Geslaagde kennismaking met Gatti

Daniele GattiNog voor de officiële inauguratie kregen de bezoekers van het Amsterdamse Concertgebouw gisteren de kans om Daniele Gatti (zie foto), de nieuwe chefdirigent van het Koninklijk Concert-gebouworkest, voor dit orkest mee te maken.

In een volbloed romantisch concert-programma, met het orkest in ‘oude’ opstelling: de eerste violen links, de tweede rechts op het podium. Waardoor de contrapuntische dialogen in de Vierde symfonie van Bruckner, de Bachbewonderaar optimaal tot hun recht kwamen.

Voor mij was het de eerste keer dat ik Gatti bezig zag. Ik had wel recensies gelezen die niet altijd even onverdeeld enthousiast waren, dus helemaal onbevooroordeeld was ik niet. Maar die vooroordelen moest ik – gelukkig! – al gauw laten varen, zodat ik niet anders kan zeggen blij te zijn met deze nieuwe chef.
En ja – ik heb inmiddels ook zijn uitspraak ‘Ik zoek het ware, niet het schone’ gelezen (in een stukje van Guido van Oorschot in de Uitkrant van Amsterdam, september 2016). Een uitspraak naar mijn hart.

Gatti kwam rustig de trap af, wachtte tot de zaal was uitgehoest en zette de Ouverture uit Oberon van Carl Maria von Weber in. Hierin willen de houtblazers tegen het slot nog wel eens hoog boven de rest van het orkest uitsnerpen. Maar daar was in deze uitvoering in de verste verte geen sprake van. Alles klonk evenwichtig, de musici lieten zich van hun beste kant horen en gaven hun nieuwe chef alles wat ze in huis hebben.

Dat gold ook voor de fraaie vertolking van Schumanns Celloconcert in a, waarin niemand minder dan Sol Gabetta soleerde. Mooi van toon en mooi gesecundeerd door het orkest – met strijkers die opvallend weinig vibrato toepasten. Ook hierin leek Gatti de klassieke achtergrond van het werk naar voren te willen halen, wat dus niet alleen uit de opstelling van het orkest bleek.
Gabetta speelde als toegift, met de cellogroep uit het orkest, een Catalaans liedje:El cant dels ocells in een bewerking van Pablo Casals.

Als gezegd na de pauze de Vierde symfonie, de Romantische van Anton Bruckner, die net als Weber vanuit een zekere rust werd opgebouwd en nooit over de schreef ging, maar eerder opvallend indringende, verstilde momenten kende. Deze momenten leek Gatti vast te willen houden, toen hij aan het eind zijn handen boven zijn hoofd samenvouwde.
Je zou de muziek nóg langer met je mee willen nemen, en een afspraak willen navolgen die twee vrienden van mij eens met elkaar maakten: na een concert houden we ons mond.

Al met al een geslaagde kennismaking met een dirigent waarvan ik nog veel hoop te kunnen gaan horen! En dat denken meer mensen – want veel concerten in het komend seizoen zijn inmiddels al uitverkocht.

Wijsheden bij het afscheid van Mariss Jansons

Mariss JansonsOnlangs werd ik, op weg naar de metro in station Zuid WTC in Amsterdam, staande gehouden door een verkoper van de Volkskrant. Hij vroeg of ik de krant kende en wat ik ervan vond. Ik antwoordde dat ik er een abonnement op heb gehad, maar dit had opgezegd omdat de zure toon me niet langer beviel. ‘O’, zei hij, ‘u bent een kritische lezer. Dat is mooi. Mag ik u een aanbod doen: wilt u in het weekend de krant lezen en dan uw mening erover aan ons doorgeven?’ Dat leek me wel wat – tot er telkens meer kosten aan bleken te zijn verbonden, tot een aandeel in de bezorgkosten aan toe. Toen heb ik voor de eer bedankt.

Dat neemt niet weg dat ik best gratis een keertje wat wil zeggen over een in dit geval recensie die mij in het verkeerde keelgat is geschoten. Een recensie n.a.v. het afscheid van Mariss Jansons: http://www.volkskrant.nl/muziek/mariss-jansons-is-toegewijd-tot-de-laatste-noten~a3918751/

Met name het gedeelte over wat naar buiten kwam – dat blijkt te zijn gebaseerd op uitlatingen van fluitist Kersten McCall in NRC Handelsblad (19 maart 2015). Dit heeft niets met een recensie te maken, maar eerder met een artikel of – nog beter – een hoor- en wederhoor in een interview. Ik ga hier verder niet op door (de eerste steen, de balk …), maar moest er wel aan denken toen ik op dezelfde dag in het mooie boekje Op weg naar Pasen (eindredactie Leen Bosgra) een wijze les las, opgetekend door Marie-Claire Vandooren. Een les over de drie zeven van Socrates. Ik parafraseer er een gedeelte uit.

Socrates kwam in Athene een man tegen die hem iets wilde vertellen over een vriend. De wijsgeer onderbrak de man en vroeg of wat hij wilde gaan vertellen wel door de drie zeven was gegaan. ‘De drie zeven?’ vroeg de man. ‘Ja’, zei Socrates. De eerste is die van de waarheid: is het waar wat je me wil vertellen? De man bloosde. De tweede zeef, zei Socrates, is die van het goede. De man aarzelde. En de derde zeef tenslotte is die van de noodzakelijkheid. Is het echt nodig dat je dit aan me wilt vertellen? Ook dat moest de man ontkennen. ‘Vergeet het dan’ zei Socrates tenslotte.

Zo wil ik de recensie van Guido van Oorschot vergeten en het op één na laatste concert van Mariss Jansons als chefdirigent (ik hoorde het concert in de AAA-serie op donderdag 19 maart) in mijn hart bewaren.