En/Of

In de bundel Verborgen tuinen van Anneke Brassinga staan prachtige gedichten, strofes, zinnen, beelden en gedachten. Teveel om op te noemen. Ik pak er een, kort gedicht uit onder het mom: kopen, dat boek!

Het gaat om ‘Wat ze zei’:

‘Zullen jullie me kunnen horen,’ vroeg ze
en zei: ‘Ik zal er altijd zijn’, alsof na de dood
de dood niet meer bestaan kon, alsof

na haar leven ons leven het bootje was
waaronder zij meezwom, bij klaarlichte dag
klinkend als golfslag en des nachts lieflijk

in slaap ze zich zong als de meermin die ons,
blind van tranen, verlokte voort te varen;
o mogen we zo haar blijvend horen ongezien.

De ‘ze’ uit de eerste regel zou een moederfiguur kunnen zijn, of God; daar geeft de tweede regel ook aanleiding toe: ‘Ik zal er altijd zijn’ doet denken aan het tetragram JHWH (Ik ben die ik ben; Ik zal er zijn). Na de dood bestaat de dood niet meer, zoals je levend niet dood kunt zijn en dood niet levend.

Het bootje uit de tweede strofe doet denken aan de Ark van Noach, of – als een Bijbels beeld ook hier niet gewenst zou zijn –, het bootje waarmee Charon de schimmen van overlevenden de Styx overzette. De ark is als een doodskist, net als het biezen mandje van Mozes in de Nijl, waarin de overlevenden de dood (gesymboliseerd door het water) overwonnen. God gaat met ze, niet als een vuurkolom of een wolk vooruit, maar als een dragende grond eronder, als in de zegen van St. Patrick: ‘De Heer zal onder je zijn, zodat je nooit ten onder kunt gaan’.

De ‘ze’ zingt zichzelf volgens de laatste strofe in slaap als een meermin, een sirene die met haar zang schippers op de klippen lonkte, maar deze meermin verlokte het tegenovergestelde: voort te varen. Het kwade heeft zich ten goede gekeerd.

Het slot van het gedicht is als een bede:

o mogen we haar zo blijvend horen ongezien.

De moeder/God  is niet te zien, wel te ervaren (blijvend horen ongezien) , naar de joodse bede (geloofsbelijdenis, wordt het ook wel genoemd) ‘Hoor, Israël!’. Dat wil zeggen: hoor niet alleen naar Hem/Haar, maar ga ook in Zijn/Haar voetsporen, in het kielzog van de boot.

Alfred Schaffer schreef in zijn recensie van deze dichtbundel voor de Groene Amsterdammer (18 april 2019), dat sommige gedichten ‘bijna gebeden lijken, licht ontredderd en ontdaan als ze zijn. Gebeden vol ongeloof’. Of dat laatste helemaal waar is, waag ik te betwijfelen. Voor mij is het niet of geloof of ongeloof, maar eerder een tweeluik waarin mythen uit de oudheid (de meermin) samengaan met Bijbelse beelden. En ja: je mag het vast ook anders lezen. Maar je moet ze écht lezen, zou ik zeggen.

 

Verborgen tuinen
Anneke Brassinga
Gedichten
De Bezige Bij Amsterdam, 2019
ISBN 978 94 031 3630 1
€ 19,99