Leren maar

Even na half augustus verschijnt een Zomercolumn van mij op literairnederland.nl (link komt hier). Het onderwerp is ‘Contrapuntisch lezen.’
Een mooi voorbeeld is een gedicht dat Adriaan Deurloo (foto links) een maand en een dag na het overlijden van zijn zoon Ruben schreef, en een gedeelte uit de studie over Spinoza van Kees Schuyt (foto rechts) die ik onlangs op deze blog besprak.
Eerst het gedicht, dan het gesprek met Spinoza en Schuyt.

Besef steeds weer, steeds
meer dat leven leren is.
Dat leren je verweer
is tegen het gemis,
’t inbrekende verdriet
om wie jou achterliet.

Leren dat leven van
de moederschoot af aan
feitelijk niets anders dan
steeds afscheid is, weg gaan
uit de vertrouwde kring.
Jij moet de leegte in.
Jij moet in de woestijn
weer leren wat jou zijn
opnieuw betekenen moet.

Het helpt daarbij wel goed
het als ontdekkingstocht,
’n reis naar ’t beloofde land
te zien – kort door de bocht
misschien, ja zelfs pedant.
Maar – merk je als je ’t doet,
het geeft de burger moed.

Dus leren maar. De vragen
verduisteren je kim.
Maar plotseling gaat het
dagen.
Je houdt je adem in.

Het is niet een gedicht over Spinoza, laat dat duidelijk zijn, maar er valt wel veel van diens denken in terug te vinden. Voor mij dan, want ik weet niet of Deurloo wat met Spinoza heeft; ‘zijn’ filosoof is Joh. Georg Hamann (1730-1788).
Het gedicht van Deurloo gaat een weg die niet alleen doet denken aan die van Spinoza met zijn drie stappen: de imaginatio (verbeelding), ratio (rede) en intuïtie (inzicht), maar ook aan zeven punten die Schuyt noemt (p. 252-253). Natuurlijk zijn er ook wezenlijke verschillen en die maken het gesprek uit.

Leren is volgens Deurloo verweer tegen gemis. Interessante vraag daarbij is volgens Schuyt of je ’t inbrekende verdriet / om wie jou achterliet ook ‘kunt verdrijven door een heel mooi gedicht (…) te lezen of naar mooie muziek te luisteren. Spinoza vond van niet.’ Deurloo als fervent concertganger en muziekliefhebber ongetwijfeld wel, maar daar gaat het hier niet om. Ook niet over de manier van leren die Elizabeth Bishop in een door Schuyt vervolgens geciteerde dichtregel bedoelt: ‘De kunst van verliezen valt te leren.’
Het leren bij Deurloo is verwant aan het levenslange, joodse lernen, een bevrijdende Exoduservaring, weer leren wat jou zijn / opnieuw betekenen moet. Een inzicht dat, volgens Schuyt, ‘uit jezelf komt en niet meer uit (…) emoties.’

Het is een ontdekkingstocht, of zoals Schuyt Spinoza verklaart ‘mentale training.’ Die opeens kan leiden tot het ‘verdrijven van emoties.’ En dan gaat het dagen en houd je je adem in. Dat is wat Spinoza intuïtie noemt.

Het kwaad

Abraham de Swaan_Compartimenten van vernietigingDe eerste avond over het thema ‘Het kwaad’ van het Leerhuis Amsterdam Tenach & Evangelie (LATE, 7 oktober 2014) ging over het boek Compartimenten van vernietiging van Abraham de Swaan (zie afb.) Spreker Wilken Veen, predikant van LATE, had zijn inleiding onderverdeeld in drie delen:
1. Bespreking van het boek zelf
2. De kritiek van Abraham de Swaan op Hannah Arendt
3. Zijn eigen reactie.
Deze blog deel ik op een soortgelijke manier in: een verslag van Veens lezing, enkele punten uit de discussie na de pauze en mijn eigen reactie. De bedoeling is om zo verder te komen.

1. Het boek
De inleiding van Wilken Veen was grotendeels gebaseerd op een artikel dat hij eerder schreef voor het tijdschrift Ophef en ook op zijn eigen website plaatste: http://www.wilkenveen.nl/?p=654. Ik hoef hier dus niet al te uitgebreid bij stil te staan, en geef alleen enkele saillante punten weer waar ik in mijn eigen reactie op inga.
Wat Veen in eerste instantie was opgevallen, was dat de Tweede Wereldoorlog in het boek van De Swaan nauwelijks aan bod bomt, terwijl het toch een doorlopend aanwezig achtergrondverhaal is waaruit zich een patroon ontwikkelt.
Het tweede was aan het begin van het boek al opvalt, is de uithaal naar Hannah Arendts these ‘banaliteit van het kwaad’  (Hannah door Veen overigens consequent gespeld als Hanna). Volgens hem heeft De Swaan haar niet goed begrepen. Adolf Eichmann, op wie deze these van toepassing is, was in alles een mens als u en ik die in andere omstandigheden wellicht andere keuzes zou hebben gemaakt. Wat ten derde Veen nog meer verbaasde, was dat het boek eigenlijk een onderbouwing van Arendts denkbeeld is, omdat de conclusie zou kunnen luiden, dat het van de situatie, de omstandigheden afhangt.

2. Discussie
Dit laatste punt kwam in de discussie terug, in die zin dat werd gesteld dat het niet alléén aan de omstandigheden ligt. Benadrukt werd dat er altijd mensen zijn en zijn geweest, die niet in het kwaad meegaan. Bart Voorsluis – de spreker van de volgende avond in deze serie (4 november a.s.) – benadrukte dat het er Arendt om ging, dat Eichmann niet kon ‘denken’, dat wil zeggen verantwoordelijkheid nam voor wat hij dacht en deed. Dát is het banale eraan.
In twijfel werd getrokken of het wel zo is, dat Eichmann en anderen net zulke ‘gewone mensen’ waren als wijzelf zijn. Zonder dat natuurlijk wordt ontkend dat wij ook een donkere kant hebben. Maar wij hebben een vrije wil, ‘dat is ons oordeel’, zoals gespreksleider Adriaan Deurloo treffend zei – ook al vooruitlopend op de volgende avond, over Genesis en het paradijs.

3. Reactie
Als ik de hiervoor weergegeven punten naloop, denk ik dat De Swaan er wel eens een bedoeling mee kon hebben gehad om de Tweede Wereldoorlog als een doorlopend aanwezig achtergrondverhaal weer te geven en minder expliciet dan verwacht. Eigenlijk gaf Veen zelf impliciet al het antwoord: het gaat om een patroon, en minder om omstandigheden en situaties, woorden die in zijn artikel respectievelijk één (patroon), twee (situatie) en drie (omstandigheden) keer voor komen. Als je dat erkent, was de Tweede Wereldoorlog geen geen breuk met het verleden, maar een continuïteit, hoe uitzonderlijk ook.

De Swaan zelf legt de nadruk op het procesmatige: ‘Compartimentalisatie is het proces waarin mensen ideologisch gescheiden worden in tegengestelde categorieën, sociaal en ruimtelijk gesegregeerd, institutioneel gediscrimineerd, en psychisch geïsoleerd’ (p. 256). Viktor Frank heeft terecht betoogd dat situatie en omstandigheden niet allesbepalend zijn, want voor je het weet beland je – zoals in de discussie ook naar voren kwam – in een sociaal-deterministisch denken. 1)

De Swaan zelf heeft zich in een interview uitgelaten over de vraag waarom hij zo hard heeft uitgehaald naar de these van Hannah Arendt: ‘In mijn boek bestrijd ik haar bewering dat massamoordenaars enkel maar “gewone mensen” zijn. Een paar jaar na haar boek over het Eichmann-proces – waarin ze het over deze “banalisering van het kwaad” had – schreef ze een inleiding bij een verslag van de verschrikkelijke Frankfurter Auschwitz-processen. Je zag daar de goorste vuillakken, die arrogant achteroverleunend de getuigen koeioneerden. Ze wisten dat de rechter in het geheim met hen sympathiseerde. Toen pas vielen de schellen Arendt van de ogen en zag ze wat er werkelijk aan de hand was: dat die mensen heel goed wisten waar ze mee bezig waren geweest in de oorlog. Toch kon ze haar eigen ongelijk niet toegeven. Dat maakt haar een kopje kleiner.’ 2)

Geert de Vries tenslotte heeft in een mooie recensie van De Swaans boek gesteld dat ‘de moordenaars geen “gewone mensen als u en ik” zijn, maar een biased sample uit de bevolking, van mensen met minder empathie dan gemiddeld, met meer wreedheid en met een groter vermogen tot depersonalisatie’. Ik denk dat hij gelijk heeft. Ik hoop dat hij gelijk heeft. 3)

1) Viktor Frankl, De zin van het bestaan (Rotterdam, 1978) 159.
2) Abraham de Swaan,’Ontkenning is een fase van weten’, in: Filosofie Magazine (sept. 2014) 15-16.
3) Geert de Vries, ‘Ongemakkelijke antwoorden’, in: De Gids 2014 (3) 31.

Er-varen

Ragnar KjartanssonVertelde iemand dat hij tijdens de Biënnale van Venetië (nog t/m 24 november 2013) een boot had zien varen, met daarop zes koperblazers waarvan het Wagneriaanse geluid over het water verwaaide. “Zó prachtig, zó mooi, je moet gewoon niet eens willen wéten wat het betekent.”

 

Ik betrapte me erop dat ik meteen de boot bij Wagner probeerde te plaatsen (Das Rheingold) en pas daarna de boot op de Amstel bij Carré zag waarop tijdens het traditionele concert op 5 mei een eenzame trompettist en paukenist de Toccata tot Monteverdi’s Orfeo (of, zo u wilt, tot diens Mariavespers) spelen; seculier of geestelijk, het is om het even.

Het is zinnenprikkelend, die S.S. Hangover van de IJslandse kunstenaar Ragnar Kjartansson met muziek van Kjarton Sveinsson. Het water draagt de boot en de muziek, woordloos. Net als wat bij Monteverdi aan de opera of de vespers vooraf gaat. En toch kan ik het niet laten: waar doet die boot veder nog aan denken? Aan wat Homerus beschreef, aan een Vikingboot, een Venetiaans schip? Ach nee, aan een vissersboot waarvan op z’n tijd de netten worden uitgeworpen, zoals in Venetië op z’n tijd een musicus afstapt. Het is een dagend wonder, of het zich nu op het meer van Tiberias afspeelt of op het water bij het Arsenale in Venetië. Spijziging van oor en oog:

RAGNAR KJARTANSSON, S.S. HANGOVER

O, hoe bijzonder troostend de trage
klanken van koper onder
het dak van de oude loods. De lage
tonen een dagend wonder
dat een woordeloos leven ook slagen
kan,
volslagen,
volmondig.

(Adriaan Deurloo)