Alicja Gescinska – Thuis in muziek

Thuis in muziek : een oefening in menselijkheid / Alicja Gescinska. – Amsterdam : De Bezige Bij, 2018. – 125 pagina’s ; 21 cm. – Met literatuuropgave. ISBN 978-94-03-13850-3

De titel van dit pleidooi voor muziek als fundament van ons bestaan geeft al de gelaagdheid van de inhoud ervan weer: de van origine Poolse filosofe, schrijfster en programmamaakster Alicja Gescinska (1981) voelt zich thuis in muziek en in het bestaan. Na de vlucht van het gezin naar België bijvoorbeeld in de muziek van de Pool Chopin (thuiskomen in zichzelf), maar bijvoorbeeld ook in het lied Der Wanderer en de gelijknamige pianofantasie van Schubert (thuiskomen in de wereld). Muziek werd van het allergrootste belang in haar leven en is dat, in het kader van persoonlijke en morele ontwikkeling, voor ieder mens tot Mensch (integer, goed mens uit één stuk). Ze vraagt het aan de Poolse componist Penderecki: ‘Maakt muziek de mens en de wereld beter?’ Zijn antwoord is: ‘Nee’, net als dat van de filosoof Kant. De filosoof Max Scheler zou de vraag bevestigend hebben beantwoord. Gescinska benadert de vraag voorts via empathie (begrip, betrokkenheid), zelfontdekking en -ontplooiing, intentioneel luisteren en gedeelde muziek en werkt zo naar een ontroerend slot toe. Essay waarin regelmatig wordt verwezen naar Vladimir Jankélévitch, maar dat toegankelijker is. Tegenhanger van Waarom Chopin de regen niet wilde horen van Marlies De Munck.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Bob Hanf: een menacheen

Bob HanfAchter de onderduiknaam Christiaan Philippus Spinhoven gaat Bob Hanf (1894-1944), schrijver en componist schuil. Én menacheen (vertrooster van de mensheid), ‘brenger van licht. Levend licht in de schaduwzijde van het bestaan, omdat alleen in duisternis het licht waarneembaar is’ (Toke van Helmond in: De Engelbewaarder, okt. 1981, p. 8).
Misschien zijn we pas de laatste tijd in staat dit gewaar te worden.

Heette het bij de première van Hanfs Vioolsonate (in 1939) in een recensie van J.K. (John Kasander?) in De Vooruit (29 april 1939) nog: ‘Het stuk is een eenvoudig speelstuk’, nu wordt meer de nadruk gelegd op een stijl die sterk zou doen ‘denken aan het sombere wereldbeeld dat door de teksten van Kafka wordt opgeroepen’ (Huib Ramaer in het programmaboekje van een concert op 20 oktober 1997 in de Uilenburger Synagoge, Amsterdam).

Opvallend is dat Hanfs Vioolsonate in première ging tijdens een ISCM-concert door Willem Boeken en Anny van Rossem ten huize van zijn neef Frits Spanjaard en diens vrouw in Den Haag. Dit zou kunnen wijzen op het feit dat men een zeker modernisme in Hanfs muziek meende te bespeuren. Maar in de hiervoor geciteerde recensie in De Vooruit is sprake van het feit dat Hanf ‘zich geheel een romanticus [toont], zowel naar de techniek als naar mentaliteit.’ De keuze zegt dan ook even veel over de politiek van de International Society for Contemporary Music, die tot op de dag van vandaag een esthetische en stilistische diversiteit voorstaat.

De omschrijving ‘romantisch’ had dezelfde J.K. een maand eerder ook gebezigd na het beluisteren van de Nuit phantastique (1936) voor tenor en strijkkwartet op tekst van Louis Bertrand. Behalve dat hij het werk wederom ‘romantisch en sterk melodisch’ noemt, is hij niet zo tevreden over de instrumentatie die hij als ‘eentonig’ bestempelt, ‘zonder noemenswaardige contrastwerkingen en zonder climaxen van enige betekenis.’

Romantisch – dat klopt. Maar met de dubbelheid die Hanf als bewonderaar van Heinrich Heine eigen was: Hanf was aan de ene kant iemand die geloofde in geluk, zonder daar overigens de politieke connotaties aan te verbinden die de ‘Ziener naar de toekomst’, de dichter E.A. van Collem (1858-1933) eraan verbond. Van hem heeft Hanf een lied voor alt en piano getoonzet. Aan de andere kant ervaar ik de prachtige stilte van twee maten die valt in het eerste deel van de Kleine suite voor viool en piano ‘niet, zoals het niets, een voorwerp van angst’ uit de pen van een sombere romanticus, maar eerder ‘als een toevluchtsoord van stille overpeinzing en innerlijke rust’ (Jankélévitch) van een evenwichtig, beschouwend man zoals Joop Sjollema hem schilderde (zie afb., Joods Historisch Museum).

Gedeelte uit een artikel over Bob Hanf dat ik schreef voor Mens en melodie (nr. 6/2005) en dat ik hier herplaats n.a.v. de première van diens Strijkkwartet in C (1934) door het Utrecht String Quartet in het kader van de Uilenburger Concerten in het Amsterdamse Bethaniënklooster, 16 maart 2015 20.15 uur. Zie: www.leosmit.org.