Het Koninkrijk Gods

Bij uitgeverij Aspekt verscheen het boek De Grande Finale van Anton Wessels, over de Apocalyps in Tenach, Evangelie en Koran. Dit boek is gebaseerd, oftewel een uitwerking van een cursus die de theoloog Wessels in 2018 gaf voor het Leerhuis Amsterdam Tenach & Evangelie (LATE). Ik woonde deze cursus bij en heb er aantekeningen van gemaakt. De aantekeningen van één ochtend, 17 november 2018, de tweede over ‘Wie zeggen de joden, christenen en moslims dat ik ben?’, heb ik hieronder als blog uitgewerkt.

De eerste keer, op 3 november 2018, had Wessels het Evangelie van Marcus als uitgangspunt genomen; het is het enige evangelie dat de Koran ook als zodanig erkent. Eén van de bronnen die Wessels benoemde, is het boek Marcus als tegenevangelie van Egbert Rooze (uitg. Halewijn, 2012).
Twee weken later vervolgde Wessels zijn betoog met Marcus 8, dat begint met de notie van de Mensenzoon. Jezus is huiverig voor de titel ‘Messias’, want dat zou tegen Rome en Pilatus ingaan.[1] Mensen-zoon geeft een verhouding weer: die tussen mens en Zoon.

Deze notie dien je in de context van het Oudtestamentische boek Daniël te plaatsen, waar dit woord ook belangrijk is (Daniël 7:13). De Willibrordvertaling is in dit verband belangrijk. De Mensenzoon vertegenwoordigt de menselijke heerschappij ten opzichte van alle dieren die worden genoemd. De vier grote dieren zijn de vier koninkrijken die de aarde zullen beheersen (vs. 17).

Het Koninkrijk Gods is met kracht gekomen, lezen we in Marcus 9:1. Het zijn de zachte krachten die zullen winnen. Het is geen spektakelstuk. Maar wat dan wel?
Het Koninkrijk is gekomen met de dood van Jezus aan het kruis (verleden tijd!). Dat is een onthullend, openbarend moment en een appèl om Hem te volgen, het kruis op te nemen en anderen te redden.

Dit is een herverstaan, of een opnieuw verstaan van het Evangelie en de Koran. De komst van het Koninkrijk zet zich door op een niet-gewelddadige manier. Het proces gaat verder in de Koran, zoals Kronieken Koningen opnieuw probeert te lezen.
Het kernverhaal blijft echter Exodus, het op weg gaan naar een nieuwe aarde. Dan kunnen joden, christenen en moslims samen Pasen vieren.

Het zijn de teksten van Henriëtte Roland Holst (over de zachte krachten), het zijn liederen (van Mozes en Mirjam) en de poëzie van een Willem Barnard (‘Een mens te zijn op aarde’) die ons helpen de Schriften te verstaan: Tenach, Evangelie en Koran.

Anton Wessels: De Grande Finale
De Apocalyps in Tenach, Evangelie en Koran
Uitgerij Aspekt
ISBN 9789463388924
Prijs: € 35,–

 

Met dank aan Anne-Marie Visser die mij op deze uitgave attent maakte.

[1] Iets soortgelijks vertelde ds. Paula de Jong tijdens een Bijbelkring in de Nieuwendammerkerk te Amsterdam: zinsneden als ‘Zie, dat gij niemand iets zegt’ (Marcus 1:44) en: ‘En Hij gebood hun scherpelijk dat zij Hem niet zouden openbaar maken’ (Marcus 3:12) hebben ook met onder andere angst voor de Romeinen te maken.

 

Kunst als buurtgenoot

Ene, Gij,
geef mij Jou daar
waar Jij leegte bent en stilte,
voorbij en boven al het zegbare uit.
Psalm 138 uit: ‘Laat mij maar zingen. Psalmen na geschreven’,
Gert Bremer [i]

Soms valt iets je zomaar toe. Een week voordat mijn wijkpredikant ds. Paula de Jong en ik zouden brainstormen om te kijken of er, aan de hand van Bijbelteksten die op zondag 22 september a.s. op het leesrooster staan (zoals Psalm 138), in de Nieuwendammerkerk een ‘kunstdienst’ vorm zou kunnen worden gegeven, kregen we de toezegging om voor deze dienst een ets uit de serie ‘Spinoza’ van Harry van Kruiningen te mogen lenen.

Die toezegging kwam van Neerlandicus en cultuurwetenschapper Annemieke Jurgens, die ik ken vanuit mijn werkzame leven bij Muziek Centrum Nederland. Zij is de biograaf van Harry van Kruiningen (1906-1996), een gerenommeerd schilder, graficus en keramist wiens werk in alle grote musea van Nederland valt te vinden, alleen weinig is te zien, al is er op dit moment een kleine tentoonstelling met zijn werk in het Multatuli Museum (t/m 20 oktober a.s.). In 1975 maakte hij zijn genoemde serie naar aanleiding van het werk van de Nederlandse filosoof Benedictus de Spinoza (1642-1677). Dus enkele jaren voordat God weer in het vizier van literatuur en kunst kwam.[ii] De series over zowel Spinoza als Multatuli zijn ook in boekvorm uitgegeven en nog steeds, in het eerste geval antiquarisch, voor een zeer schappelijke prijs te verkrijgen.

Van Kruiningen kwam op het idee van de kunstwerken naar Spinoza na lezing van de biografie over hem door Theun de Vries (1972), net als Van Kruiningen communist en atheïst.
Past dat dan wel in een kerk(dienst)? Ja – als stem en tegenstem. Kijk maar.

Van Kruiningen ging bij het maken van zijn ets ‘God in een wolkenkolom’ (zie foto hierboven) – die we zullen laten zien – uit van een Bijbeltekst (Numeri 12:5) en een definitie van God uit onder andere Spinoza’s Ethica. De tekst van Numeri gaat over God die afdaalde in een wolkenkolom en in de opening van de tent van Aäron en Mirjam stond. De definitie van de God van Spinoza is die van een God die geen gestalte heeft, maar een eeuwig en oneindig wezen is.

Op de ets zien we rechts een tent met tentstokken en al, en zowel links als rechts wolken. Daartussen staat God. Wat opvalt is Diens lege midden, Diens lege hart. Dit refereert aan Spinoza’s idee dat God geen eigenschappen heeft zoals almachtig, alwetend, barmhartig. Er zit alleen niets atheïstisch in, eerder iets panentheïstisch én iets dynamisch. Immers: God is volgens Spinoza niet aanwezig in de natuur, hij is de Natuur. Hoe vaak citeert hij niet teksten van Paulus over geloven in God (Galatenbrief)?

Het lege midden doet denken aan Karl Barth en het boek Het geheim van het lege midden van de theoloog Theo Witvliet: de ‘onvermoede geheimen die in (…) teksten besloten zouden kunnen liggen’. Niet alleen in teksten, ook in beelden. Al zijn we daar in de protestantse traditie wat minder mee vertrouwd. Reden om een keer een ‘kunstdienst’ te houden. Om ons ook door een beeld wat te laten zeggen en ermee in gesprek te gaan.

Opvallend is de techniek die Van Kruiningen bezigde. Annemieke Jurgens beschrijft het in haar biografie aldus: ‘Zelf bedacht hij de techniek om met behulp van een tandartsboor gaatjes door de [ets]plaat heen te boren. Daar waar gaatjes zaten, ontstonden bij het drukken op papier ronde witte (…) bolletjes. Hierdoor ontstond een patroon in reliëf.’

Tenslotte mag ook niet onvermeld blijven, dat Van Kruiningen zijn Spinoza-serie maakte toen hij in Nieuwendam woonde: aan Het Breed 795, dat ik vanuit mijn raam in de verte zie. Voor de hal daarvan maakte hij een langwerpige mozaïek dat nog steeds valt te bewonderen; hieronder een uitsnede daaruit, van de linkerkant (foto Els van Swol):
 Deze blog werd in verkorte vorm, en samen met een kort artikel van ds. Paula de Jong, gepubliceerd in Drieluik, het nieuwe, gezamenlijke, maandelijks verschijnende  kerkblad van de drie protestantse kerken in Amsterdam-Noord.

De kunstdienst is op zondag 22 september a.s., 10.00 uur in de Nieuwendammerkerk, Brede Kerkepad 6-8, Amsterdam, bereikbaar met bus 35 vanaf metrostation Noorderpark, halte Wervershoofstraat.

 

[i] Zie de website van organist Martien de Vos voor een improvisatie op de Geneefse melodie: http://www.martiendevos.nl/ Tijdens de dienst in de Nieuwendammerkerk zal de cantorij o.l.v. Koos Lith een versie van Psalm 138 zingen.

[ii] God in de hedendaagse kunst. Red. Marcel Barnard en Wessel Stoker (uitg. Boekscout, 2018).