Deep listening

‘Luisteren’ heet de eerste column die essayist en filosoof Miriam Rasch schreef voor Filosofie Magazine (juli/aug. 2021). Zij schrijft dat ze ‘best wat beter [zou] willen luisteren’. Dat is niet tegen dovemansoren gezegd, want op dezelfde dag dat ik deze column las, hoorde ik iets totaal verkeerd.

Wat was het geval. Tijdens een kerkdienst werd een opname gedraaid van een ‘lied om te luisteren’: ‘Ik val niet uit Zijn hand’, uit Psalmen voor nu. Ik hoorde de eerste regel van het derde couplet aldus:

 

Mijn God, U vult mijn mond, U vult mijn beker

Later las ik in de orde van dienst, dat de tekst luidt:

Mijn God, u vult mijn bord …

Heel wat platter (letterlijk en figuurlijk) naar mijn gevoel, inclusief associaties met een ‘calvinistische spruitjeslucht’ om Janine Abbring in de eerste aflevering van VPRO Zomergasten van dit jaar te citeren, maar ja: zo stond het er.

Rasch haalt vervolgens een column aan van haar collega Eva Meijer (in: Trouw, 15 september 2020) onder de kop: ‘Luisteren is minder moeilijk dan je denkt’. Meijer, schrijft Rasch, ‘haalt (…) accordeonist Pauline Oliveros [zie foto] aan, die een jaar lang naar de A luisterde’. Ze gaat hier verder niet op in, maar Meijer deed dat tot op zekere hoogte wél. Gelukkig heeft zij het over de ‘accordeonist en [vet, EvS] componist’ Pauline Oliveros (1932-2016), die een deel van haar leven wijdde aan deep listening. Oliveros heeft Sonic meditation ontwikkeld. Ze luisterde inderdaad een jaar lang naar de toon A.

U moet weten, dat dit niet zomaar een toon is; het is de toon (van de hobo) waar het hele orkest voor een concert op af-stemt, de meest zuivere, de meest reine toon zou je kunnen zeggen. Oliveros, – schrijft Meijer – meent dat luisteren ‘noodzakelijk is om je houding te kunnen bepalen, ook je politieke houding, om als jezelf door het leven te kunnen gaan’.

Rasch begon haar column met: ‘Laat ik beginnen met een liefdesverklaring’. En ze eindigde met: ‘Laat ik beginnen met een liefdesverklaring’. Aan vreemden, aan die wat Meijer omschrijft als ‘experimentele muziek’ van Oliveros denk ik er achteraan.

Oliveros, die in Nederland onder muziekkenners en -liefhebbers geen onbekende is (ze won in 1962 de prestigieuze Gaudeamus Prijs) gaf in 2016 een Ted-talk over het verschil tussen horen en luisteren: https://www.youtube.com/watch?v=_QHfOuRrJB8
Subjectiviteit speelt erbij een rol en (culturele en sociale) context. Misschien, zei iemand die ik op dat ‘mond’ en ‘bord’ vertelde, had de schrijver wel trek … En zag niet het beeld voor zich wat ik bij ‘mond’ zag: een stukje brood, matze of ouwel dat je mond vult. Misschien is luisteren toch minder moeilijk dan je denkt, als je er niet van alles bijhaalt.

 

Link naar de column van Miriam Rasch: https://www.filosofie.nl/luisteren/

Als een lichtglans

In de dienst in de Nieuwendammerkerk vanmorgen sprak ds. Paula de Jong de hoop uit dat ze een nieuw inzicht op het bekende Bijbelverhaal over de bruiloft van Kana (Joh. 2: 1-11) met ons kon delen. Dat is haar op een fijne manier gelukt.

Het verhaal speelt op de derde dag. En zoals Mozes op de derde dag al iets van God ervoer (Ex. 19:16), zo ervoeren de bruiloftsgasten tijdens het feest in Kana iets van de kracht van Jezus. ‘Mijn ure is nog niet gekomen’ zou dáárop kunnen duiden, en niet op Zijn dood en verrijzenis. Het is een openbaringsverhaal, als in een spiegel waarin zich iets spiegelt en daarachter weer iets, stukje bij beetje.

Ik moest denken aan een sessie met excellente studenten van de Open Universiteit die op 27 oktober verleden jaar in Utrecht hun Masterscriptieonderzoek in de cultuurwetenschappen presenteerden. Een ging over vrouwen in beeld, zoals in het Bijbelverhaal Maria duidelijk in beeld is en de rol van ceremoniemeester op zich neemt. Ze is veel meer in beeld dan de bruid en de bruidegom, die meer decorstukken lijken.

Een van de spreeksters tijdens deze sessie was Gaby Guysemans die het had over de schilderes Clara Peeters. Een schilderes van stillevens (zie afb. hierboven) over wier leven we weinig weten. In haar stillevens zitten kleine zelfportretten verstopt, in de rand van een karaf of op de buik van een beker. Guysemans had het over waarnemen en ontwikkelingen in de optica. Daarin sloot Peeters aan op het beroemde Portret van Arnofili van Jan Van Eyck en Memlings Tweeluik met spiegels.

Het echte onderwerp van de stillevens is volgens Guysemans dat die spiegelingen tot een bewuste ervaring worden gemaakt, zoals in het verhaal over Mozes. Ze vroeg zich af of het hyperrealisme avant la lettre is. Volgens één van de aanwezige universitair docenten, Jan Oosterholt (letterkundige), is het eerder een ‘nederige afbeelding in het discours van Ogentroost van Huygens.’

Zoiets zit misschien ook in het verhaal over de bruiloft in Kana, op een zondag waarop traditiegetrouw Psalm 55 wordt gelezen of gezongen, over een ik-figuur die in zijn onrust kreunend rondzwerft, wiens hart in zijn binnenste ineen krimpt, over wie verschrikkingen des doods zijn gevallen, vrees en beving. Allemaal zo herkenbaar.
Het verhaal over de bruiloft is dan ook volgens ds. De Jong niet primair een wonderverhaal over water dat in wijn verandert, maar biedt de troost van de overvloed in moeilijke tijden. De troost van de ware wijnstok, de wijn van het Koninkrijk.

Even later vierden wij de maaltijd van de Heer. Een schaal met matzes ging langs, een beker wijn. En daarin lichtte, zo mooi als ze gepoetst waren, soms het gezicht van iemand op. Soms, even. Een mooi moment was dat. In mij weerklonk de eerste lezing van deze morgen (Jes. 62: 1-12):

Om Sions wil zal ik niet zwijgen
en om Jeruzalems wil zal ik niet
rusten, totdat zijn heil opgaat als
een lichtglans en zijn verlossing
als een brandende fakkel.