De woestheid van de wereld

In het schitterend uitgevoerde boek De geest uit de fles van de filosoof Ger Groot, over ‘hoe de moderne mens werd wie hij is’, zit een hoofdstuk onder de titel ‘Geschiedenis en de woestheid van de wereld.’ Het zou zomaar als toelichting hebben kunnen dienen bij het Robeco SummerNights concert van vanavond in het Amsterdamse Concertgebouw, waar het Radio Filharmonisch Orkest optrad onder leiding van de door mij zeer gewaardeerde dirigent Markus Stenz. Een heel programma zonder solistische medewerking.

Groot begint zijn hoofdstuk met het beschrijven van wetenschappelijke ontdekkingen uit wat wij later de moderne tijd zijn gaan noemen. Hij noemt onder meer de naam van de bioloog Georges-Louis Leclerc de Buffon (1707-1788), waarmee we in het Frankrijk waarmee het concert opende zijn aangekomen.
Het concert begon namelijk met de ouverture Le cahos uit het ballet Les Eléments (1737) van de Franse componist Jean-Féry Rebel uit dezelfde tijd en omgeving. Net als Leclerc schetst Rebel in dit geval met noten de wording van de aarde, van de elementen wel te verstaan. Niet uit de chaos zoals die in het Bijbelse Genesisverhaal wordt verteld, maar de chaos van de Griekse filosofen. Stenz moet zich als pleitbezorger van de hedendaagse muziek thuis hebben gevoeld in deze haast atonale klanken van Rebel. In ieder geval was het een spannend begin van een opmerkelijk concert, het tweede in de Robeco SummerNights.

Wie nu mocht denken dat het concertprogramma de lijn van Groot volgt, en uitkomt bij de preromantiek met bijvoorbeeld de Zesde symfonie van Beethoven (foto rechts), die de natuur van na de chaos wordt toonzette, kwam bedrogen uit. Of liever gezegd: wachtte een verrassing, met Beethovens Vijfde, de noodlotssymfonie. Of de symfonie van het verzet tegen het noodlot, zoals de paukenist toonde die in een kamporkest het klopmotief van het begin als protest zachtjes door de verplichte muziek heen speelde.
Het Radio Filharmonisch Orkest liet onder Stenz een prachtige, ritmisch sterk geprofileerde tocht van donker naar licht horen. Net als bij Rebel paarde Stenz een zekere lichtheid van klank aan nadrukkelijk donkere accenten.

Na de pauze werd de opzet van het programma min of meer herhaald. Begonnen werd met Die Vorstellung des Chaos uit Haydns oratorium Die Schöpfung , dat nog eens duidelijk liet horen wat een geweldig orkest het Radio Filharmonisch Orkest toch is.
Het slot van het concert ging naadloos over van Haydn (foto links) naar, net als in het hoofdstuk van Groot, de Sacre du printemps van Igor Stravinsky, een ballet dat in de omschrijving van Groot ‘een onverholen hulde brengt aan de rauwe, heidense rite waarin een jonge maagd geofferd wordt aan de aarde.’ En hij vervolgt: ‘De chaos is alomtegenwoordig geworden, de oerkrachten hebben vrij spel in hun gewelddadige anarchie, het sublieme van een ongetemde natuur is klank geworden.’
Stenz wist zowel de anarchie als het sublieme in Stravinsky’s Sacre op een voor hem kenmerkende manier over het voetlicht te brengen: simultaan, waardoor je op ’t puntje van je stoel zit: wat gebeurt hier? Een gedenkwaardige avond kortom, dat was het!

Temporary Stedelijk – Temporary Ann Goldstein

Ann GoldsteinDe Erezaal van het Stedelijk Museum in Amsterdam (b)leek tijdens de tentoonstelling Temporary Stedelijk 2 (2011) behoorlijk schatplichtig aan het concept van de tentoonstelling Heilig Vuur (2009) in de Amsterdamse Nieuwe Kerk. Ik schreef destijds een ‘gidsje’ bij de eerstgenoemde tentoonstelling, telkens voorafgegaan door een citaat uit De Groene Amsterdammer (3 maart 2011). Bij het afscheid van Ann Goldstein (afb.) plaats ik het nu als eerbetoon aan deze tentoonstelling, en aan haar, opnieuw.

 

1.
“Meer dan om je herinneringen zelf draait het om hun emotionele inhoud en je verlangen die coherent te maken.” (Joey Roukens)

Directeur Ann Goldstein stelde in de Eregalerij het thema abstractie in de twintigste eeuwse kunst centraal. We kennen het verhaal van Mondriaan allemaal: figuratieve en abstracte kunst na(ast) elkaar. Dat verhaal werd getoond, naast onder meer enkele puur abstracte werken. Volgens een interview had Goldstein in deze zaal geen statement af willen leggen. Dat moge zo zijn – iedereen die de zaal betrad, herinnerde zich de schilderijen uit de goede oude tijd van het Stedelijk en (h)erkende de intentie van Goldstein en haar curatoren er een coherent geheel van te maken. En dan opeens gebeurde er iets met je en kon je beamen wat componist Roukens zegt: méér dan om die herinnering zelf, draait het om de emotionele inhoud ervan. Of misschien zelfs om het samengaan van emotie en ratio in één tijdloos moment.

2.
“De essentie is emotie, bijvangst en sluitpost, precies zoals zij dat van een plotseling inzicht of onverwacht uitzicht is.” (Bas van Putten)

Plotseling drong het tot je door. En al mag Goldstein dat er misschien niet bewust hebben ingelegd, als bezoeker kreeg je dat inzicht erbij. Kunsthistoricus Hans Jaffé heeft het in verband met Mondriaan wel eens opgemerkt: hij was schatplichtig aan het beeldverbod uit Exodus 20. Maar geldt dat in wezen ook niet voor volgelingen en enkele andere kunstenaars van wie werk in de Erezaal hing: Kazimir Malevitch, Yves Klein, Brice Marden, Barnett Newman, Ellsworth Kelly en Jo Baer? Opeens viel het kwartje terwijl ik keek naar een schilderij met als thema Spaanse mystiek: joodse mystiek, oosterse mystiek, christelijke mystiek – ze gingen een gesprek met elkaar aan! Zoals in het echte leven. Dialoog en inspiratie, inspiratie en dialoog. Draait het dáár niet om?

3.
“De ervaring van het sublieme, vaak een combinatie van religie en esthetiek, is voor velen zelfs de belangrijkste reden om te kiezen voor muziek, beeldende kunst of literatuur” (Pauline Terreehorst).

Misschien heb ik niet gekozen voor religie en esthetiek, voor muziek, beeldende kunst en literatuur, maar hebben ze mij uitgezocht, in emotie en ratio, in hart en nieren. En verlang je telkens naar zo’n moment. Een overweldigende ervaring van het sublieme, zoals in de Erezaal van het Stedelijk Museum. Soms kussen hemel en aarde elkaar.

Dit stukje verscheen eerder in de Zondagsbrief van de Oude of St. Nicolaaskerk Amsterdam, nr. 470 (20 maart 2011).