Louter symfonisch repertoire door Münchener Philharmoniker

Na het Boedapest Festival Orkest was het gisteren de beurt aan de Münchener Philharmoniker om in het Amsterdamse Concertgebouw op te treden in het kader van de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten. Zij kwamen onder leiding van Valery Gergiev, hun chef-dirigent vanaf seizoen 2016-2016, met louter symfonisch repertoire: de Derde symfonie van Joh. Brahms (foto links) voor de pauze, en Ein Heldenleben van Rich. Strauss (foto rechts) erna; ‘een held op sokken’ noemde J. Reichenfeld het eens in een recensie.

Vooral het laatste werk vereist een grote orkestbezetting; het orkest paste nauwelijks op het podium: eerste violisten links, met daarachter de contrabassen, tweede violisten rechts met daartussen in de andere strijkers en daarachter, zoals gebruikelijk, hout- en koperblazers en slagwerk.
In tegenstelling tot het orkest uit Boedapest ‘zoefen’ de contrabassen hier niet, leggen ook niet zozeer een basis voor de orkestklank, maar mengen zich met het geheel, zoals alle groepen opvallend fraai tezamen zorgen voor een homogene orkestklank.

Die orkestklank heeft een enorme draagkracht, ook in de opvallend mooie, zacht gespeelde passages. Dit geldt ook voor de instrumentengroepen afzonderlijk. De blazers voegen daar een groot, rond en warm timbre aan toe, als geheel maar ook in mooie solopassages in beide werken. Dit geldt ook voor de vioolsolo in het werk van Strauss door concertmeester Lorenz Nasturica-Herschcowici.
Met dit werk waagden zij zich overigens in het hol van de leeuw; de componist droeg immers zijn compositie op aan het Concertgebouworkest en Willem Mengelberg.

Wat buitengewoon is, is het feit dat Gergiev, met zijn kenmerkende, fladderende handbewegingen, voortdurend een doorzichtige orkestklank nastreeft. Tot in de luidste passages aan toe weet hij dit te bereiken. Slechts een sporadische keer is een inzet wat onafgewerkt, maar dat zijn maar een kleine smet op dit door de volle zaal hogelijk gewaardeerde concert.

Er volgen nog drie concerten in deze serie, waaronder nog twee met orkesten van Duitse bodem: het Gewandhausorchester Leipzig en de Berliner Philharmoniker. Mooi vergelijkingsmateriaal!

Top-10 concerten 2017

Hieronder de tien concerten uit het afgelopen jaar die mij het meest zijn bijgebleven.

150 Psalms
Tijdens het Festival Oude Muziek Utrecht, dat ik praktisch elk jaar voor een of meer concerten ‘aandoe’, werd een tweede, klein festival georganiseerd: de 150 Psalmen uitgevoerd door vier verschillende koren: het Nederlands Kamerkoor (foto: Foppe Schut), het Amerikaanse Choir of Trinity Wall Street, de Tallis Scholars en de publiekslieveling Der Norske Solistkor. Een geweldige ervaring om meegemaakt te hebben.

Fiumarathon
In het kader van November Music in ’s-Hertogenbosch, stond een hele dag de muziek van oud-collega Anthony Fiumara centraal. Ik blogde er op deze site al over. Een belevenis van jewelste!

Mariavespers
Tijdens het Holland Festival werd in de Gashouder van de Amsterdamse Westergasfabriek dit meesterwerk van Monteverdi uitgevoerd in een coproductie met De Nationale Opera. Niet alleen de uitvoering op zich was geweldig, door Pygmalion o.l.v. Raphaël Pichon, maar ook de sculptuur van Berlinde De Bruyckere waaromheen alles zich afspeelde.

Abdel Rahman El Bacha
Deze meesterpianist, die naar mijn idee veel te weinig bekend is, speelde op 1 april in de Serie Piano van het Muziekgebouw aan het IJ 72 preludes van Bach, Chopin en Rachmaninov. Een marathonconcert met twee pauzes, maar voor mij had het nog wel even door mogen gaan!

Chiaroscuro Kwartet
De kennismaking met dit kwartet was er een van de hoogste orde: op oude instrumenten speelden zij werken van Haydn, Fanny Mendelssohn en – met Ronald Brautigam aan de fortepiano – Schumann. Een verrassing, na het tegenvallende eerste concert in de serie Kleine Zaal Melange in het Amsterdamse Concertgebouw.

Budapest Festival Orkest
Wat een orkest, dat speelde in de serie Wereldberoemde Symfonieorkesten van het Concertgebouw in Amsterdam. Ook nog eens onder leiding van Iván Fischer, die ik zeer hoog heb. Zoevende contrabassen – waar hoor je dat nog meer? In werken van Bach, Mozart (met pianist Emanuel Ax) en Tsjaikovski.

Koninklijk Concertgebouworkest
Ik heb in deze column niet onder stoelen of banken gestoken, dat ik blij ben met de nieuwe chef-dirigent van het KCO: Daniele Gatti. Tijdens de Robeco Summer Nights speelde het orkest onder zijn leiding een programma met Wolfgang Rihm (IN-SCHRIFT), een groot hedendaags componist wiens carrière ik zo goed mogelijk probeer te volgen, en Anton Bruckner (Negende symfonie). Grandioos.

Akademie für Alte Musik Berlin
Tijdens de Robeco Summer Nights, in het kader waarvan ik altijd wel enkele concerten bezoek, speelde de door mij zeer geliefde violiste Isabelle Faust met de Akademie für Alte Musik Berlin een heel Bachconcert. Inclusief een Sinfonia van Carl Ph. Emanuel.

De troost van Stabat Mater
In de Serie Oude Muziek van het Muziekgebouw aan het IJ voerden PRJCT Amsterdam met Rosemary Joshua (sopraan) en Maarten Engeltjes (countertenor) onder meer het Stabat Mater van Pergolesi uit, afgewisseld met een voordracht van P.F. Thomése uit diens boek Schaduwkind. Het werk van Pergolesi blijft indrukwekkend.

Glen Dempsey
Tijdens de zomer mag ik altijd graag overal en nergens orgelconcerten bezoeken. Eén sprong er dit jaar voor mij uit: door Glen Dempsey uit Cambridge, op 12 juli in de Basiliek van de H. Nicolaas in Amsterdam. Hij speelde er met veel stijlgevoel werken van Joh. Seb. Bach, Mendelssohn-Bartholdy, Reger, Franck en Brahms.