The Islanders

ChagallOp het eerste gezicht deed het op alle potloodtekeningen in de serie The Islanders van de Britse kunstenaar Charles Avery (Museum Boijmans Van Beuningen, 2009) voorkomende figuurtje denken aan een gebochelde kobold in een volksverhaal uit noordelijke streken. Of aan het schilderij De gebochelde (1911) van de Rus Alexej Lawlensky (particuliere collectie, Krefeld). Overal kwam ze in beeld, als een rode draad in het verhaal over een imaginair eiland dat Avery zowel beschrijft als afbeeldt. Wat deden die oude vrouwtjes daar nu aldoor?

 

Ik had het idee dat ik het figuurtje van een ander schilderij kende. Was het de Boerin met emmers en kind van Malevitsj uit dezelfde tijd als Lawlensky zijn schilderij maakte (Stedelijk Museum Amsterdam)? Het volkse zat er wel in, maar daar bleef het bij.
Na lang broeden kwam ik erachter dat het De Wandelende jood (Ahasverus) is zoals Chagall – ook een Rus – hem in 1924 schilderde; een schilderij dat ook bekend staat onder de titel Op weg (Petit Palais, Genève, zie afb.). Hij heeft geen bochel (bij beter kijken had het figuurtje van Avery dat trouwens óók niet) maar een knapzak op de rug. Daarin zeulde hij zijn hele hebben en houwen, letterlijk en figuurlijk, met zich mee. En dat is als je het negatief bekijkt niet niks, in dit niet helemaal van antijudaïsme gespeende, oorspronkelijk Duitse volksverhaal (1602). En ook niet als je het positief bekijkt: alle Bijbelse en andere verhalen die een wegwijzer en troost in het leven kunnen vormen.

Dat alles maakte de serie potloodtekeningen en verhalen van Avery over het eiland met de hoofdstad Onomatopoeia zo gelaagd als het maar kan. Het figuurtje heeft ook een naam: Coscienza. Wat weer doet denken aan de titel van een boek van de Italiaanse schrijver Italo Svevo: Bekentenissen van Zeno. De bekentenissen die daarin worden beschreven, doen denken aan de woorden die telkens bij Avery terugkomen.
Avery heeft het bijvoorbeeld over guilt, schuld, en agony, angst. Zoals Svevo de ‘kwaal’ beschrijft waarvan hij nooit meer zal genezen: ‘De angst voor de ouderdom en vooral de angst voor de dood’ (uitg. Trouw/Muntinga, 2005, p. 184).

Zeno zou zo maar de hoofdpersoon van het verhaal van Avery, of Avery’s alter ego of avatar kunnen zijn die zijn angst met ons deelt. Het is allemaal herkenbaar. De last die alle figuren torsen zit op één of andere manier in het rugzakje dat ze meezeul(d)en en waaronder ze dreig(d)en te bezwijken. Maar tegelijk jaagden ze allemaal geluk na door alles uit het leven te willen halen wat eruit te halen valt. Bij Avery gebeurt dat letterlijk door jagers, in tweedjasjes met malle hoedjes op. Je bent Engelsman of niet.

En het gebeurt figuurlijk als een jacht op de noumenon (het Ding an Sich). Je mag erop hopen, zoals Avery zijn eiland inzet als een utopia. En leven uit de verhalen die je óók in je knapzak vindt.

Met toestemming herplaats ik hier een column die ik oorspronkelijk schreef voor het tijdschrift Wervelingen (2009/3): http://www.scoliose.nl/publicaties/wervelingen/
N.a.v. de presentatie van The Islanders van Avery in het GEM te Den Haag (14 februari t/m 6 juni 2015):
http://www.gem-online.nl/tentoonstellingen/charles-avery

Malevitsj en Badiou

Malevich_Breed wit kruis op grijsHet zijn in de visie van de filosoof Alain Badiou allemaal oevers van één rivier: politiek, kunst, wetenschap en liefde. Ze worden bijeen gehouden door wat Badiou evenement, waarheid en trouw noemt.

 

 

Er is in het denken van Badiou vooral plaats voor iets revolutionairs, iets adembenemend nieuws (een evenement). De waarheid voltrekt zich ná het evenement, na de revolutie. Als een proces. Het voltrekt zich in de manier waarop degene die het evenement overkwam er trouw aan blijft, zich opnieuw verhoudt tot de wereld, in de weg die hij/zij vervolgens gaat.

Wat de kunst betreft wees Badiou op het eerste volledig geometrisch-abstracte schilderij: Het zwarte vierkant van de Russische schilder en theoreticus Kazimier Malevitsj. Hij heeft er ten tijde van de Russische revolutie (een evenement!) verschillende versies van gemaakt en schilderde (in 1921) ook een Zwart kruis. Nog later heeft hij een Wit vierkant op witte achtergrond geschilderd (zie afb.).
Badiou gaat hier op een utopische wijze op in in zijn boek De twintigste eeuw (2005): “het verschil tussen achtergrond en vorm en vooral het ontbrekende verschil van wit tot wit, het verschil van Hetzelfde, dat we het vervagende verschil kunnen noemen” (p. 78). Het wit op wit staat voor Badiou voor het minimale verschil dat een antwoord kan zijn op het gevaarlijke ideaal van een gedeelde identiteit die mensen uitsluit. Of – zoals Badiou in hetzelfde boek zegt: “de menselijkheid is meerduidig, de bovenmenselijkheid is eenduidig” (p. 206).
De aandacht voor verschillen, voor anders-zijn leidt er volgens Badiou alleen maar toe dat we de waarheidsvraag (die als gezegd na het evenement komt) en het universalisme van de waarheid uit het oog dreigen te verliezen.

Dat wij dit met Badiou de komende tijd mogen overwegen bij de grote Malevitsj-tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. En wie weet nog zoveel meer.

Gebaseerd op een lezing over Alain Badiou die ik op 13 mei 2008 hield in de Thomaskerk te Amsterdam.