook in het zijn kan iets je toevallen, in de ontmoeting met mensen, met studenten? Zoals vandaag? Otten ontkent het. Ik herken het, en ook weer niet.

Zaterdag: Vereniging Het Spinozahuis
Spinoza beschrijft in het derde deel van zijn Ethica passies. En in het vierde de rede. Er ontstaat in een discussie na de heldere lezing van Paul Juffermans verwarring over het woord ‘passies’. Spinoza bedoelt er affecten mee, die ontstaan uit inadequate gedachten.  Opgaan in het eigen universum, zoals Otto Kroezen het vanuit het denken van Rosenstock-Huessy verwoordde. Je moet de passies, de affecten, weerspreken vanuit de rede. Hoe actueel is het denken van Spinoza!

Zondag: Oude Kerk Amsterdam
De afgelopen week balt zich samen aan het begin van een nieuwe week: zondag Judica (Verschaf mij recht, o God). Over dialectiek, preekte Marcel Barnard, die je als een meervoudig leven moet laten staan, die niet oplost in een synthese maar eerder wordt doorsneden door liefde, als een titrium, zoals een theoloog het na afloop noemde. Over kunst als weerspreken, als aanspreken, waarbij je je, als in de interactieve performance van Pedro Matias, ongemakkelijk zou kunnen voelen. Over de ambivalentie – vooral die -, van het zijn, belichaamt in Petrus, die bleef in zijn eigen universum, in zijn eigen bubble, zoals in de performance. Over met verstand leven ook, zoals Spinoza.

Voelde ik me ongemakkelijk na de dienst, toen studenten van de Rietveld Academie als een schaduw om me heen bewogen, zoals de instrumenten in de opera A King, Riding van Klaas de Vries een schaduw bij de zangstemmen vormen? Nee, dat voel ik me eerder bij het tafeltje in de kerk van de War Trauma Foundation naar aanleiding van het project Multi Family Westbank – een andere vorm van dialectiek, een meervoudig leven, zeg maar. En bij de reactie van enkele kerkgangers die het allemaal maar autistisch vonden. Wat heet …
Er gebeurde iets anders. Lucht die achter me bewoog, toen een student uit een kapel het op een rennen zette naar de volgende. En toen ik thuis kwam, vloog juist een duif met een takje in de bek naar een suskast op een verdieping in mijn flat.