Maxime Rovere – Spinozaland

Spinozaland : de ontdekking van de vrijheid – Amsterdam, 1677 / Maxime Rovere ; Nederlandse vertaling [uit het Frans]: Frank Mertens en Hendrickje Spoor. – Amsterdam : Uitgeverij Balans, [2021]. – 560 pagina’s ; 23 cm. – Vertaling van: Le clan Spinoza. – Paris : Flammarion, © 2017. ISBN 978-94-600-3938-6

Dit boek kan worden geschaard onder de term ‘faction’ (feit en fictie, studie en roman). De filosoof Spinoza (1632-1677) wordt hierin neergezet als iemand die op de schouders van voorgangers als Descartes en Coornhert en vele anderen staat en de aanjager en belangrijkste vertegenwoordiger is van een groep gelijkgestemde vrijdenkers, de collegianten. De Franse titel (Le Clan Spinoza) geeft dit duidelijk(er) aan. De Franse auteur (1977) koos voor veel interactie met deze tijdgenoten. De verschillende karakters zijn raak neergezet. De gedeelten over Spinoza’s werk zijn wat taaier. Maxime Rovere is kenner van het werk van Spinoza en kunsthistoricus. Hij is werkzaam in Lyon. Enige basiskennis van het joodse denken, gebruiken en termen wordt aanbevolen. Hierbij kan worden opgemerkt dat het jammer is dat er telkenmale wordt gesproken van de joodse (Thora) of de mondelinge wet (Talmoed), waardoor de joodse leer een eenzijdig accent krijgt. Een geslaagd boek voor iedereen die in het 17e-euwse
Nederland in het algemeen en Spinoza in het bijzonder is geïnteresseerd. Feiten en
fictie rond Spinoza worden samengesmeed tot een geheel, dat tot doordenken
aanzet. Waardige opvolger van Het raadsel Spinoza van Irvin D. Yalom, waarin Rovere
dichter bij huis blijft.

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.

Luikjes

Tijdens een middag van de Talmoedgroep zegt onze leraar opeens dat een aggadisch stukje (overlevering, verhaal) zoals dat soms voor komt aan het eind van een verder halachisch hoofdstuk (volgens de joodse leer, weg) in de Talmoed, ‘een luikje opent en inzicht geeft in een stukje volksbeleving.’
Zoiets hoef je mij maar één keer te zeggen, of meteen zie ik een beeld voor me van een luikje. In dit geval in een kast die kunstenares Janneke Tangelder in samenspraak met predikant Gerhard Scholte maakte voor de tentoonstelling Gelijkenissen in het Amsterdamse Bijbels Museum (t/m 8 januari jl.). Zij hadden ‘Het paradijs’ (Genesis 2) tot thema gekozen. Wanneer je het luikje opendeed, klonk zachtjes muziek.

Wat een luikje sowieso doet, klinkt ons altijd als muziek in de oren. Het opent een vergezicht op iets dat opeens als een pareltje oplicht. Dat doet schrijfster en theologe Maria de Groot in haar recente boek Het drievoudige pad waarin ze aan het begin de Tien Woorden uit wat zij het Eerste Testament noemt, in samenhang leest met de tien beden van het Onzevader uit het Tweede Testament. Zo staat het woord ‘Houd de sabbat in ere, het is een heilige dag’ op één lijn met ‘Laat uw koninkrijk komen’ uit het Onzevader.
Dat komt helemaal overeen met wat in de Tenachon-uitgave Sjabbat – Koningin der dagen over de sabbat wordt verteld – met vele verwijzingen naar het schitterende boekje dat Abraham Joshua Heshel over de sabbat schreef (Nederlandse vertaling 1987). Heshel, de grote rabbijn die Maria de Groot inspireert en op wiens spoor zij mij heeft gezet. En daar ben ik haar nog steeds dankbaar voor.

De sabbat – daar verdiepen we ons nu in bij de Talmoedgroep. Is dat een universeel thema, vraagt één van ons aan de leraar. Hij geeft als antwoord een mooi beeld van het joodse denken en de invloed ervan op mensen als Johannes Reuchlin. Maar dat is het culturele jodendom. Voor joden zelf is er een meerwaarde: het doen van de Torah. Af en toe is ons als leden van de Talmoedgroep een inkijkje daarin gegund, door een luikje. Als op het beroemde schilderij van Samuel van Hoogstraten (Oude man aan het venster, 1653). Zulke inzichten wens je iedereen toe.

 

https://hart.amsterdam/image/2016/10/1/close_reading_definitieve_versie_voor_drukwerk.pdf