Vroege Frank Martin

Frank MartinTijdens de uitzending van Podium Witteman op 26 april jl. bracht zangeres Cora Burggraaf met pianobegeleiding de eerste uitvoering van de door de weduwe van de componist, Maria Martin-Boeke in een la gevonden compositie Le roi a fait battre tambour uit 1916 van Frank Martin (zie foto). Op 13 mei zal in Winterthur (Zwitserland) o.l.v. Jac van Steen de première met orkest worden gegeven.
Ter gelegenheid hiervan herplaats ik enkele gedeelten uit een artikel over Martin dat ik schreef voor
Mens & Melodie (4/1980) onder de titel Het eclecticisme van Frank Martin.

 

Men heeft Frank Martin (1890-1974) wel een eclecticus genoemd. Marius Monnikendam meende dat Martins oeuvre is gebouwd ‘op een solide basis van nobel vakmanschap, maar op de keper beschouwd (…) een eigen stem [mist]’ (in: Nederlandse componisten van heden en verleden, p. 186). Maar is eclecticisme wel synoniem aan oppervlakkigheid en opportunisme?

Martins eclecticisme is een erudiete synthese van tonaliteit en de twaalftoonsmuziek van Arnold Schönberg en Alban Berg, en tevens van het Duitse en Franse idioom dat hem in zijn jonge jaren had aangetrokken en doorklinkt in de recent gevonden compositie. Erudiet omdat Martin blijk gaf van een grote veelzijdigheid, een grote kennis van andere zaken dan alleen muziek, naast een goede smaak en kritische zin.

Behalve de eenheid Duits-Frans idioom, treffen we bij Martin ook de eenheid theorie-praktijk en rationaliteit-gevoel aan. Daarnaast tonen met name de derde akte van Der Sturm, de Ballades en het oratorium Golgotha – dat is geïnspireerd op Rembrandts licht-donkerets De drie kruisen – een typerende synthese van lyriek en epiek.

In landen waar verschillende cultuurelementen naast elkaar bestaan, is het te verwachten dat deze op elkaar inwerken en samensmelten. Vaak gaat het dan om elementen van buitenaf die daarom opmerkelijk genoeg een des te grote aantrekkingskracht schijnen te bezitten. Bepaalde zaken werden uitgezocht (vandaar het – Griekse- woord ‘eklegein’ = uitkiezen) en in gunstige zin tot een nieuwe eenheid samengesmolten.

In Martins geboorteplaats Genève maakte hij meer dan met de Franse muziek kennis met de muziek van Bach, de Weense klassieken, Brahms, Richard Strauss en Mahler. Ook in het huis van dominee Charles Martin en Pauline Duval speelde de Duitse cultuur een grote rol. Op de vraag van J.-Cl. Piguet of Martin zich meer Frans dan Duits voelde, antwoordde hij: ‘Je peux répondre: ni l’un, ni l’autre’ (in: Entretiens sur la musique, p. 15).

‘Zwitserland’, schreef K.H. Wörner, ‘neemt onder de Europese muzieklanden in onze eeuw [lees: de 20ste eeuw, vS] een aparte plaats in. Zijn positie wordt evenzeer bepaald door de conservatieve houding als door de ontvankelijkheid voor het nieuwe (…). Alle componisten grepen aan wat hun geboden werd om het in hun persoonlijke opvatting te verwerken’ (in: Hedendaagse muziek in de Westerse wereld, p. 250). Tot een liedje zoals dat nu is gevonden aan toe.

Achteraf …

AnkMuziek Centrum Nederland (MCN) zat net in het nieuwe pand aan het Amsterdamse Rokin, toen de Nederlandse Vereniging van Muziek-bibliotheken, Muziekarchieven en Muziekdocumentatiecentra (NVMB) besloot dat het goed was de jaarlijkse studiedag dáár te houden. Een van de leden van de programmacommissie leek het een goed idee Ank Schonewille (zie foto van Jantien Dubbeldam, 2008) te vragen één van de inleidingen te houden.
Ik weet dat ik een beetje zenuwachtig was om haar, een grote naam in ons vakgebied, te ontmoeten. Dat bleek, zoals zo vaak, achteraf grote onzin. En het bleef niet bij die ene ontmoeting. Maar altijd, achteraf bekeken, nog te weinig.

Ank werd medelid van het NVMB-bestuur. Bij één van de bestuursvergaderingen, weer bij MCN, viel het ons op dat ze achterstevoren de monumentale trap af liep. Oké, het was geen gemakkelijke trap en er was wel eens een motorhelm en zelfs iemand vanaf gevallen, maar met een beetje voorzichtigheid was het goed te doen. Er klopte duidelijk iets niet en Ank is toch maar naar de huisarts gegaan. Er klopte zeker iets niet, en achteraf was dit het begin van een lange weg met vallen en – steeds minder – opstaan.

Aan het begin ervan hebben Gert Floor, de toenmalige voorzitter van het NVMB-bestuur en ik, de secretaris, Ank opzocht in Zwolle, waar ze woonde en (nog) in de bibliotheek van het ArtEZ conservatorium werkte, die ze in zo’n 37 jaar had zien en mede laten uitgroeien tot een prachtige collectie waar ze trots op was en mocht zijn.
Eerst gingen we naar een orgelconcert in de Grote Kerk. Ik geloof achteraf dat Gert niet eens zo gek op orgelmuziek is, maar het sterkte ons wel en heeft, net als het bezoek, een verbondenheid geschapen die onze hele gezamenlijke bestuursperiode voortduurde.

We leerden Ank ook beter, en van een andere kant kennen: optimistisch, vol liefde voor haar raskatten, alles wat met circus heeft te maken en natuurlijk voor haar verzameling kunstpoppen die overal stonden en zaten. In alle verenigingen die iets met katten, circus en poppen hadden te maken was ze wel actief. Maar over muziek hebben we ’t wonderbaarlijk genoeg niet gehad; het duurde tot de afscheidsdienst tot ik hoorde dat Neil Diamond, de song What a wonderful world en Strauss’ 4 Letzte Lieder (zie de tekst van Beim Schlafengehen van Hermann Hesse hieronder) tot haar lievelingsmuziek behoorden.
’s Avonds gingen we gedrieën samen eten. Ank liep met krukken, op de middenweg als ik me goed herinner, en zei dat ze absoluut niet mocht vallen en haar heup breken, want dat zou rampzalig zijn. Dat is later gebleken.

We spraken af dat als ik in Zwolle was, we samen ergens iets zouden eten of drinken. Elke keer weer was Ank optimistisch en vol lof over haar ‘professor aan het UMC in Groningen.’ De kanker leek wel een chronische ziekte geworden, meende zij. Of hoopte ze. De techniek van elke behandeling interesseerde haar mateloos, rationeel ingesteld als ze was.

Zelfs deed ze nog een cursus van de Gemeenschappelijke Opleidingen (GO) die ik in Utrecht gaf. Waarom dat moest, wist ze eigenlijk zelf ook niet, van 1979-1982 lid van de FOBID-commissie die de Nederlandse vertaling verzorgde van de internationale standaard voor titelbeschrijven van musicalia.
En weer was ik een beetje zenuwachtig. Ten onrechte, bleek ook nu weer, want ze vond het eigenlijk toch wel leuk en zei zelfs nog wat te hebben geleerd.

Maar het meest heb ik van Ank geleerd. Over hoe moedig met een rotziekte in het leven te staan, en te genieten van de kleine dingen, zoals het lezen van een boek. En plannen te blijven maken: ‘Als je weer komt gaan we met de auto naar Kasteel het Nijenhuis bij Wijhe.’ Het is blij plannen gebleven, want op 20 februari is zij op 58-jarige leeftijd overleden, over het leed heen getild, zoals ds. Hans Koops tijdens de afscheidsdienst, in Ermelo, zei. Haar nagedachtenis zij tot zegen.

Nun der Tag mich müd’ gemacht,
soll mein sehnliches Verlangen
freundlich die gestirnte Nacht
wie ein müdes Kind empfangen.Hände, laßt von allem Tun,
Stirn, vergiß du alles Denken.
Alle meine Sinne nun
wollen sich in Schlummer senken.Und die Seele, unbewacht,
will in freien Flügen schweben,
um im Zauberkreis der Nacht
tief und tausendfach zu leben.
Nu de dag mij moe heeft gemaakt,
wens ik smachtend
de vriendelijke sterrennacht
als een vermoeid kind te ontvangen.Mijn handen, ik laat ze niets meer doen
mijn hoofd, vergeet al het denken.
Al mijn zintuigen willen nu
zich sluimerend verminderen.En onbewaakt wil mijn ziel
in vrije vlucht gaan zweven
om in de toverkring der nacht
diep en duizendvoudig te leven.