Drieluik – Pijn

1. Albert Camus

Afgelopen jaar begon voor mij op twitterland met een discussie over een artikel in Trouw dat door een auteur (historicus en recensent) was opgeduikeld en opnieuw onder de aandacht werd gebracht (zie link onderaan deze blog).
Ik struikelde over het verschil dat daarin wordt gemaakt tussen de God van het Oude- en de God van het Nieuwe Testament en tweette: ‘Daar hebben we de zogenaamde Oudtestamentische, jaloerse God weer eens… Jammer, jammer toch altijd weer. Alsof er twee bestaan: een Oud- en een Nieuwtestamentische’. Voor je het weet ben je in het dualistische Manicheïsme beland.

Je kunt er de klok op gelijk zetten en op een reactie wachten. Het ging alleen niet over waar ik mee kwam (zo blijf je zelf buiten schot), maar over een artikel dat ik eens over Albert Camus heb geschreven in Bekirbénoe, een periodiekje van het leerhuis dat in de huidige vorm een beetje van de leg lijkt te zijn geraakt, als ik hun programma voor komend jaar bekijk.[i]
Die reactie eindigde uiteindelijk met de zinsneden: ‘Ik vermoed dat hier wensdenken en toe-eigening uwerzijds in het spel is’. Ook die ben ik al in een eerder verband al in heel wat toonaarden tegengekomen, tot nationalisme aan toe. Het slaat er dan op dat ik joodse elementen in het werk van wie dan ook had aangewezen. Hoe zou ’t gaan als ik als niet-islamiet islamietische elementen zou aanwijzen, gewoon als ook een bron van onze westerse beschaving die vaak wordt veronachtzaamd? De beer zou dan denk ik helemaal los zijn …

2. In het vlees

Enkele dagen later las ik in hetzelfde dagblad Trouw als hiervoor genoemd, een interview van Sander Becker met de dichter, wiskundige en filosoof Roelof ten Napel naar aanleiding van diens nieuwe dichtbundel In het vlees (uitg. Hollands Diep). Aan het begin schrijft Becker: ‘Pijn manifesteert zich in vele gedaanten, met vleselijke en geestelijke elementen in wisselende verhoudingen’. Ik kon het op grond van de hiervoor geschetste ervaring – en niet alleen die – alleen maar beamen. Ten Napel heeft de pijn letterlijk vorm gegeven in honderdveertig essayistische sonnetten, die bijna allemaal verminkt zijn, omdat ze niet de klassieke sonnetvorm bezigen, maar andere, als door pijn verwrongen. Niet dat ze allemaal autobiografisch zijn, dat niet. Want het is volgens de dichter ‘vooral belangrijk dat een goed gedicht bij de lezer iets laat meeresoneren, ook als de lezer een heel andere achtergrond heeft dan ik’.

De overeenkomst tussen de hiervoor beschreven twitterervaring en de pijn van Ten Napel is ‘het systematische leed dat mijn religie produceert’. Bij Ten Napel gaat het om LHTBI-haat, bij mij om anti-judaïsme dat steeds maar weer de kop opsteekt en niet wordt (h)erkend of omzeild. Ten Napel zegt tegen het eind van het interview dat ‘als het erop aankomt, je eerder voor pijnverlichting van je naasten zou moeten kiezen dan voor God, hoe paradoxaal dat ook klinkt’. Het is een zinsnede die geeft te denken; misschien zou het voor christenen hetzelfde moeten zijn: kiezen voor de naaste is kiezen voor God, kiezen voor God is kiezen voor de naaste.

3. Anatomie van pijn

Aan het eind van de tweede week van 2020 woonde ik de voorstelling Anatomie van pijn van regisseur Lies Pauwels bij in het Internationaal Theater Amsterdam (ITA), opgevoerd door NTGent. Eigenlijk kwam hierin alles samen: pijn in verschillende gedaanten, met vleselijke en geestelijke elementen, pijn als metafoor voor de conditie van de westerse beschaving, waarvan maar niet uit te roeien antijudaïsme denk ik een graadmeter is. Eveneens vorm gegeven als evenzovele eenakters als de sonnetten bij Ten Napel, al heb ik de tel niet bijgehouden. En evenzeer het autobiografische overschrijdend.
Niet dat er gedurende de krap twee uur telkens wat bij mij meeresoneerde, maar gefascineerd was ik wel. Door de reminiscenties aan Samuel Beckett, de onmogelijkheid om in taal te vatten of misschien zelfs überhaupt te vatten wat pijn met je doet. Misschien soms nog het beste in schrijnende muziek van Monteverdi, Marcello, Bach en uit veel andere uithoeken, hard afgedraaid. Of soms door één viool, haperend en brokje bij beetje bespeeld. Tegelijkertijd hangt er met enige regelmaat iemand in een trapeze en valt er soms uit. Het is een oproep om alles vanuit een ander perspectief te bekijken en kwetsbaarheid toe te laten. Misschien vanuit het perspectief van een jood, van een islamiet. En dan niet zeggen: ik doe daar niet aan mee, want het is mijn traditie niet, zoals een bekende hoogleraar praktische theologie en Eerste Kamerlid mij eens domweg zei. Ja, domweg – christendommelijk.

https://www.trouw.nl/nieuws/het-ethisch-reveil-van-albert-camus~b8061ae7/ (Let vooral en passant even op de titel: Het ethisch reveil … Over toe-eigening gesproken).
https://www.trouw.nl/cultuur-media/voor-dichter-roelof-26-doet-de-vraag-of-god-bestaat-er-niet-meer-toe~b4afc60b/
https://ita.nl/nl/voorstellingen/anatomie-van-pijn/3347/

[i] Ik ben het eens met de kop boven een artikel van Alex van Heusden in Roodkoper (februari 1997), dat mij werd toegestuurd door Jan Kok: ‘De noodzaak van het “leerhuis” actueler dan ooit’, maar helaas kijkt hij alleen terug en geeft voor heden en toekomst een dystopisch beeld in plaats van een uitwerking hoe het dan wél zou kunnen.

Een nieuwe politieke werkelijkheid

walter-lippmann_liberty-and-the-newsHet lijkt wel een dialectische beweging, these en antithese, in een column en een artikel in dagblad Trouw van vandaag. En probeer daar dan maar eens een synthese van te maken.

Om te beginnen was er de column van Hans Goslinga. Hij opent met het citeren van een zin uit het boek Liberty and the news (1920) van Walter Lippmann: ‘De krant is in al zijn feitelijkheid de bijbel van de democratie, bepalend voor het gedrag van het volk.’ Na wat omtrekkende bewegingen komt Goslinga bij Donald Trump uit, die ‘met verzinsels, schofferingen en regelrechte leugens (…) een nieuwe politieke werkelijkheid’ creëerde.

Gelukkig erkent Goslinga vervolgens dat ook kranten ‘voertuigen kunnen zijn (…) van verzinsels, geruchten en verdraaiingen.’ Trouw weet er alles van, gezien een ervaring van enige tijd terug.

Over die verzinsels, geruchten en verdraaiingen gaat het ook in het tweede stuk, een artikel van Sander Becker. Hij interviewt onder meer Daniele Schwarzer, leider van de Duitse denktank DGAP. Zij wijst eveneens, net als Goslinga, op de grenzen die Trump heeft opgerekt.
De Nederlandse politicologe Sarah de Lange, die vervolgens aan het woord komt, vervolgt net als Goslinga ook met enige nuanceringen met betrekking tot de berichtgeving van kranten. Nu ten aanzien van het feit hoe de rechts-populistische partijen in sommige Europese landen er voor staan. De framing kranten toepassen, beïnvloedt het kiezersgedrag en genereert een eigen mediadynamiek. Dit is iets dat we niet zouden moeten willen. En ook Trouw maakt zich hieraan wel eens schuldig, zie de recente berichtgeving over het sluiten van enkele filialen van de zovele winkelvestigingen door een grote winkelketen die nog niet meteen klein te krijgen is.

Toch luidt het slot van Goslinga’s bijdrage niet ten onrechte dat ‘het weer tijden zijn om de krant te lezen.’ Hij kan als krantenman natuurlijk ook niet anders. Maar toch: voor diepgravende(r) stukken ben je als lezer – en dan kom ik bij de beloofde synthese uit – aangewezen op opiniebladen zoals De Groene Amsterdammer, die verleden week een dik nummer voor twee weken over Amerika had. Vol achtergronden (zie de link hieronder voor een mooi voorbeeld, van Sanne Bloemink, 2 november 2016).

Kranten: ja. Maar niet zonder de Verdieping (om een beetje gemeen de titel van de dagelijkse bijdrage van Trouw te citeren) van een opinieblad. En of ze het gedrag van ‘het’ volk (mede) bepalen? Nee. Dat geldt misschien voor sommige ochtendkranten (‘voor wakker Nederland’), maar niet voor díe kranten die een kleine oplage hebben (zoals de ‘misschien beste krant van Nederland’) maar juist niet door het ‘volk’ worden gelezen. De b/Bijbel van de democratie? Daar zitten we om te smachten. Juist nu.

http://www.trouw.nl/tr/nl/4328/Opinie/article/detail/4411989/2016/11/09/Net-als-Kennedy-en-Obama-is-Trump-een-meester-van-de-tijdgeest.dhtml

http://www.trouw.nl/tr/nl/39682/nbsp/article/detail/4412602/2016/11/10/Geeft-Trump-Wilders-co-een-duwtje.dhtml

http://www.groene.nl/artikel/gratis-zilver

Klein, gekleineerd?

Nico RostTwee artikelen vandaag in dagblad Trouw die te denken geven. Het eerste onder de kop ‘Hoofdrol in verzet voor drie vrouwen’ van Meindert van der Kaaij. Over wat in de leader wordt genoemd ‘de drie belangrijkste’ vrouwen die leiding gaven in de illegaliteit. Over Marie Anne Tellegen (1893-1976), Esmée van Eeghen (1918-1944) en Frieda Belinfante (1904-1995). Het tweede van Sander Becker onder de kop ‘Auschwitz-boekhouder (93) berecht.’ Over Oskar Gröning, die een ‘kleine’ nazimisdadiger wordt genoemd. Zelf dacht hij niet te zullen worden vervolgd, omdat hij niemand had gedood.

In beide gevallen wordt een rol in respectievelijk het verzet en de oorlog gekleineerd: die van vrouwen en die van ‘kleine’ misdadigers. Nog het één nog het ander is terecht en daar komt ook in beide gevallen verandering in. Toni Boumans schreef een biografie over Frieda Belinfante, Gröning moet voor de rechter verschijnen voor medeplichtigheid aan de moord op 300.000 Hongaarse joden.

Het is een zaak van recht en gerechtigheid. Dat was iets dat journalist en verzetsman Nico Rost (1896-1967, zie afb.) ook op het lijf geschreven was. Hij nam het zowel op voor ‘goede’ Duitsers en vond dat de ‘slechte’, groot en klein, hun straf niet mochten ontlopen. Onlangs kwam zijn dagboek Goethe in Dachau opnieuw uit. Bij wat research voor een recensie daarover stuitte ik op een Wikipedia-pagina waarin Rosts rol in het verzet werd gekleineerd: ‘Zijn verzetswerk lijkt vooral van literaire aard te zijn geweest.’ En dan nog, zou ik zo denken.

We zijn 70 jaar na de oorlog nog steeds goed in het kleineren, van goede en slechte daden, grote en kleine vormen van verzet, van mannen en vrouwen. Waarom toch? Daar ga ik in de aanloop naar de 4 meiherdenking eens over nadenken.