Gerrit Komrij en Asha Karami

Ze liepen ongeveer gelijk op: een vierdelige cursus van de Poetry Academy over ‘De aanstormende generatie’ en een driedelige, eveneens online-cursus van de Vrije Academie onder de titel ‘Hommage aan dichters’.
Tijdens de eerstgenoemde cursus, door Peter Swanborn, kwam onder meer de bundel Godface van Asha Karami voorbij. Tijdens de cursus van de Vrije Academie, door Liesje Schreuders, lazen en bespraken we enkele gedichten van Gerrit Komrij uit Alle gedichten tot gisteren.
Beide dichters gebruiken het beeld van een masker; actueel in deze tijd, maar met oude papieren.

Gerrit Komrij
Komrij schreef zelfs een gedicht dat ‘Maskers’ heet. Het gaat over een man die hoopte ‘dat ieder masker veilig, zonder pijn/ weer van’ zijn hoofd kon. Dat hij zijn aard niet langer hoefde te verbergen. Op het eind van zijn leven moet hij erkennen, dat het masker niet af gaat.

Het beeld van het masker deed mij denken aan de maskers die werden gebruikt bij toneelstukken uit de Griekse oudheid, maar voor Liesje Schreuders verwees het gedicht eerder naar The picture of Dorian Gray van Oscar Wilde.

Asha Karami
In een ander gedicht van Karami dan die wij bespraken, ‘een lichaam’, staat de volgende strofe:

alles en iedereen praat tegen je
je moet eerst bij jezelf een masker
opdoen en dan pas een ander helpen

Dit doet denken aan de instructies van een stewardess in het vliegtuig ten aanzien van het opzetten van een zuurstofmasker. In een recensie van Jan de Jong die ik over de bundel Godface las, wordt ook verwezen naar de helm van boksers; Karami is onder andere ringarts bij vechtsportgala’s. Genoemd gedicht vervolgt met:

het gelukkigste moment van de dag is wanneer ik
opsta en mijn lichaam nog niet weet wat het is

Identiteit
Op grond van zo’n laatste zin, en van beide gedichten van Komrij en Karami, kun je concluderen, dat die maskers staan voor de identiteit van de dichters, voor seksuele geaardheid en afkomst. En dat je, als je naar interpretaties gaat zoeken, je er soms faliekant naast kunt zitten. Dat kan niet, zei een collega-recensent bij Literair Nederland die zich met poëzie bezighoudt eens tegen mij. Je kunt er gewoon niet naast zitten.
Ik betwijfel het ten zeerste. Karami sterkt mij in ieder geval in de mening om voorzichtigheid bij interpretaties te betrachten; ik denk nu inmiddels bijvoorbeeld zelf dat die Griekse maskers ernaast zaten, want die stonden niet alleen voor iets anders dan wat Komrij bedoelt, maar ik had dan ook eerst uit moeten zoeken, of het een context is die bij Komrij in andere gedichten bijvoorbeeld terugkomt.

In een van Karami’s gedichten die we bij de poëzieclub lazen, komt een vrouw met twee vagina’s voor. Prompt werd dit mythisch uitgelegd, zoals een Hindoëistische godin met meerdere borsten of [mijn voorbeeld, om in Griekse sferen te blijven] Artemis met de vele borsten staan voor vruchtbaarheid. De dichteres schoof even later aan bij de Zoom-sessie en zei dat ze als arts een vrouw was tegengekomen die twee vagina’s had. Weg interpretatie?

Nee, misschien niet, maar je moet er – ik zeg het nog maar een keer – wel uiterst voorzichtig mee zijn en kijken naar de context, andere gedichten van de schrijver enz.. Daarom denk ik op dit moment, twee poëziecursussen rijker: lees, lees en lees het nog eens. Liefst hardop, om de taal en het metrum te proeven. Lezen en even niet meer dan dat. Bewaar het dan in je hart en hoofd, praat en interpreteer er niet teveel op los. Dan maak je uiteindelijk het mysterie kapot. En dat moet blijven. Altijd.

Zoiets als de onlangs overleden Vlaamse dichter Koenraad Goudeseune verwoordt in de laatste strofe van het titelgedicht uit zijn laatste bundel, Vrachtbrief (Uitgeverij Douane):

Een gedicht met in de laatste regel een geschenk
dat onuitgepakt blijft, niet vermeld staat in de vrachtbrief
en dat door de douane niet wordt opgemerkt.

(p.68)

P.S. Ik raakte geïnspireerd door hoe het dynamischer en minder celebraal kan na het volgen van een bijeenkomst (ook weer via Zoom) van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen op 7 december jl. over ‘Perspectieven op literatuur. De toekomst van de letterkunde in Nederland’ met onder meer Geert Buelens, dichter en hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Utrecht, meer in het verlengde ook van hoe ik literatuur benaderde in mijn Masterscriptie over Susan Neiman en Philippe Claudel over het thema kwaad in filosofie en literatuur: https://www.knaw.nl/nl/actueel/terugkijken-bijeenkomsten/perspectieven-op-literatuur

Vragen te over

Minnee_Construction helmetDe in Nederland ook bij het grote publiek teeds meer aan bekendheid winnende Amerikaanse filosofe Susan Neiman, afgelopen weekend nog te gast bij Winterfeesten in Den Haag, stelt in haar boek Het kwaad denken dat de Eerste Wereldoorlog binnen de grenzen van een ‘normale oorlog’ bleef, als vrucht van ouderwets imperialisme en vroegmoderne technologie.

Hiermee maakt zij zich naar mijn gevoel schuldig aan wat ze zelf verafschuwt (het vergelijken van het kwaad of in dit geval oorlogen) en bagatelliseert ze toch ook enigszins. De Grote Oorlog, die het begin van chemische oorlogsvoering markeerde door het toepassen van gasgranaten, was wel degelijk een moderne oorlog in de zin van een  industriële oorlog door de massaproductie van helmen, waarop inventies waren toegepast.

Dat laatste viel te zien in het derde deel van de vijfdelige documentairereeks Apocalyps van Isabelle Clarke en Daniel Costelle, die momenteel op Canvas wordt uitgezonden (dinsdag 19 januari, 21.05-21.55 uur). Hierin werd verwezen naar het boek Oorlogsroes van Ernst Jünger, die dergelijke technologische vernieuwingen beschreef. Of liever: verheerlijkte. ‘Je moet wel een hysterische romanticus als Ernst Jünger zijn, om enig genoegen te beleven aan de barre verschrikking van de materiaalslag’, schreef Klaus Mann destijds. Het kwam wonderbaarlijk genoeg meer voor in die tijd. En misschien ook nu nog wel.

Wat moet je bijvoorbeeld met de Construction Helmet (2013, zie foto) van kunstenaar Abel Minnee (geb. 1988), een foto te zien op Unfair @ Christie’s, een vernieuwend cultureel initiatief voor en door een jonge generatie aanstormende en gevestigde talentvolle kunstenaars? De helm lijkt eerder op een helm zoals bouwvakkers of misschien ook mijnwerkers die gebruiken dan dat het associaties met oorlog oproept – verraderlijk misschien wel. Een helm als op een plaatje in een verkoopcatalogus, tegen een egale achtergrond om hem beter uit te laten komen. Mooi, zoals Jünger hem zou hebben kunnen beschrijven. Onschuldig wit. Maar tegelijk trilt er een hele wereld in mee, van geweld, ongelukken in de bouw en in mijnen. Zou de helm ertegen bestand zijn? De foto roept vragen op. En de tekst van Susan Neiman niet in de laatste plaats. Dat is wat filosofie doet. En kunst.

Unfair @ Christie’s
Donderdag 21 janurari 18.00-21.00 uur: opening
Vrijdag 22 t/m zondag 24 januari 10.00-17.00 uur: kijkdagen
Maandag 25 januari 10.00-14.00 uur: kijkdag
Maandag 25 januari 18.00-21.00 uur: veiling (besloten event, beperkt aantal zitplaatsen)
Locatie: Christie’s, Cornelis Schuytstraat 57, Amsterdam

www.abelminnee.com
www.unfairamsterdam.nl