Jona de Nee-zegger

Bij het overlijden van Karel Deurloo (1936-2019)

Willem Breuker – maker van mensenmuziek heet een boek van Françoise en Jean Buzelin over de veelzijdige Willem Breuker: saxofonist, componist, directeur van één van de interessantste cd-labels in Nederland (BVHaast) en nog veel meer. En de God die Karel Deurloo in het muziektheaterstuk Jona de Nee-zegger neerzet, is volgens dirigent René Nieuwint in een interview voor A4 vooral een ´menselijke God´. Voorwaar – de inspanningen van Breuker en Deurloo moesten zo wel op elkaar rijmen. En dat deden ze ook wonderwel.

Een gedicht van Cowper (Hound of Heaven) dat opdook in de tekst, en het ene (stijl)citaat na het andere dat door de muziek heen was gevlochten. Ze hadden al eens eerder samengewerkt die twee – Marcel Barnard heeft de loftrompet over hun Psalm 122 gestoken (in: Interpretatie, jan. 2003; p. 11). Maar dit muziektheaterstuk leverde een feest op, zoals iemand in de pauze zei. En meer dan dat.

‘Bij elkaar’ zouden ‘die stijlcitaten voor een wat amusante, licht-ironische en subtiel-parodistische sfeer’ zorgen volgens Kasper Jansen, recensent van NRC Handelsblad. Soms ja, zoals een dodecafonie-achtig (piep-knor) stukje op het moment dat Jona (een fraaie rol van Marcel Beekman) eraan twijfelt of God het schip wel kan redden. Of tijdens de kort daarop volgende scène waarin God (een al even sterke rol van Jasperina de Jong) zich afvraagt waar z/hij zo gauw een vis (een schitterende rol van Pieter Hendriks) vandaan haalt. Op dat moment klinken flarden van het bekende kinderliedje.

Het zou bij ‘leuk’ blijven, als het, vooral na de pauze, niet veel dieper ging. Een flard Tsjaikovsky komt voorbij (zak en as oproepend), even later een citaat à la de Internationale (120.000 mensenkinderen weten nog niet van links of rechts), gevolgd door de Treurmars van Chopin (het failliet van het dogmatisch communisme) – ofwel de clou van het verhaal dat gaat ‘over iemand die in de veiligheid en de dogmatiek van zijn geloof wil blijven en daardoor geheel zwart-wit tegen de wereld aan kijkt’ (Deurloo in een interview n.a.v. Jona de Nee-zegger).

Het enige minpuntje betrof af en toe de regie van Lodewijk de Boer. Op een gegeven moment bijvoorbeeld voelt Jona zich voor joker gezet nu zijn profetie niet uitkomt. In het orkest (het Willem Breuker Kollektief en de Mondriaan Strings, die samen met het Koor Nieuwe Muziek een bewonderenswaardige bijdrage leverde) klinkt de oplossende dissonant uit het slot van Bachs Matthäuspassion. En Jona staat erbij alsof hij Jezus aan het kruis is – een nieuw-testamentische duiding die typologisch weliswaar in het Nieuwe Testament voor komt  (Matth. 12: 39-41) maar die mij althans, zo zonder meer, tegen de borst stuit.

Maar als gezegd: voor de rest rijmde alles wonderwel op elkaar. En vooral op het boek Jona zelf, waarover Karel Deurloo in Bekirbénoe, één van de voorlopers van Quadraatschrift, eens heeft geschreven: ´Hilariteit en ernst, grote vrees en grote blijdschap zijn in 48 verzen in een verbazende mengeling bijeengebracht (…). Het ene thema buitelt over het andere heen en dan blijkt er nog een derde te zijn´ (maart 1995).

Deze recensie verscheen eerder in Quadraatschrift (januari 2004) en wordt hier in herinnering aan de op 1 juni jl. overleden Karel Deurloo herplaatst. Om zijn naam levend te houden.
Op vrijdag 7 juni a.s. vindt om 14.00 uur in de Thomaskerk (Prinses Irenestraat 36) te Amsterdam de gedachtenisdienst plaats. De begrafenis vindt plaats in besloten kring.
Zie ook: http://www.kareldeurloo.com/about/

Evangelische muziek in concertzaal?

Rafael_Estasi di Santa CeciliaTerwijl de kerk een steeds meer marginale plaats in de samenleving krijgt, speelt religieuze en zelfs liturgische muziek een steeds grotere rol in concertseries in de concertzaal. Soms gecondenseerd in één weekend, zoals afgelopen zaterdag en zondag. En met, toeval of niet, eenzelfde geestelijke achtergrond die de kerk een al dan niet gewenst nieuw leven in moet blazen: een evangelische. Met – zoals Van Kooten & De Bie het een keer omschreven – ‘een hoog Hallelujah-gehalte’.

Het begon zaterdag tijdens het ZaterdagMatinee. Van de Milanese componist Pasquale Corrado ging in een uitvoering door het top Ensemble Intercontemporain o.l.v. Matthias Pintscher een nieuwe compositie in première: D’Estasi, gebaseerd op het schilderij Estasi di santa Cecilia (Pinacoteca nazionale in Bologna) van Rafaël (zie afb.).
En het ging zondagmiddag verder tijdens een concert in de Z-serie van het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Daniel Harding, waaraan werd meegewerkt door het Nederlands Kamerkoor. Op het programma stond onder meer het motet Jesu meine Freude BWV 227 van Joh. Seb. Bach.

Corrado, zo lazen we in het programmaboekje, had de muzikale structuur van zijn in opdracht van het NTR ZaterdagMatinee geschreven werk in zes zones verdeeld, ‘één zone voor elk door Rafaël gepresenteerd figuur plus één zone die de figuur van Christus representeert’. Niet dat die op het doek voorkomt – maar toch. Volgens Corrado is Hij ‘impliciet aanwezig’ in de ziel van Cecilia.
De inleider tijdens de rechtstreekse radio-uitzending wist te melden, dat Rafaël het doek schilderde op de grens van een door christendom beheerste kunstperiode en het humanisme, waarin de mens centraal staat. Corrado wist dit vakkundig onderuit te halen en een evangelische duiding aan het schilderij te geven die helemaal past in de opkomst van het evangelische christendom.

Die tijdgeest drong ook door in de interpretatie van genoemd Bachmotet: Jesu meine Freude. Waarbij het duidelijk was, dat het Harding meer ging om ‘Jesu’ dan om ‘Freude’. Zowat elke zin waarin Jezus werd bezongen, werd er expressief uitgelicht. In de zin ‘mir steht Jesus bei!’ en ‘Jesus will mich decken’ ging dat gepaard door in beide gevallen een enorme vertraging. In de zin ‘Jesu meine Lust!’ (in het programmaboekje met uitroepteken) met een sterk diminuendo.

Wat moet je hier nu van denken? In ieder geval dat het fijn is dat de scheiding tussen kerk en concertzaal wat betreft religieuze en liturgische muziek steeds meer wordt geslecht. Het kan je overal toevallen. Of het ook bevalt, is een tweede en zal voor iedere luisteraar verschillend zijn. En ook dat is een goede zaak. Een vleugje humanisme wellicht.

Zie ook mijn bespreking van het boek Tussen aarde en hemel van Kasper Jansen op: http://leerhuisamsterdam.nl/ (onder: Leerhuis – Boekbesprekingen), die eerder verscheen in De Verbreding (nr. 4, augustus 2005).