Herrscher en/of Mensch?

Het was even schrikken: het openingskoor Herr, unser Herrscher uit Bachs Johannes Passion door het Nederlands Kamerkoor en Holland Baroque onder leiding van Reinbert de Leeuw vanavond in TivoliVredenburg in Utrecht. Door het enorm hoge tempo kreeg het iets hijgerigs in plaats van een majestueus karakter mee. De sfeer die hiermee werd opgeroepen, was een interessante: een eerder humanistische dan Lutherse Passion stond op het punt te beginnen. Interessant, maar naar mijn gevoel ook een beetje haaks staand op wat Bach in de voetsporen van het Johannesevangelie toch wellicht wilde oproepen.

Ook verderop kwam bij tijd en wijle deze insteek van De Leeuw naar voren. In de aria Von den Stricken meiner Sünden klonk op het woordje ‘mich’ een onverwachte triller die het woord extra benadrukte, en het ‘Mensch’ in de woorden van Pilatus, gezongen door één van de leden van het onvolprezen Nederlands Kamerkoor, ‘Sehet, welch ein Mensch!’, werden enorm nadrukkelijk, dramatisch en vertraagd gezongen om dit nog maar eens te benadrukken: het gaat om een mens (als wij?) en niet om een Herrscher.

Vanuit de tekst valt dit en andere aspecten op z’n tijd ook wel te benadrukken, zoals in mooie détails als ‘Erbarmen’ met een klein vibrato in het koor (koraal ‘Ach, grosser König’) of een lange pauze voor het ‘kein Antwort’ in het recitatief ‘Da Pilatus das Wort hörete.’ Maar het valt uit de tekst gewoon niet vol te houden dat Jezus louter een mens was. Hierdoor leek deze uitvoering naar mijn idee op twee gedachten te hinken: een door een niet-gelovige dirigent humanistisch ingekleurde Jezus van Nazareth en een door de diep gelovige componist meestentijds toch anders bedoelde Christus.

Die Christuspartij was in goede handen – en in het tweede deel een enkele keer kleine rafelranden vertonende stem – van Andreas Wolf. De evangelistenpartij werd gezongen door de IJslandse bas Benedikt Kristjánsson, de in het eerste deel overtuigender dan in het tweede deel gebrachte sopraanpartij door de Engelse Joanne Lunn, de countertenor was Tim Mead en de bas Tobias Berndt.
Koor en orkest verrichten soms door de hoge tempi het onmogelijke, hoewel veel koralen erg traag waren en het slotkoor ‘Ruht wohl’ een heel natuurlijk tempo meekreeg.

Op een of andere manier, al dan niet door een soms onrustig publiek, maakte deze Johannes althans op mij minder indruk dan De Leeuws interpretatie van Bachs Mätthaus verleden jaar. Jammer, maar zoiets kan gewoon gebeuren.