Blijf bij je bevrijder – Rochus Zuurmond

‘Zuurmond is niet van de zoete broodjes’, lees ik in een recensie van Blijf bij je bevrijder. Een op verzoek van de theoloog Dick Boer geschreven portret van Rochus Zuurmond van de hand van Herman Meijer (Ophef, jrg. 28 nr. 3, 2022).
Meijer is lekentheoloog, architect en voormalig politicus voor GroenLinks. In het Woord vooraf heeft hij het over ‘theologische strijd’ en schetst vervolgens een wat eendimensionaal beeld van de Nederlands Hervormde Kerk in de naoorlogse tijd: ‘kritisch op het verzuilde bestel, fel tegen atoom bewapening, sterk gericht op sociale rechtvaardigheid’.
Misschien had Meijer dit nodig om Zuurmonds denken in te bedden, maar de ‘strijd’ lijkt zo al beslecht. Aan de orde komen onder meer diens kritiek op het fundamentalisme en waarom je niet kunt stellen dat ‘de Bijbel homoseksualiteit verbiedt’. Zuurmond kon, laat Meijer zien, vooral lezen. Goed lezen en exegetiseren.

Een boodschap van bevrijding
Ook wordt duidelijk wat geloof volgens hem eigenlijk is: ‘een Boodschap van bevrijding’, zoals een hoofdstuk heet. Dat wil zeggen ‘van de mensen uit de macht van het kwaad’ (p. 51), ‘van vijandschap en onderdrukking: het bevrijdt tot een leven in vrede en tot vrijheid om menslievend te (kunnen) handelen’ (p. 53) ‘van de dominante geesten van onze tijd, van ongeesten, van vooroordelen: hij [de Geest, overigens een zij, EvS] bevrijdt tot het liefdevol benutten van de ruimte voor God en voor elkaar’ (p. 54).
Genoemd hoofdstuk vormt zo’n beetje het hart van de uitgave, die verder vooral gaat over de geleerde Zuurmond en niet of nauwelijks over de predikant of over de invloed van anderen dan Miskotte en Breukelman. Spinoza bijvoorbeeld, waar hij later overigens afstand van heeft genomen.[1]

Persoonlijk nawoord
In een persoonlijk nawoord komt de invloed van ‘Rochus’ (zoals hij consequent en wat familiair wordt genoemd) op de auteur aan de orde. Dat had wel wat breder gemogen. Bijvoorbeeld had genoemd kunnen worden dat Marco Visser vanaf 1 september 2022 het onderzoek van Zuurmond aan de PThU voortzet, al was het maar in een op het laatst van het productieproces toegevoegde voetnoot.

Door de beknoptheid was er nog ruimte voor twee artikelen van Zuurmond zelf: over Marcus 12:28-44 en over de Openbaring van Johannes. Zo biedt deze uitgave, net zoals in een recensie van mijn boekje over Henk Vreekamp dat in dezelfde reeks verscheen, maar nog werd uitgegeven door KokBoekencentrum (Trouw tipt, 3 juli 2019) ‘een eerste kennismaking’ met in dit geval Rochus Zuurmonds denken. Uiteindelijk gelukkig minder eendimensionaal dan het zich in eerste instantie liet aanzien, maar wel uiterst persoonlijk in zijn keuzes van de thema’s uit Zuurmonds werk.

[1] Tijdens de leerhuiscyclus ‘Niet te geloven’ over het gelijknamige boek (september-december 2005) in de Amsterdamse Thomaskerk.

N.B.
Minisymposium Rochus Zuurmond –
Vrijdag 25 november a.s. in Rotterdam
Het minisymposium gaat over de actualiteit van Zuurmonds benadering: wat zijn de aanknopingspunten voor ons vandaag?

Sprekers:
– Herman Meijer (architect, politicus en auteur)
– Ilke Jacobs (theoloog en uitgever bij VU University Press)
– Marco Visser (predikant en postdoc onderzoeker aan de Protestantse Theologische Universiteit)

Vrijdag 25 november 15:00 – 17:00 uur – Pauluskerk Rotterdam (Mauritsweg 20, 5 min. lopen vanaf CS)
Toegang gratis, er is een inzameling voor het werk onder ongedocumenteerden en daklozen in de Pauluskerk.

Aanmelden niet verplicht, wel graag via [email protected]

Twee wegen naar het geluk: Spinoza en Moltmann

Verleden jaar februari tot aan de uitbraak van corona in ons land organiseerde de Vereniging Het Spinozahuis enkele studiemiddagen in het Spinozalyceum in Amsterdam. Het onderwerp was ‘Het goede leven volgens Spinoza in de Ethica’. Op 15 februari 2020 sprak de Vlaamse emeritus hoogleraar moderne filosofie en groot Spinozakenner Herman De Dijn over de stellingen 1 t/m 20 uit deel 5 van de Ethica, en op 14 maar was Paul Juffermans aan de beurt. De laatste inleiding plus aansluitende discussie in groepjes (waarvan ik er telkens een mocht voorzitten) ging dus niet door. De lezing van Juffermans is via YouTube terug te zien, en van De Dijn hebben we nu het bij Pelckmans uitgegeven boek De andere Spinoza. De twee wegen naar het ware geluk.

Die twee wegen zijn:

  1. De brede weg, het vrome leven van gehoorzaamheid aan God en liefde tot de naaste
  2. Het steile pad, de filosofische religie die centraal staat in het boek van De Dijn, met een nieuwe interpretatie daarvan.

Het is niet mijn bedoeling het onderhavige boek hier te recenseren. In plaats daarvan wil ik dieper ingaan op De Dijns interpretatie van de stellingen 21 t/m 40 uit deel 5 van de Ethica, die mij, hoe vaak ik ze ook herlees, telkens weer raken. In casu de hoofdstukken 4 en 5 van deel 2 uit De Dijns nieuwe boek, dat op de longlist staat voor de Socratesbeker.

Geloven in God
Een kernzin luidt: ‘Spinoza komt tot de conclusie dat er een eeuwig bestaan van de geest “buiten verband met het lichamelijke bestaat”’ (p. 156). Dat wil zeggen dat de geest ‘een actief, eeuwig intellect is, onderdeel van Gods Intellect. Hij deelt als eeuwige essentie rechtstreeks in de goddelijke kracht tegelijk met alle andere (geestelijke) essenties, die samen de oneindige modus van Gods Intellect vormen’ (p. 159). Met andere woorden: de geest is ‘een kracht of activiteit die deelt in Gods eigen realiteit en eeuwigheid. Hij verschijnt dan als een eeuwige modus van Gods attribuut Denken en als een eeuwig deel van Gods Intellect’ (p. 160). Letterlijk geloven ‘in God’.

Dit betekent geloven in de Eeuwige, in JHWH, Die is, was en zal zijn. Wanneer ik mijzelf kan zien als zowel ‘uitdrukking van Gods attribuut Denken’ als ‘eeuwig deel van Zijn Oneindig Intellect’ (p. 172), dan is er sprake van wat Spinoza de derde soort van kennis noemt, ‘een soort contemplerende kennis, die tegelijk rationele kennis (…) veronderstelt én overstijgt’ (idem). Kennis die ‘direct en intrinsiek verbonden [is] aan vreugdevol én aan intellectuele liefde voor God én voor zichzelf’ (p. 173). Hieruit komt zielenrust voort. Spinoza heeft het zelf over salus (heil) en beatitudo (gelukzaligheid). Vrede met zichzelf, maar géén zelfgenoegzaamheid. De geest bereikt een ‘eeuwigheidsperspectief, los van (of ongeacht) het bestaan van zijn lichaam’ (p. 175). Het is een ‘schouwen en beminnen van God’ ineen (p. 177).

In het einde ligt het begin
Ik beleef eenzelfde soort vreugde bij het lezen van Spinoza’s Ethica en De Dijns boek als destijds bij het lezen van In het einde ligt het begin van de Duitse theoloog Jürgen Moltmann (Uitgeverij Boekencentrum, 2006). Zeker, er zijn tot op zekere hoogte overeenkomsten. Waar Spinoza bijvoorbeeld veelvuldig de apostel Paulus parafraseert en aanhaalt (‘Alle dingen zijn in God en bewegen zich in God’), zo citeert Moltmann soortgelijke woorden van Johannes: ‘Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem’ (I Johannes 4:16). Ofwel: ‘Alles blijft in God. Met God zijn wij, sterfelijke wezens, onsterfelijk. Ons vergankelijk leven blijft onvergankelijk in God bestaan’ (Moltmann, p. 114).

Natuurlijk zijn er ook verschillen tussen het denken van Spinoza en Moltmann; de een bewandelt het steile pad (Spinoza), de ander de brede weg (Moltmann). Die verschillen laten zich misschien het meest duidelijk maken aan de hand van de Bijbeltest die vooraf gaat aan het vers dat Moltmann citeert: I Johannes 4:7-10:

7 Geliefden! Laat ons elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een iegelijk, die liefheeft, is uit God geboren, en kent God;
8 Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde.
9 Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem.
10 Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden.

Het begin zal Spinoza kunnen beamen (vs. 7-8), inclusief het kennen van God, maar dan zal hij stoppen. De openbaring in het algemeen en die van Gods eniggeboren Zoon erkent hij niet. En op dat punt haakt Moltmann in. Dat zou ook wel eens de reden kunnen zijn waarom de theoloog Rochus Zuurmond, die in dezelfde tijd dat de studiemiddagen van Het Spinozahuis in Amsterdam plaatsvonden overleed, uiteindelijk afhaakte na het lezen en bestuderen van Spinoza’s werk. Wellicht dacht hij aan Psalm 139 en geloofde dat God hém liefhad eerder dan dat hij God kon kennen.

Dat laat onverlet, dat Spinoza, De Dijn en Moltmann mij vreugde schenken. In God.