Nissen in- en uitlopen

Fra Angelico: De opstanding

Ik voelde me bedroefd en goed
(M. Vasalis, Fanfare-corps)

Pasen 2020 is weer achter de rug.1) Veel grote woorden werden er gesproken. Corona zou onze werkelijkheid doorbreken, zoals Jezus de werkelijkheid doorbrak. En ik zet er, geschokt als ik erdoor was, maar een groot woord tegenover: voor mij neigt dit naar onzindelijk denken. Ik heb liever een predikant die zegt: Ik weet het niet. Ik zou er echt eerst nog eens goed over moeten nadenken en die rust heb ik nu niet.

Toch vallen je wel brokjes toe, en die wijzen allemaal een beetje naar waar ik de afgelopen week op heb lopen broeden. Ik las om te beginnen ergens, dat de rooms-katholieke kerk het idee om aan de veertien staties een vijftiende, van de opstanding toe te voegen (de Paasstatie), lang heeft verworpen. Ik moest daarbij denken aan de veelvuldig geuite opmerking dat het zo jammer is dat Bach zijn Matthäus Passion eindigt met de dood van Christus. Ik heb daar altijd tegenin gebracht, dat die scherpe dissonant in de fluiten in het slotkoor oplost: het is een glimp van de opstanding. Een visioen van iets dat nog waar moet worden. Stille Zaterdag zit er nog tussen alvorens het Paasmorgen wordt.

Niet dat ik nu de coronacrisis ga vergelijken met Stille Zaterdag of een dal tussen twee bergen: die van ‘de eerste berg’ van een rijk leven ten koste van veel en velen, en de tweede met een andere relatie met de wereld, zoals David Brooks doet in zijn boek De tweede berg, toen er overigens nog geen sprake was van de huidige crisis. Ik hou het liever bij die berg uit Psalm 121:

En dan kijk ik op, kijk speurend.
Al die bergen!
Wie kan hier nog helpen?
(vert. Gert Bremer)

Nee, ik denk aan twee snippers tekst die mij toevielen. En misschien is dat ook een antwoord op de vraag die Coen Constandse stelde in een artikel naar aanleiding van mijn boekje Mythe, mysterie, mystiek over Henk Vreekamp: Het is een typische theologische niche-markt geworden, dat Kerk-en-Israëlwerk. ‘Hoe dieper je de nis inloopt, hoe fundamenteler de inzichten en hoe sterker de overtuiging van het eigen gelijk (…). Zijn er ook nog mensen die de nissen in en uitlopen, en in andere delen van het gebouw inzichten komen halen en brengen?’ (in: In de Waagschaal, april 2020).

Wat ik als eerste snipper vond in een hoek van zo’n nis, is een Korantekst (immers geënt op zowel het Oude- als het Nieuwe Testament) die de islamoloog Noor Asrami deelde: ‘Moeilijkheden komen hand in hand met verlichtingen’. En de tweede snipper, die ik weer in een andere nis aantrof, was er een naar aanleiding van het woordje ‘verduren’ dat Augustinus al gebruikte, en de theoloog Charles Mathewes opnieuw. ‘”Verduren” (…) betekent niet dat je passief wordt, maar dat je attent bent op de dingen die je vandaag kan doen, zonder dat je kan weten hoe het allemaal gaat uitpakken, zonder dat je het naar je hand kan zetten’, aldus James Kennedy in een column in Trouw (11 april 2020). Om te besluiten met: ‘Tegelijkertijd leef je in verwachting’.

Ik wil de Matthäus Passion volgend jaar weer beluisteren, en dan niet alleen betwetering wijzen op die dissonant aan het eind die toch echt oplost, maar lernen. Luisteren, ernaar speuren of er in die Passion nog méér stukjes, meer brokjes zitten die in alle ellende hand in hand komen met verlichting. Ze lichten misschien soms, heel even op. Dat is al genoeg.

 

1) Tijdens de overdenking van ds. Sytze de Vries tijdens het morgengebed in de Domkerk (Utrecht) op 19 april jl., wees hij erop dat hij iemand had horen zeggen dat ‘Pasen weer achter de rug is’, maar dat dit zou moeten zijn: ‘Pasen is geweest’. Waarvan akte: https://www.kerkomroep.nl/#/kerken/21581 

Zingen als in Bethlehem

Paasmorgen in de Dom in Utrecht. Predikant: ds. Sytze de Vries, organist: Jan Hage.
Na de preek zongen we als tafellied Gij, in ’t hemels licht verheven op tekst van Sytze de Vries (naar Philipp Brooks) en een Engelse melodie (uit: Het liefste lied van overzee I). We zongen vers 1, 2, 4 en 5 en organist Jan Hage speelde het derde vers. Hiervan luidt de tekst:

Gij zocht heil in het geringe,
gaf aan kleine mensen stem.
Hoor de engelen, zij zingen
nu als toen in Bethlehem.
Halleluja,
met de hemel ingestemd!

En wat deed Hage? Hij weefde door zijn solo een Kerstliedje. Mensen keken verrast op en om, anderen die het wellicht was ontgaan hierop attenderend. Hage’s vondst verhoogde de feestvreugde van Pasen.

Maar er zat nog een laag onder, ingegeven door de tekst. Ik moest denken aan een preek die Sytze de Vries in 2011 hield in de Oranjekapel, ook in Utrecht; ik had toen een abonnement op zijn preken, want in de Oranjekapel was ik toen op Kerstmorgen 2011 niet.
Ik citeer:

Hij zal hangen aan een boomstam,
als Gods goede vrucht aan de levensboom,
het kruis, dat – zo wil een heel oude traditie –
van hetzelfde hout gemaakt is als de krib, de voederbak.

In gedachten hoorde ik ook het koraal Wie soll ich dich empfangen uit de eerste cantate uit Bachs Weihnachtsoratorium meeklinken. Op de melodie die we herkennen als O Haupt voll Blut und Wunden. Ook zoiets wonderlijks.

Een predikant heeft iets meer woorden nodig dan een dichter. Een organist als Jan Hage en een componist als Joh. Seb. Bach kunnen de notie zelfs tegelijk laten klinken. Prachtig toch!