Tweeluik: Wolkers en Kapoor, 4 en 5 mei

In het kader van de Nationale Museumweek (20 t/m 26 april) kun je op de website nationalemuseumweek.nl uit 423 items je eigen pronkstuk(ken) kiezen. Het is een onmogelijkheid om daaruit te kiezen, als je ze allemaal de revue laat passeren. Toch sprong één ervan mij in het oog, omdat deze terwijl ik ernaar zat te kijken een gesprek aanging met een ander kunstwerk, dat overigens niet is opgenomen.

Wat mij trof was het virtuele weerzien met Sky Mirror van Anish Kapoor (foto rechts), voor de ingang van Museum De Pont Tilburg. De website geeft er de volgende toelichting bij: ‘De vrijheid laat zich zien, maar niet vangen in de Sky Mirror van Anish Kapoor. De lucht als symbool van de ultieme vrijheid. Niet gebonden aan grenzen of andere bepalingen kleurt de hemelspiegel van Kapoor mee, van ochtendblauw naar grijs naar nachtzwart. Soms met schapenwolken, dan weer donderwolken. Sky Mirror verveelt nooit.’

In mijn achterhoofd zag ik een andere hemelspiegel, Nooit meer Auschwitz van Jan Wolkers (foto links). Het uit 18m2 gebroken spiegels in drie segmenten bestaande monument in het Amsterdamse Wertheimpark, waar J.H. Kruizinga (mijn onderwijzer in de vijfde klas van de lagere school en groot Amsterdamkenner) in zijn XYZ van Amsterdam schreef dat Wolkers zich na de oorlog afvroeg ‘hoe de hemel zo blauw kon blijven tijdens de oorlogsmisdaden van de nazi’s?’ Wolkers verbeeldde het in 18 m2 gebroken spiegels in drie segmenten.

In een split second gingen ze terwijl ik lonkend naar Kapoor zat te kijken (ik mag Museum De Pont graag bezoeken, maar dat kan nu even niet) met elkaar in gesprek, die gebroken spiegels op de grond en het oprijzende Sky Mirror.
Het is als 4 en 5 mei. Het ene kunstwerk, van Wolkers, drukt voor mij 4 mei uit, het ander, van Kapoor, 5 mei.

Wolkers blijft dicht bij de aarde met zijn op de grond geplaatste gebroken spiegels. Het schuldige landschap van Armando, dat zag en zweeg, met de blauwe hemel erboven uitgespannen waarin vliegtuigstrepen zichtbaar waren van toestellen die overvlogen en op de grond gevoelens opriepen van hoop en desillusie.

Kapoor zet zijn spiegel trots rechtop, naar de hemel gericht. Het is een beeld van ver na de Tweede Wereldoorlog dat volgens de website nationalemuseumweek.nl spreekt van ‘ultieme vrijheid’. Ook hier kleurt de hemel mee, maar die ademt niet langer oorlog maar vrijheid, die toch soms nachtzwart kleurt.

Sirene

Zwarte melk van de vroegte we drinken haar ’s avonds
we drinken haar ’s middags en ’s morgens we drinken haar ’s nachts
we drinken en drinken
we graven een graf in de lucht daar ligt men niet krap
Er woont een man in dit huis
hij speelt met de slangen hij schrijft
hij schrijft als het schemert naar Duitsland je goudblonde haar Margarete
hij schrijft het en komt uit z’n huis en de sterren beginnen te flonkeren hij fluit z’n honden naar buiten
hij fluit z’n joden naar voren beveelt ze een graf in de aarde te graven
hij beveelt ons speel dat de dans kan beginnen

(Paul Celan, vert. Peter Nijmeijer)

https://www.nationalemuseumweek.nl/pronkstukken/

 

Seamus Heaney

Seamus HeaneyHalf juni 1988 leerde ik zijn werk kennen, door de bundel Spiegel Internationaal, die nog zoveel moois biedt en die ik kreeg van een oud-collega.
In een vertaling van Peter Nijmeijer heette het:

 

Wankeling in licht,
alsof een taal hier
te kort schoot, kunst-
greep van vleugels.

Het geblaat van de snip,
de nestgrond ontvluchtend

Seamus Heaney heet de dichter die in dit gedicht op een haast mystieke toon hemel en aarde met elkaar verbindt.

In 2011 kwam ik zijn werk weer tegen, tijdens een dag van het helaas op sterven na dood zijnde Shakespeare-Genootschap van Nederland en Vlaanderen. Hier waren het niet de vleugels van een snip die om me heen vlogen, maar – uiteraard, zou ik haast zeggen – citaten van Shakespeare:

I am Hamlet the Dane
(Viking Dublin, nr. 23)

Lorenzio and Jessica in a cold climate
(Glanmore Sonnets, nr. 42)

And willowed like Ophelia in Millowy
(The Real Names, nr. 47)

Twee jaar later overleed Heaney. De dichter die aan de hemel hing en in de aarde wortelde. Met in zijn hoofd de (literaire) geschiedenis, zoals hij die omspitte in de bundel Digging. Zoon van een Iers boerengezin die Engels studeerde en met de pen streed voor een humane samenleving.

Wim Brands schreef ter gelegenheid van het Poetry International Festival Rotterdam 2014 in een bijlage van de VPRO Gids (10 mei t/m 16 mei 2014) dat het werk van Heaney ‘het onomstotelijke bewijs is dat je op een doodnormale manier kunt schrijven over zo iets als een mystieke ervaring’. Terwijl ‘zijn gedichten altijd geaard blijven’:

Van alle gereedschappen raakte de
hooivork het dichtst

aan hoe hij zich volmaaktheid
voorstelde:
als hij zijn opgeheven hand balde en
ermee mikte,
voelde ze als een speer, doeltreffend
en licht.

Speer – Shakespeare. Het kan niet missen. En ook nog zóveel meer.

Ode aan Seamus Heaney, vrijdag 13 juni 2014, 18.30-19.30, Grote Zaal van de Rotterdamse Schouwburg in het kader van het Poetry International Festival Rotterdam 2014.