Meer dan alleen voor de salontafel

In de schitterende publicatie bij de tentoonstelling ‘Cyprus – eiland in beweging’ (zie afb. links) in het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) te Leiden (nog t/m 15 maart 2020), die ik nota bene won, zitten prachtige foto’s van al even mooie objecten. Twee in het bijzonder trokken mijn aandacht, mede omdat ze aansluiten bij een eerdere blog: ‘Drieluik’ (17 november jl., https://elsvanswol.nl/drieluik-5/). Ze zitten in het hart van het boek, dus dat zegt al wat.

  1. Vrouwelijk en mannelijk

Zowel de eerste als de tweede beschrijving zijn van de hand van Efthymia Alphas, archeoloog bij het Departement van Oudheden op Cyrpus.
De eerste betreft een antropomorf beeldje, een stenen mensfiguur van ongeveer 32 cm hoog dat zowel vrouwelijke als mannelijke kenmerken heeft: ‘de vorm van de figuur zelf is fallisch, maar het beeld heeft twee prominente borsten, wat een vrouwelijke identiteit benadrukt’. Hiermee werden, schrijft Alphas, ‘thema’s met betrekking tot seksualiteit, vruchtbaarheid en voortplanting onder de aandacht gebracht’.
Tijdens de tweede van de ‘Drie paradijselijke middagen in de Ark’, waarover ik blogde, kwam Genesis 2 op tafel. Volgens de inleider, dr. Wilken Veen, wordt in het vers waarin sprake is van het feit dat ‘het niet goed is, dat de mens alleen is’ (2:18) afstand genomen van een dergelijke vruchtbaarheidscultus.
Maar mooi blijft het, zo’n klein beeldje uit een andere cultuur, én het overdenken waard.

  1. Barende vrouw

De tweede beschrijving gaat over een ander beeldje, dat nog kleiner is (ruim 8 cm). Het is een kruisvormige mensfiguur (zie afb. rechts). ‘De gebogen knieën en gespreide armen (…) doen denken aan de houding tijdens het baren: een vrouw beviel gehurkt en werd in haar rug ondersteund door vrouwen die haar hielpen’. Vermoed wordt ‘dat ze vruchtbaarheid en moederschap suggereren’. Beeldjes als dit zijn overigens ook in graven gevonden.
Het deed me denken aan het slot van de performance Golem, waar ik ook over blogde. Daarin stonden de Golem en zijn maker lepeltje lepeltje met beiden de handen geheven in de vorm van een kruis. ‘Een afrondend gebaar? Een kruisteken?’ vroeg ik me af. Of, met dit beeldje op het netvlies, de geboorte van de Golem? Of zijn dood?

Zo bieden de afbeeldingen en teksten uit deze prachtige uitgave onder redactie van Ruurd Binnert Halbertsma en Despina Pilides (uitg. Sidestone Press) heden ten dage nog inspiratie. Een rijk geïllustreerde uitgave met inleidende essays over de verschillende periodes (neolithicum, chalcolithicum, brons- en ijzertijd, Hellenisme en Romeinse periode en Byzantijns Cyprus) en uitgelichte topstukken, waaronder bovengenoemde twee. Met uitgebreide lijst van aanbevolen literatuur. Een lees- en plaatjesboek ineen en daarom méér dan alleen voor de salontafel!

Afbeeldingen ontleend aan de website van het RMO: https://www.rmo.nl/tentoonstellingen/tijdelijke-tentoonstellingen/cyprus/

 

Drieluik

Het wordt weer eens tijd voor een drieluik. Dit keer naar aanleiding van

  1. ‘Drie paradijselijke middagen in de Ark’
  2. Muziektheater bij Zinnig Noord: Golem
  3. De recensie van Niña Weijers over de nieuwe roman van Ben Lerner

1.
Er staan in de Bijbel twee scheppingsverhalen, vertelt dr. Wilken Veen tijdens de eerste van drie middagen van het Oecumenisch Leerhuis Noord in Amsterdam.
Tijdens de tweede middag keken we naar het verhaal in Genesis 2. Veen legde uit dat in de mens een levende ziel werd geblazen (vers 7), zodat lichaam en geest één werden. God vond het geen goed idee, dat ‘de mens’ (adam) alleen is (vs. 18), maar Hij ‘vond geen hulp als zijn tegenover’, als gelijkwaardige. Daarom nam Hij één van zijn ribben uit de man en bouwde die tot een vrouw. Het woord ‘ribben’ werd lang louter als lichaamsonderdeel gelezen, maar je kunt het volgens Veen ook lezen als een rib van een gebouw; het Hebreeuwse woord wordt ook gebruikt in het kader van de bouw van de Tempel van Salomo.
Wanneer ‘de mens’ (adam, de man) zegt dat de vrouw been van zijn gebeente is (vs. 23), dan zegt hij niet meer en niet minder dan: precies zoals ik. Zij heet Ischa, vrouw (vs. 23), dus niet: mannin, zoals wel wordt vertaald, maar een zelfstandig wezen. En dan volgt een matriarchaal trekje: de man hangt, of kleeft, zijn vrouw aan. Wordt dus met andere woorden deel van de clan van zijn vrouw.

2.
In dezelfde week dat wij dit gedeelte lazen (een volgende keer lezen we nog verder over het paradijs), woonde ik de muziektheatervoorstelling Golem van Zinnig Noord in dezelfde kerk, de Ark, bij. Een persbericht vermeldde de volgende vragen die aan de orde zouden komen: ‘Wanneer raak je als mens bezield? Wanneer gaat “het licht” aan?’ Zouden er dezelfde, of andere antwoorden worden gegeven als in het Oecumenisch Leerhuis? En waar zou de joodse mysticus en kunstenaar Joseph Semah mee komen in wat werd aangekondigd als ‘een kort voorprogramma’? Dáár was ik ook nieuwsgierig naar, want zijn naam was in mijn leven als recensent en kunstliefhebber al eerder voorbij gekomen: https://8weekly.nl/recensie/de-kerk-is-deel-geworden-van-de-kunst/

Eerst de performance. Sebastian Holzhuber zat in een wijde pofbroek op een poef en spon een draad. Achter de piano zat Uzi Heymann, gehuld in een Franciscaanse pij. Hij speelde minimal music en een stukje van Eric Satie. Zijn gezicht was niet te zien, we hoorden hem alleen. Tot hij op een gegeven moment zijn pij afwierp en op een lendendoek na naakt voor ons stond. Holzhuber begon klei nat te maken en kneedde dit uit op zijn lichaam, tot op en in zijn haren aan toe. Er ontstond op die manier een, overigens mooi, abstract schilderij. Er ontstond een Golem, het mythische personage uit de joodse legende, een mens zonder individualiteit. Het eindbeeld was dat de twee mannen lepeltje lepeltje stonden en beiden de armen ophieven. Een afrondend gebaar? Een kruisteken? Het riep bij mij verwarrende gevoelens op, hoe fraai ik de performance op zich ook verder vond.

Het korte voorprogramma van Semah werd omdat men, bij monde van Jonatan, een van de organisatoren van Zinnig Noord, de beelden voor zich wilde laten spreken, een kort na-programma. Semah sprak niet of nauwelijks over de golem, maar over – zoals een persbericht al had voorspeld – het feit dat ‘zowel in de joodse mystiek als in de Griekse filosofie mannen en vrouwen ooit waren verenigd. Tot zij door de goden werden gescheiden. Gebeurde dit uit angst, of uit liefde?’

Semah begon met de Griekse filosoof Plato (Symposion). Daarin is een raamvertelling over de schepping opgenomen van Aristophanes. Eerst werden man en man geschapen, toen vrouw en vrouw en tenslotte man en vrouw. Het geslacht werd met een staaldraad van het lichaam gescheiden, omdat er angst bestond dat ze aan de macht van Zeus zouden raken.
Vervolgens ging hij in op het eerste scheppingsverhaal (Genesis 1), dat bij Wilken Veen niet echt aan de orde was geweest. Hier werd de mens mannelijk en vrouwelijk geschapen. Adam en Eva leefden volgens de joodse mystiek rug aan rug, zodat ze geen weet hadden van elkaars bestaan. God kwam weer letterlijk tussenbeide en daar waren Adam en Eva die elkaar ontmoetten, omdat ze elkaar aan konden kijken, en zochten. Hier was niet sprake van angst, maar van liefde.

Tenslotte gaf Semah de twee uitvoerenden van de performance nog een tip: eindig niet zoals je nu eindigt (het riep bij mij als gezegd ook al verwarring op), maar met een gezamenlijke dans, met drinken en eten eventueel.

3.
In De Groene Amsterdammer (14 november 2019) schreef Niña Weijers tenslotte een stukje onder de titel ‘Bla’. Het begon met gender: ‘Giftige mannelijkheid heeft een evolutie doorgemaakt van superieur zwijgen naar superieur spreken. De mansplainer is ontegenzeggelijk meer van de elite dan de zwijgende cowboy; het zijn voornamelijk hoogopgeleide vrouwen met carrières die aanstoot aan hem nemen, in omgevingen waar kennis en taal hoog in het vaandel staan.’

Vervolgens sprong zij over naar de nieuwe roman van Ben Lerner, Leerjaren in Topeka. ‘Het begint’, schrijft zij, ‘met een sterk staaltje mansplainen’. De hoofdpersoon blijkt nota bene Adam te heten, en dat is vast niet voor niets! Adam gaat varen met een vriendinnetje, ‘met zijn rug naar haar toe houdt hij een lang betoog over een en ander. Wanneer hij zich eindelijk omdraait, is ze verdwenen, in het water gedoken en, naar blijkt, terug naar huis gezwommen’.

Hoe anders dan in het joods-mystieke verhaal dat Semah vertelde: Adam en Eva die rug aan rug leefden, maar door God de goede kant op werden gekeerd, zodat ze elkaar aan konden zien. Als elkaars tegenover, gelijkwaardig aan elkaar. De uitbeelding van het verhaal van de golem kwam niet tot dit punt, omdat beide mannen elkaar niet aanzagen. De golem is dan ook geen individu, zoals man en mannin dat nog niet zijn. Dat kwam toen God ze scheidde, Adam en Eva noemde, de mythe voorbij.