Het ademen van kunst

Je hoeft echt niet ver weg om de best denkbare kunst te zien. Bijvoorbeeld naar Utrecht (Catharijneconvent) voor afbeeldingen van Maria Magdalena. Hoewel ik dat zeker nog ga doen, zag ik al een mooie in de Breed Art Studios, nota bene zo’n beetje bij mij om de hoek. In het kader van de Amsterdamse editie van Il Respiro Dell’ Arte (Het ademen van kunst), van de curatoren Virginia Monteverde en Luca Rezzolla.

Maria Magdalena
Ik doel op Le cure di Maddalene (zie foto, EvS) van Marielle Bettineschi uit Bergamo: een beschilderd, met parels ingelegd plexiglas mondmasker met linten, ingezonden naar aanleiding van de vraag aan kunstenaars om hun visie te geven op ‘het symbool van de strijd tegen het virus’, zoals het in een persbericht staat omschreven.
De parels doen niet alleen denken aan de versiering van bijvoorbeeld een reliekschrijn, maar staan ook symbool voor zowel een zuiverende werking als voor tranen, zoals Maria Magdalena volgens het Bijbelverhaal in Lucas met haar tranen Jezus’ voeten natmaakte en daarna droogde met haar (lange) haren, bij Bettineschi weergegeven door linten. Wat een ge(s)laagd kunstwerk!

Gedichten
Gelaagde kunst treffen we ook aan in verschillende gedichten die in de catalogus zijn opgenomen. Sterker nog: sommige ervan gaan bij de lezer een gesprek aan met enkele kunstwerken die worden getoond.
In het gedicht Mascherrima (Mask-a-Rhyme) van de Italiaanse dichter Claudio Pozzani, waarvan ook een Engelse vertaling van Tania Haberland is weergegeven, wordt verwezen naar ‘naso adunco’ (hooked nose), waarvan je een soort van net hebt gezien ín de vorm van een Pinokkioneus: Periferias van de Spanjaard Nano Valdes. Des te meer hij liegt, des te langer wordt zijn neus.
Of lees een gedicht van de Australiër Les Wicks (Voila!), die mondmaskers vergelijkt met gasmaskers, maar erop wijst, dat ze nu iets totaal anders betekenen. Een gasmasker inspireerde ook de Italiaanse kunstenaar Mauro Ghiglione voor zijn installatie Immaginario senza immagini.

Film
Tenslotte komen we uit bij een film: Every breath I take I’m still dancing van Davide Francesca en Francesca Peduallà, gemaakt met medewerking van verschillende professionele dansers, van wie we alleen de onderkant van het lichaam zien. Zij tonen de beperkingen van de coronacrisis: dansen op een (te) klein oppervlak. Alles op de muziek van Monteverdi’s Gloria in excelsis Deo (uit: Selva morale e spirituale, 1640-’41).
Dit stuk wordt bij de montage op een heel muzikale wijze gevolgd, waarbij Ovazione (Ovatie) van de Italiaan Francesca Cinalli als een soort refrein dienst doet. Zoals mensen bij een concert die niet weten op welk moment ze eigenlijk moeten klappen.

Nog te zien op 15, 16 en 17 juli van 14.00-18.00 uur. Vergeet u zich niet (zoals ik!) eerst aan te melden: https://breedartstudios.net/il-respiro-dellarte/

Link naar de film: https://www.youtube.com/watch?v=YT6GmGMZzyk

Hemel en aarde

Maria KeohaneEen kniesoor die er vanavond bij het Vrijdagconcert in TivoliVredenburg te Utrecht op lette dat de cantate Jauchzet Gott in allen Landen BWV 51 van Joh. Seb. Bach niet specifiek voor kerst is bedoeld, maar ‘et in ogni tempo’ – een soort reservecantate dus. Een kerstjubel, dat kon je er wel in horen.

Zeker als je zulke solisten tot je beschikking hebt als vanavond: de zeer indrukwekkend zingende Zweedse sopraan Maria Keohane (zie afb.) en de trefzekere trompettist Robert Vanryne van het Orkest van de Nederlandse Bachvereniging dat onder leiding van Jos van Veldhoven vol pit begeleidde.

Het was niet alleen Jauchzet Gott maar ook met nadruk in allen Landen – een prachtige accentwisseling die je aan het denken zette; zo werd de volgende zin (Was der Himmel und die Welt) al aangestipt, zodat een grote tekstuele eenheid ontstond en het hart van de goede verstaander even opsprong.
Hemel en aarde vloeiden vervolgens als het ware ineen op de toon van een orgelpunt dat vanuit het kerstlied In dulci jubilo overging in een deel uit het Concerto grosso in g kl.t. op. 8 nr. 6 van Torelli.

Keohane keerde terug in de cantate Unser Mund sei voll Lachens BWV 110 die het gedeelte voor de pauze afsloot, naast de krachtige tenor Charles Daniels en bas Matthias Winckhler en altus Alex Potter, wiens stem in de aria ‘Ach Herr, was ist ein Menschenkind’ mooi kleurde met de open klank van de oboe d’amore.
In deze cantate gebeurde iets soortgelijk fraais als in BWV 51: de tekst van het duet ‘Ehre sei Gott’ werd ook hier door accentueringen nadrukkelijk van twee kanten belicht: Ehre sei Gott in der Höhe und Friede auf Erden und den Menschen ein Wohlgehfallen!

Het gedeelte na de pauze had een soortgelijke opbouw als voor de pauze: begonnen werd weer met een cantate, nu Süsser Trost, mein Jesus kommt BWV 151, gevolgd door Es ist ein Ros entsprungen dat nu overging in de Pastorale uit het Concerto grosso op. 1 nr. 8 van Locatelli.
Het kerstconcert in een tot de nok gevulde grote zaal van TivoliVredenburg werd besloten met het Gloria in excelsis Deo BWV 191 van Bach, een driedelige cantate op Latijnse tekst waarin Bach de opening en het slot uit de Hohe Messe opnieuw gebruikte. Ook hier viel de nadruk op het in terra, de vrede op aarde. Om ons in te prenten dat het dáár om gaat. Toen, in de tijd van Bach, en nu.

Herhalingen: 19 december Haarlem, 20 december Amsterdam en 23 december in Tilburg.
http://www.bachvereniging.nl