Joke J. Hermsen – Rosa en Hannah

Rosa & Hannah : de (on)mogelijke revolutie / Joke J. Hermsen ; eindredactie: Mark Van Steenkiste. Tweede druk. – [Antwerpen] : Bebuquin, september 2021. – 69 pagina’s ; 20 cm. – Uitgave in samenwerking met Victoria Deluxe en Vermeylenfonds. – 1e druk: 2021. ISBN 978-90-75175-90-5

In deze fictieve theaterdialoog discussiëren de filosofen Rosa Luxemburg en Hannah Arendt met elkaar in een hiernamaals. Een raak uitgangspunt, dat de actualiteit van hun denken benadrukt. De schrijfster en filosofe Joke Hermsen schreef eerder over beide filosofen, in Het tij keren met Rosa Luxemburg en Hannah Arendt (2019). Dit essay vormde het uitgangspunt voor deze dialoog over hun leven en werk, of – zoals de titels van de vijf scènes, als in een klassiek toneelstuk luiden: De aandacht; Waarheid en leugen; De schaduw van Marx; De tien geboden; Ein Tritte im Bunde (i.c. Simone Weil). Alleen een auteur die al lang vertrouwd is met het denken van Luxemburg en Arendt is in staat zo’n rake dialoog te schrijven. Lezers die hun werk nog niet goed kennen, komen in deze speelse vorm meer over hen aan de weet. En overigens ook over Walter Benjamin, over wie veel wordt gezegd dat de moeite waard is.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

De tussensfeer

Momenteel lees ik het nieuwste boek van Joke J. Hermsen, Rivieren keren nooit terug. Op een gegeven moment heeft zij het over het feit dat je ‘altijd een of ander “tussen” moet opzoeken.’ Daarbij moest ik onwillekeurig denken aan lezingen van de Franse filosoof Jean-Luc Nancy en Luuk van Middelaar tijdens de Dag van de Filosofie (2010) in Tilburg. Ik schreef daar eerder over in Wervelingen (herfst 2010) – een column die ik hier met toestemming overneem.

De Franse filosoof Jean-Luc Nancy heeft in zijn essay De Indringer, dat hij schreef na een harttransplantatie gevolgd door kanker, over ‘een constante veruiterlijking’ van zichzelf. Hij wordt opgemeten, gecontroleerd, getest. Terwijl, zegt Nancy, ‘de felste vijanden’ van binnen zitten: ‘oude virussen, die zich altijd al schuil hielden’, en protheses, moeren, bouten en staven.
Ik moest hieraan denken tijdens niet alleen de lezing die Nancy hield tijdens de Dag van de Filosofie, 24 april 2010 in Tilburg, maar ook tijdens de daaropvolgende lezing van Luuk van Middelaar, met zijn boek De Passage naar Europa winnaar van de Socrates Wisselbeker 2010.
Van Middelaar heeft het in zijn boek over een ‘binnensfeer’ (de Europese instellingen) en een ‘buitensfeer’ (nationale staten). Maar ook over een zogenaamde ‘tussensfeer’ (de Europese Raad), waarin mensen elkaar ontmoeten en gezamenlijk naar oplossingen zoeken. Om dat laatste nu gaat het mij hier: de tussensfeer.

De buitensfeer

Maar eerst de buitensfeer. Met enig afgrijzen las ik hoe Wilma de Rek en Bert Wagendorp in een artikel (in: de Volkskrant, 27 maart 2010, overgenomen in Filosofie Magazine nr. 3/2010) spraken over ‘een oud, volledig kromgetrokken mannetje’ en over een ‘gebocheld exemplaar’ [vet van mij, vS].
Hier is de veruiterlijking, het geëx-poseerd zijn oftewel het bloot-gesteld zijn aan de blikken van een ander waar Nancy het over heeft, op een treurige manier weergegeven.

De binnensfeer

Het spel dat Nancy tijdens zijn lezing speelde met de inhoud van het woord ‘beyond’ is bij De Rek en Wagendorp afwezig. Nancy ziet in dit woord de definitie van wat filosofie volgens hem moet zijn oplichten. Iets dat ‘sensible’ is, ‘sense’ geeft. Datgene ook dat ‘sensitive’ is. En dan vat Nancy het woord ‘beyond’ niet op als iets metafysisch, maar in ontologische zin, als leer van het zijn.
De Rek en Wagendorp hebben het over ‘een mannetje’ en een ‘exemplaar’, maar kunnen zich er niets wezenlijks bij voorstellen. Als zij dat wel zouden kunnen, zouden zij om te beginnen de buitensfeer verruilen voor de binnensfeer. Een sfeer die in de bijbel in overdrachtelijke zin ‘met ontferming bewogen’ wordt genoemd – wat dan letterlijk staat voor de ingewanden die gaan rammelen bij het zien van bijvoorbeeld ‘een oud, volledig kromgetrokken’ of ‘gebocheld’ medemens. Over wie vervolgens een zegenspreuk wordt uitgesproken, zoals Eliyahu Sidi (Parijs, 1936) op een serie gouaches toonde die in het Joods Historisch Museum te zien waren tijdens de tentoonstelling Count your blessings (14 februari t/m 24 mei 2010).

De tussensfeer

Nog een stap verder en we komen in de tussensfeer terecht, waarin zieken en gezonden, jong en oud, blank en zwart elkaar werkelijk ontmoeten en met elkaar in gesprek komen en naar oplossingen zoeken voor problemen die met een ziekte of handicap samenhangen.
Dit is het perspectief van het werkelijk samenleven in een stad zoals Van Middelaar die in Tilburg indirect schetste. En wat – vul ik aan – Hermsen ook bedoelt.