Top-10 tentoonstellingen 2017

De hoofdredacteur Kunst van de website 8weekly.nl vraagt de kunstredacteuren elk jaar om hun Top-10. Onderstaand mijn bijdrage – 8 tentoonstellingen, aangevuld met nummer 9 en 10 die niet door 8weekly zijn gerecenseerd, maar die ik wel bezocht.

(Links: afbeelding van Matthijs Maris (Doopgang in Lausanne, 1862), waarover ik hier eerder een blog schreef).

WeerZien
De Pont heeft met Sky Mirror van Anish Kapoor voor de deur een mooi ‘cadeau’ gekregen en geeft het publiek op zijn/haar beurt met de tentoonstelling WeerZien ook een geweldig, origineel cadeau. In 25 jaar is De Pont in Tilburg immers vanuit het niets uitgegroeid tot een museum met een collectie en tijdelijke tentoonstellingen die je als liefhebber van hedendaagse kunst niet mag missen.
Lees hier de recensie: http://8weekly.nl/recensie/kunst/weerzien/

Béla Tarr
Béla Tarr, Till the End of the World was een tentoonstelling in EYE Filmmuseum Amsterdam over het indrukwekkende oeuvre van Hongarije ‘s grootste filmmaker Béla Tarr (1955). Een bijzondere tentoonstelling die geraffineerde installaties van fragmenten uit zijn films toonde en de bezoeker confronteerde met de schaduwzijde van de mens.
Lees de recensie van Marlise van der Jagt: http://8weekly.nl/recensie/een-troosteloze-confrontatie-met-onszelf/

Werner Tübke
Het is geen gemakkelijke kunst die in de Fundatie in Zwolle werd getoond. Niet in de ogen van de cultuurfunctionarissen van het communistische regime in de DDR, maar ook niet voor de bezoeker van de tentoonstelling anno 2017. Je moest de voorstellingen aandachtig lezen, waarbij je ook zeker moest letten op het enorme vakmanschap met de dun opgebrachte verf.
Lees hier de recensie: http://8weekly.nl/recensie/schilderijen-lezen/

Edward Krasiński
Pas wanneer je kunst als kunst en kunst binnen de context van de politieke constellatie in Polen in het Stedelijk Museum in Amsterdam op het werk van Krasiński losliet, en ook nog eens in staat was deze te nuanceren en te glimlachen bij de zowel dadaïstische als anti-Stalin humor die erin zit, kwam een totaalbeeld van diens werk naar voren waarmee je hem recht doet. Een pluim kortom voor het Stedelijk Museum dat, in samenwerking met Tate Liverpool, met deze expositie komt van een in Nederland nog niet bekende kunstenaar.
Lees hier de recensie: http://8weekly.nl/recensie/een-doorgaande-lijn/

Hans Arp
Wat tijdens de overzichtstentoonstelling in het Kröller Müller Museum in Otterlo opviel aan de hele expositie is de prachtige achtergrondkleur, een grijstint, waartegen alle werken optimaal tot hun recht kwamen. Een prachtige overzichtsexpositie in het jaar van De Stijl dat een ander aspect belichtte.
Lees hier de recensie: http://8weekly.nl/recensie/ingetogen-hans-arp/

Herman Gordijn
De tijd was rijp om verder te kijken dan naar wat lang voornamelijk als schokkende en provocerende kunst werd beschouwd. De grote overzichtstentoonstelling op de bovenste verdieping van Museum MORE in Gorssel, die na Gordijns overlijden plotseling ook een eerbetoon werd, bood die uitgelezen kans.
Lees hier de recensie: http://8weekly.nl/recensie/herman-gordijn/

Ed van der Elsken
Het Stedelijk Museum in Amsterdam maakte indruk met de uitgebreide overzichtstentoonstelling van het fotografisch en filmisch werk van Ed van der Elsken (1925 – 1990). De tentoonstelling toonde de geestdrift van de fotograaf en zijn werk uit verschillende decennia komt dan ook uitbundig aan bod.
Lees de recensie van Dorien Imming: http://8weekly.nl/recensie/ode-aan-ed/

In het hart van de renaissance
De tentoonstelling met vijfenveertig schilderijen, voornamelijk uit de Pinacoteca Tosio Martinengo (Brescia) in Rijksmuseum Twenthe te Enschede, begon met een prachtig Portret van een jonge man met fluit van Giovanni Giralomo Savoldo. Een schilderij dat een krachtige uitdrukking toont van het nieuwe mensbeeld dat zich in de vijftiende en zestiende eeuw ontwikkelde: dat van een zelfbewust individu en dat in de tentoonstelling centraal stond.
Lees hier de recensie: http://8weekly.nl/recensie/nieuwe-lente-nieuw-geluid/

Hercules Segers
‘Zijn wonderbaarlijke berglandschappen en eindeloze vergezichten getuigen van een grenzeloze verbeeldingskracht. Als prentmaker was Segers een ware pionier. Voor zijn kleurige etsen ontwikkelde hij geheel eigen technieken. Hercules Segers heeft door de eeuwen heen vele kunstenaars en dichters gefascineerd en geïnspireerd. Rembrandt bezat maar liefst acht schilderijen van zijn hand. Van 7 oktober tot en met 8 januari 2017 waren in totaal 18 schilderijen en 110 afdrukken van 54 prenten te zien in het Rijksmuseum te Amsterdam.’ Een genot.

Matthijs Maris
Als middelste van de kunstenaarsbroers Maris werkte Matthijs grotendeels in Parijs en Londen. Zijn excentrieke levensstijl en zijn eigenzinnige schilderijen vormden een grote inspiratie voor jonge kunstenaars, onder wie Vincent van Gogh. Hoewel zijn werk internationaal geliefd was en zijn schilderijen zelfs een recordbedrag opbrachten in de handel, leidde hij uiteindelijk een kluizenaarsleven in zijn atelier. De tentoonstelling Matthijs Maris omvat 75 schilderijen, tekeningen en etsen. Omdat The Burrell Collection in Glasgow bij hoge uitzondering een belangrijke selectie werken van Maris uitleent, kan voor het eerst een compleet beeld van zijn oeuvre worden getoond.’ Wat fijn om daar kennis mee gemaakt te hebben!

Matthijs Maris’ Doopgang in Lausanne

Op z’n tijd gaan een of twee boeken die ik al dan niet naast of na elkaar lees, met elkaar in gesprek. Een enkele keer is dat ook een boek en een of meer schilderijen die ik op hetzelfde moment ‘tot mij neem.’ Dat is nu het geval met het boek De moeder aller vragen van Rebecca Solnit (Uitgeverij Podium) dat ik zeer recent las voor Literair Nederland en enkele schilderijen die ik zag op de tentoonstelling Matthijs Maris in het Amsterdamse Rijksmuseum. Dat zit zo.

De moeder aller vragen is de vraag: ‘Heb je eigenlijk ook kinderen?’ Solnit schrijft dat ze deze vraag zelf meermalen moest beantwoorden en in een andere vorm ook kreeg tijdens een lezing over Virginia Woolf: Waarom had Woolf geen kinderen? Een vraag die meestal aan vrouwen wordt gesteld en niet of nauwelijks aan mannen. Wat niet wegneemt dat het me al een paar keer op bordjes bij tentoonstellingen is opgevallen, dat er wordt meegedeeld dat de kunstenaar ongehuwd was.
Ik zou niet zover willen gaan als de docenten van de ISVW-cursus ‘Een andere kijk op Shakespeare’  afgelopen jaar, die stelden dat dit een element van het zondebokmechanisme volgens René Girard is, maar het geeft wel te denken.

Ook de bijschriften vielen op bij genoemde, prachtige expositie over Matthijs Maris (1839-1917), een van de kunstenaarsbroers Jacob, Willem en Matthijs die grotendeels in Parijs en Londen werkte. In de flyer staat bovendien dat hij er een ‘excentrieke levensstijl’ op nahield, dat zijn schilderijen ‘eigenzinnig’ zijn en dat hij er ‘uiteindelijk een kluizenaarsleven in zijn atelier’ op nahield. Ook het woord ‘bohemien’ valt. Maar zijn we daarmee op de hoogte van het innerlijke leven van Maris, dat wat hij juist bij uitstek op het doek zette?

Ik lees nog meer bijschriften. Eerst dat bij Doopgang in Lausanne (ca. 1862, Gemeentemuseum Den Haag, zie afb.), een schilderij van een jonge familie op de trappen van de kathedraal in Lausanne. Moeder draagt de dopeling, de vader loopt er met een klein jongetje naast, en ze worden voorafgegaan door een iets groter meisje dat een dik boek onder de arm heeft, wellicht een bijbel. Dat meisje heeft haar hoofd afgewend, staat er.
Dat laatste is ook het geval bij De spinster (zelfde tijd, zelfde museumcollectie). Hier drukt het weg gedraaide hoofd volgens het bijschrift op twijfel, zoals het op Keukenmeisje (1872, zie afb. rechts) duidt op het in gedachten wegdromen naar een andere wereld.

Alles bij elkaar leg ik er samenvattend iets meer in  – en dat, lees ik op een ander bijschrift, is volgens de kunstenaar toegestaan.  Het zou namelijk net zo goed een combinatie van de genoemde aandachtspunten op die bijschriften kunnen zijn: het meisje met, neem ik voor het gemak aan, de bijbel heeft haar hoofd afgewend omdat ze en/of twijfelt aan haar geloof (die leeftijd heeft ze wel) en/of weg droomt naar een andere wereld. Misschien doet ze het een en laat ze het ander niet na. Of Mesdag een gelovig iemand was, dat kom je op deze tentoonstelling niet te weten, maar het zou zomaar kunnen dat hij zijn eigen gevoelens ook hier, zoals in alle ‘concepties’ aan het doek toevertrouwde: twijfelend én zijn heil zoekend in een andere dimensie, allebei tezamen.
Het wil er bij mij meer in dan dat hij vooral ‘excentriek’ was, ‘eigenzinnig’, ‘kluizenaar’ en ‘bohemien.’ Maar misschien zegt het ook meer over mij dan over Maris. Dat zou ook zomaar kunnen.