Alleen maar genieten

Bij de voorstelling Dood in Venetië in het Amsterdamse Koninklijk Theater Carré nam ik me voor eens alleen maar te ge-nie-ten. Van de muziek van Webern, Muhly, Strauss,  Monteverdi, Bach en Schönberg (door de Oekraïense countertenor Yuriy Mynenko met het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. David Robertson), van het toneelspel, van de prachtige enscenering en de regie van Ivo van Hove. Zonder voorbehoud, na alles wat ik om me heen hoorde en inmiddels over deze voorstelling had gelezen. ’s Middags nog een artikel van Italiëkenner Anne Branbergen in De Groene Amsterdammer.

Laat ik bij het stuk van Branberger beginnen. Zij vergelijkt de tekst van Ramsey Nasr naar Thomas Mann (uitgegeven bij De Bezige Bij) met de roman Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer. Nadat ik de voorstelling heb gezien en gehoord, denk ik dat Branberger een meer cultuuroptimistische met een vooral cultuurpessimistische kijk op Venetië vergelijkt. Ik vermoed dan ook dat ik liever Cees Nootebooms boek Venetië (ook De Bezige Bij) lees, wanneer ik later dit jaar de Biënnale bezoek. Nooteboom bezingt de schoonheid van een (inderdaad) bedreigde stad. Het is die dubbelheid die ook het werk van Mann kenmerkt, leerde ik tijdens een cursus over hem door Michiel Hagdorn, waarover ik eerder blogde.

Het gaat denk ik in de tekst van Nasr primair om het eerste, al loopt de dood (Charon) er ook in rond; het woord ‘schoonheid’ valt vele, vele malen. De Poolse jongen Tadzio (in het origineel Wladzio) staat er symbool voor, zoals Jozef in de Jozefromans van Mann ook als ‘Jung und Hübsch’ wordt omschreven en de schrijver zelf bij Nasr volgens mij symbool staat voor de (bedreigde) kunst in het algemeen, om het even of het over muziek of literatuur gaat. Het stuk dat in Carré werd opgevoerd, was denk ik voor alles een lofzang op de evenzeer bedreigde kunst.
Het was een mooie avond. Wat je er verder ook over wilt zeggen. En wat dan, dat heb ik voor een keertje even niet willen horen.

https://ita.nl/nl/voorstellingen/dood-in-venetie/137/

https://www.concertgebouworkest.nl/nl/concert/dood-in-venetie-2

https://www.groene.nl/artikel/ze-zouden-je-geslacht-eraf-moeten-snijden

De poëzie van de natuur

herman de vries_MesaIn 2009 maakte ik voor het eerst, in ieder geval bewust, kennis met het werk van herman de vries. Het was in het Kröller-Müller Museum. Ik kan me het huidige gemor naar aanleiding van de keus om zijn werk te kiezen als Nederlandse inzending voor de Biënnale van Venetië in 2015 dan ook levendig voorstellen. Want laat ik eerlijk zijn: ik voelde me bekocht.

 

Ik zag een kleedje met daarop een verzameling objecten: Mesa (zie afb.). Natuurobjecten, keurig gerangschikt. Het stelde naar mijn idee in de dubbele betekenis van het woord niets voor. Mocht misschien ook niets méér voorstellen dan de tot subject verklaarde objecten. Of, zoals de vries in een interview met Renate van der Zee  in Kunstbeeld (nr. 9/2014) zegt: ‘Mijn doel is mensen de ogen te openen voor de poëzie van de werkelijkheid. De natuur is al af, daar hoeft niets aan te worden toegevoegd’.

Ik stond erbij, keek ernaar en ergerde me er dus aan. En gelukkig heeft het volgens de kunstenaar in hetzelfde interview ‘ook een betekenis als mensen moeten nadenken over het waarom’. Dus: ja, waarom ergerde ik mij eigenlijk aan dit ‘objectieve werk, de neutrale weergave van de werkelijkheid’?

Het antwoord kwam op de tentoonstelling Curiosity. De kunst van het weten in de Appel arts centre in Amsterdam bij het zien van door de Franse surrealistische schrijver Roger Caillois verzamelde stenen, agaat, albast, kwarts en japis uit het Musée National d’histoire naturelle (Parijs).

De stenen lagen ook op zich mooi te wezen. Maar ze hadden niet het belerende vingertje erbij van de vries: kijk hoe mooi de natuur is, maar nodigden eerder uit tot een: kijk, wat je er zelf allemaal in kunt zien. Een landschap, een wolkenlucht, een zeegezicht, een vis. Het mysterie geeft zich niet zomaar prijs, op een presenteerblaadje (of een kleedje). Je moet je eigen fantasie erop loslaten.

Dat is een andere manier met je publiek omgaan als de vries doet. En die is me wel zo lief. Ik heb er ademloos naar staan kijken. En ergeren deed ik me al helemaal niet.

Vanaf 20 september 2014 is een grote overzichtstentoonstelling van het werk van herman de vries te zien in het Stedelijk Museum Schiedam.
Curiosity is t/m 14 september 2014 te zien in de Appel arts centre, Amsterdam.

Er-varen

Ragnar KjartanssonVertelde iemand dat hij tijdens de Biënnale van Venetië (nog t/m 24 november 2013) een boot had zien varen, met daarop zes koperblazers waarvan het Wagneriaanse geluid over het water verwaaide. “Zó prachtig, zó mooi, je moet gewoon niet eens willen wéten wat het betekent.”

 

Ik betrapte me erop dat ik meteen de boot bij Wagner probeerde te plaatsen (Das Rheingold) en pas daarna de boot op de Amstel bij Carré zag waarop tijdens het traditionele concert op 5 mei een eenzame trompettist en paukenist de Toccata tot Monteverdi’s Orfeo (of, zo u wilt, tot diens Mariavespers) spelen; seculier of geestelijk, het is om het even.

Het is zinnenprikkelend, die S.S. Hangover van de IJslandse kunstenaar Ragnar Kjartansson met muziek van Kjarton Sveinsson. Het water draagt de boot en de muziek, woordloos. Net als wat bij Monteverdi aan de opera of de vespers vooraf gaat. En toch kan ik het niet laten: waar doet die boot veder nog aan denken? Aan wat Homerus beschreef, aan een Vikingboot, een Venetiaans schip? Ach nee, aan een vissersboot waarvan op z’n tijd de netten worden uitgeworpen, zoals in Venetië op z’n tijd een musicus afstapt. Het is een dagend wonder, of het zich nu op het meer van Tiberias afspeelt of op het water bij het Arsenale in Venetië. Spijziging van oor en oog:

RAGNAR KJARTANSSON, S.S. HANGOVER

O, hoe bijzonder troostend de trage
klanken van koper onder
het dak van de oude loods. De lage
tonen een dagend wonder
dat een woordeloos leven ook slagen
kan,
volslagen,
volmondig.

(Adriaan Deurloo)