Het werk vieren

Terwijl ik op zaterdag 12 november 2022 in de Dom van Utrecht de Utrechtse première bijwoonde van de indrukwekkende Sonate ‘Da pacem Domine’ (1913) van Hendrik Andriessen, gespeeld door Jan Hage, vond in het Conservatorium van Amsterdam (Bernard Haitinkzaal) de tweede editie plaats van het festival Forbidden Music Regained. Er werden werken gespeeld van Henriette Bosmans (foto rechts), Hans Lachman, Bob Hanf (foto links), Leo Smit (in een arr. van Bob Zimmerman), James Simon (een wereldpremière), Rosy Wertheim en Géza Frid.

NVMB Netwerkdag: Joodse muziek rond WOII
Gelukkig heb ik enkele dagen eerder in datzelfde Conservatorium (Sweelinckzaal) een netwerkdag van de NVMB, landelijk platform voor muziekcollecties bij kunnen wonen onder de noemer Joodse muziek rond WOII. Enkele stukken die zaterdag gespeeld gingen worden, kregen hier al hun sneak preview, zoals het onvoltooide strijkkwartet van Leo Smit, in aanwezigheid van arrangeur Bob Zimmerman, die het voor saxofoonkwartet zette. Het ging, zoals Philomeen Lelieveldt (Nederlands Muziekinstituut) zei om ‘het werk te vieren van hen wiens leven verloren is gegaan. En dat levert een dubbel gevoel op’. Dat is ook zo.

Wat primair centraal stond deze dag, waren emigratieverhalen van in de jaren dertig van de vorige eeuw vooral uit Duitsland gevluchte joodse musici en componisten. Individuen dus; op dit accent kom ik straks terug. Ellen van der Grijn Santen (Meertens Instituut) stelde zich ten doel vier vragen te beantwoorden: hoe was de ontvangst van hun muziek in Nederland? Vonden ze makkelijk werk? Vermengden zij zich of bleef het een aparte groep? Hadden ze blijvend invloed op het Nederlandse muziekleven?
Haar antwoorden waren nog steeds actueel. Willy Rosen (1894-1944) bijvoorbeeld, die in 1933 was gevlucht, had het net als anderen, zoals Rudolf Nelson (1878-1960) moeilijk om werk te vinden. Dat kwam omdat de Nederlandse Toonkunstenaarsbond (Ntb) pal stond voor Nederlandse musici en meende dat de nieuwkomers hen verdrongen op de arbeidersmarkt. Leuk was te horen, dat Wim Sonneveld niet onder stoelen of banken heeft gestoken, dat hij door Rosens cabaret is beïnvloed.

Exposities in de OBA Oosterdok
Voor mij werd deze interessante dag mede gekleurd door twee tentoonstellingen die ik ervoor bezocht in de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA Oosterdok), de buurman van het Conservatorium.
Bij de entree was dat een kleurrijk altaar ter ere van de tiende sterfdag van Carlos Fuentes, een Mexicaans schrijver. De dood was hier aanwezig, maar ook een manier van het leven vieren. Anders dan Philomeen Lelieveldt bedoelde en onvergelijkbaar, maar toch.

In de expositiezaal was een tentoonstelling te zien van emigranten – als individu, maar vooral als groep die op weg geholpen moet worden. Muziek kwam zijdelings aan de orde, bijvoorbeeld in de gitaar bij de Molukkers. En als je het dan over een blijvende invloed op het Nederlandse muziekleven hebt, dan denk ik aan Indiepop en -rock.

Tenslotte was er de fototentoonstelling New Voices. Een (verkoop)expositie met werk van gevluchte fotografen. Hier was de verrekijker omgekeerd en keken de nieuwkomers naar ons. De tentoonstelling gaat over de kennismaking met de Nederlandse cultuur en welke invloed die dat op de acht gevluchte fotografen en fotojournalisten heeft. Het is tweerichtingsverkeer. Ook met die insteek bleken de gevoelens – net als Philomeen Lelieveldt verwoordde – dubbel.

Forbidden Music Regained
Daarom is het ook goed dat niet alleen de individuele namen van componisten en andere kunstenaars, zoals fotografen, genoemd blijven worden, maar dat hun werk ook wordt uitgevoerd en getoond. Dat is mede het doel van de onvermoeibare Leo Smit Stichting en van Forbidden Music Regained. Er worden steeds meer partituren gepubliceerd en dat is een goede zaak (www.donemus.nl). Ondertussen hopen we er ook op, dat in de op stapel staande proefschriften, bijvoorbeeld over Sim Gokkes (1897-1943, zie foto links) aan zoveel mogelijk aspecten die ik hiervoor noemde in het kielzog van de lezingen op de NVMB-netwerkdag en de tentoonstellingen in OBA Oosterdok recht zal worden gedaan.

En … om niet te vergeten: de lof zij gezongen aan muziekbibliothecarissen zoals Do Reeser uit Haarlem. Ik heb destijds mijn stage bij haar gelopen; Ed Spanjaard memoreerde haar naam terecht in zijn openingswoord, en aan (onder)zoekers zoals Jort Fokkens, die de briljant gespeelde sonate van Andriessen terugvond in een archief in Amerika, waar het was beland en niet gecatalogiseerd.

Stille waters hebben diepe gronden


Tekst van een korte lezing die ik hield tijdens een filmavond bij Atria, Amsterdam
(19 oktober 2017).

 

‘Ze heeft een talent om de laag die niet in de tekst ligt, maar daaronder, te vertolken. Dat geeft een bijzondere, lyrische sfeer en ongewone diepte aan de teksten.’ Dat zegt de blokfluitiste Stephanie Brandt in Patricia Werner Leanse’s film over de Nederlands-Griekse componiste Aspasia Nasapoulou.
Het zou zomaar over de films van Werner Leanse en Yve du Bois zélf kunnen gaan: zij hebben een talent om de lagen zichtbaar te maken die onder een verhaal liggen, – het verhaal over het leven of een stuk van een componist. Het is in ieder geval het uitgangspunt van mijn korte inleiding op de vijf films die straks achter elkaar worden vertoond: de verschillende lagen die erin zitten, of althans: die ik eruit haal en die in de films naar mijn gevoel al worden gesymboliseerd door het vele water wat erin stroomt: stille waters hebben diepe gronden.

Het verhaal
Het verhaal zelf staat eigenlijk in de aankondiging van deze avond, en daar kunnen we kort over zijn. De films gaan respectievelijk over een door beeldende kunst, literatuur en dans geïnspireerde componiste, een grande dame van de Zweedse muziek, een avantgardiste die haar tijd ver vooruit was, een gedreven netwerker en een componiste van onder meer Franse chansons. Twee films (Beyer en Andrée) zijn met Engelse ondertiteling.
Het zijn verhalen over vrouwelijke componisten in een door mannen gedomineerd gebied. Daarvoor staan misschien het water en de vele vogels die rondvliegen ook symbool; het zwemmen tegen de stroom in aan de ene kant en het je vleugels uitslaan aan de andere kant.
Kijk maar naar het moment waarop wordt verteld dat de Zweedse grande dame, Elfrida Andrée, naar Stockholm gaat om te studeren: pal voor die vermelding vliegt een meeuw met sterke vleugelslagen op. Ook de film over de hiervoor al genoemde Nasapoulou sluit af met wegvliegende vogels.
Het zíjn dan ook verhalen over sterke vrouwen. Andrée bijvoorbeeld was de eerste vrouwelijke kerkorganist in het Zweden waar vrouwen geen kerkorganist konden worden, zo wordt in de film gezegd. En op dat moment wordt een gigantisch slot op een kerkdeur getoond. Andrée verbrak in 1861 het slot, dat in Nederland al eerder, in 1719, was verbroken door Agnita Wilhelmina Snep die haar vader opvolgde als organist in Zierikzee.

De vorm
Het moge duidelijk zijn dat de vorm die Werner Leanse voor haar films kiest, raakt aan muzikale vormen. In de film over Rosy Wertheim bijvoorbeeld valt een A-B-A-vorm te herkennen; wanneer het verhaal aan het begin en het eind (A) in Nederland speelt, in Amsterdam en in Laren, klinkt een door Rae Milford bespeeld klokkenspel, en wanneer het verhaal in het midden (B) is gesitueerd in Parijs, waar ze correspondente voor Het Volk is, klinkt andersoortige muziek. Deze sonatevorm wordt afgesloten met een coda, een door Werner Leanse zelf gezongen gedeelte uit een lied van Wertheim, begeleid door piano én gekras van kraaien:

‘k Heb veel gelachen en geschreid, –
Nu komt de winter, wit en wijd,
Die alles stil zal maken.

Maar ook de vorm gaat nog dieper. Een buitengewoon fascinerend voorbeeld daarvan is te vinden in het portret over de Duits-Amerikaanse componiste Johanna Beyer. Terwijl op een gegeven moment haar muziek steeds langzamer gaat, versnellen de beelden juist, alsof je in een stilstaande trein op het perron staat, terwijl de trein ernaast gaat rijden en snelheid maakt. Aan de kijker wordt overgelaten deze metafoor naar believen zelf in te vullen.

Metafoor
Dat geldt ook voor wat ik een metafoor pur sang zou willen noemen, en waarmee ik deze korte inleiding wil afsluiten. Hij komt voor in het portret van de Nederlandse componiste en pianiste Marjo Tal en viel Werner Leanse toe, terwijl ze in Parijs op straat filmde. Het is het beeld van een clown, waarmee ze Tal ten diepste heeft gepeild.
De beelden doen mij denken aan de clown in de schitterende roman (eigenlijk is het een novelle) De tuinen van de herinnering van Michel Quint: een clown met [ik citeer] ‘opwellende tranen en hartverscheurende wanhoop, schrijnende pijn en diepe schaamte’ voor alles wat er om hem heen gebeurde gedurende de Tweede Wereldoorlog. Toen de clown in de roman van Quint was overleden, zei zijn zoontje: ‘Morgen heb ik grote, zwartomrande ogen en witgepleisterde wangen. Ik zal proberen, papa, al diegenen te zijn van wie de lach bij zonsopgang in de beukenbossen, in het kreupelhout is opgehouden te bestaan, en die jij weer tot leven hebt pogen te wekken. Ik zal proberen jou te zijn, jij die nooit de herinnering verloren hebt laten gaan. Zo goed ik kan. Ik zal naar beste weten de clown uithangen. En misschien lukt het me daardoor de mens uit te hangen, uit naam van iedereen. Zonder gekheid …!’
Tal koos voor haar werken teksten die een combinatie vormen van humor, ernst en symboliek. Werner Leanse koos voor haar films eenzelfde soort combinatie, waarmee ze het werk van de vijf componisten die vanavond centraal staan een extra lading meegaf. De diepere lagen die ze daarmee blootlegt, heb ik geprobeerd als de schillen van een ui kort af te pellen. Het woord is nu aan de vijf filmportretten zelf.

Johanna Beyer – https://vimeo.com/bubbleeyes/beyer

Elfrida Andree – https://vimeo.com/bubbleeyes/elfrida

Aspasia Nasopoulou – https://vimeo.com/bubbleeyes/aspasia

Rosy Wertheim – https://vimeo.com/bubbleeyes/rosywertheimnl

Marjo Tal – https://vimeo.com/bubbleeyes/marjotalnl