De film verlangt het geheel

Het eerste shot van de film The Party van Dolly Potter is nagenoeg gelijk aan het slot, en het tweede legt de voorlaatste episode van de film uit. In het begin zit Billy (Timothy Spall) in een stoel te luisteren naar jazzmuziek. Buiten, voor de open tuindeur, loopt een vos langs. De vos staat in de iconologie van de beeldende kunst symbool voor een beest dat zich dood houdt voor de vogel die hij wil vangen en opeten, – voor de duivel ook die, als we Paus Franciscus’ commentaar op vertalingen van het Onze Vader mogen geloven, nog steeds zijn werk doet.

Het détail van de vos is kenmerkend voor de zorgvuldigheid en diepgang waarmee Potter (onder meer bekend van Orlando) haar film heeft gemaakt. Ze heeft lang aan deze zwart-witfilm gewerkt en een sterrenkast om zich heen verzameld. Haar basisidee was een film te maken waarom de kijkers kunnen lachen. Maar je zou de slechts zeventig minuten durende film tekort doen, als je de nadruk alleen dáárop zou leggen. Het is voor alles een sociale satire geworden, zoals Edward St Aubyns roman Met stomheid geslagen (2014) dat ook is. Hier doet de film me soms aan doet denken, ook in de opzet met afwisselende tablaux.

Ook in die roman staat een politicus centraal, zoals in The Party Janet (Kristin Scott Thomas) wordt opgevoerd, die een ministerspost heeft gekregen in het Britse parlement. Dat moet worden gevierd, en terwijl de vrienden op één na op het feestje ter gelegenheid hiervan arriveren, doet Bill een mededeling die hij niet eerder met zijn vrouw deelde. Vanaf dat moment krijgt de satire een beklemmende sfeer als in Who is afraid of Virginia Woolf, waar de film op dat moment aan doet denken. Het is dus, nogmaals, niet alléén een film om te lachen, puur entertainment.

In De Gids (nr. 6/2017) staat een briefwisseling tussen enkele jonge schrijvers. Een ervan, Çağlar Köseoğlu, stelt aan het eind van zijn brief de vraag: ‘Hoe kunnen we zorgen dat we geen entertainment zijn?’ De antwoorden wijken nogal van elkaar af. Roman Helinski stelt dat daarvoor op z’n minst een ontvanger voor nodig is die ervoor openstaat. Nina Polak vindt dat je simpelweg activist moet zijn. Maar het mooiste antwoord kwam, vond ik, van Hannah van Wieringen: ‘Het gedicht kiest geen kant. Het gedicht verlangt het geheel.’ Dat geldt ook voor een film als The Party: entertainment en sociale satire ineen, komedie en tragedie ineen, als in de beste Britse traditie vanaf Shakespeare. Als je het maar wilt zien.

Viva la libertà

Viva la libertàDe film Viva la libertá wordt in de pers een beetje weggezet als komedie zonder diepgang. Het is de vraag of dit helemaal waar is, en of de kwesties die worden opgeroepen niet gewoon onbeantwoord blijven.
Zo lopen er toch wel opvallend veel lijntjes naar Julius Caesar van Shakespeare.

Julius Caesar wil niet meer naar het Capitool. Hij heeft het, net als Enrico Oliveri die in de film die bij een panel moet verschijnen, helemaal gehad. En zoals politiek assistent Bottini zich afvraagt of hij niet iets moet doen, anders dan Oliveri voor ziek verklaren, zo doen ook de senatoren dat in Julius Caesar. Dat het verhaal daar anders afloopt, is bekend. De achterliggende vraag – is het wel goed dat de macht in handen ligt van een – ziek – persoon -, is dezelfde. De uitwerking is natuurlijk anders.

In de film van Roberto Andò verschijnt een dubbelganger, Enrico’s tweelingbroer Giovanni ten tonele. Hij wordt, in tegenstelling tot Enrico, enorm populair bij de linkse achterban. Zowel Viva la libertà als Julius Caesar gaan onder meer over de macht van het woord. Enrico verbastert tal van filosofische, diepgaande teksten. Zoals een populist betaamt.

Het volk, dat dit allemaal slikt, wordt getoond als een al even anonieme massa als in het drama van Shakespeare. Bij een recente opvoering van Julius Caesar werd ‘het volk’ gesymboliseerd door zes slagwerkers en een drumband. Aan het eind speelden ze, monddood gemaakt, luchtmuziek.
In de film vormt de ouverture La forza del destino (De macht van het noodlot) het Leitmotif. Een opera van Verdi die speelt in het Spanje en Italië (!) van rond 1750. De identiteit van de hoofdpersonen is in de opera onbekend, net zoals niemand weet (of hooguit vermoedt) dat Giovanni in de film niet de echte oppositieleider is.

Dat de release van zowel de film als een opvoering van Shakespeares drama door Het Zuidelijk Toneel juist nu plaatsvinden, lijkt geen toeval. Jammer alleen dat de film niet volhardt in de samensmelting tussen komedie en tragikomedie waarmee het begint. Een samenspel dat Shakespeares werk nu juist zo groot maakt. Maar ja, dan noem je ook wat …