Morele discussies

Momenteel volg ik vier bijeenkomsten die Stichting PaRDeS in Amsterdam organiseert over het boek Moraal van Jonathan Sacks. Vier keer lernen. De eerste keer waren we met z’n vieren, inclusief docent. Gezeten aan tafeltjes die in een carré waren gezet, ruim op afstand van elkaar. Links en rechts van mij een andere deelnemer. Soms voelde ik mij een trait d’union, zeker toen de cursusleider van de eerste twee bijeenkomsten, Bas van den Berg, vroeg hoe je onze verschillende opvattingen over en naar aanleiding van Sacks’ boek zou kunnen verzoenen; omdat die vraag in de lucht bleef hangen, heb ik de vrijheid om er in deze blog op in te gaan zonder uit de school te klappen.

Ik kwam ’s avonds thuis, en trof om te beginnen in mijn mailbox een link aan naar een recensie van Markus Gabriels boek Morele vooruitgang in duistere tijden die Ronald van Raak schreef voor de Volkskrant. ‘De morele discussies [zijn]  helemaal terug’, schrijft hij. Ook Gabriel zoekt ‘naar wat ons verbindt: welke waarden zijn voor mensen zo belangrijk dat we die allemaal kunnen onderschrijven?’ Gabriel grijpt terug op Kants categorische imperatief, die we in andere bewoordingen kennen als de Gulden Regel uit Tenach en Evangelie: ‘Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden’. Dit is voor Gabriel ‘de basis voor gemeenschapsvorming’ – het centrale thema in het boek van Sacks met zijn mantra ‘van “Ik” naar “Wij”’, waar ik hier verder niet op in ga, al valt er heel wat over te zeggen.

Terug naar Sacks. Hij beëindigt het tweede hoofdstuk van zijn boek met: ‘Moraal gaat over openheid naar anderen, en heel soms ervaar je dat wonder dat er een hand naar je wordt uitgestoken die je op het droge trekt’, bijvoorbeeld omdat het je niet lukt je aan de Gulden Regel te houden (p. 64). Dat is een loodzware opdracht (mitswa), maar weet dan met Hannah Arendt dat je telkens de kans krijgt opnieuw te worden geboren (nataliteit), opnieuw te kunnen beginnen. Dát zou ik niet in de laatste plaats mezelf willen voorhouden. Geen verzoening dus, maar loutering wellicht.

Vooralsnog hou ik het liever maar klein, zonder zulke grote woorden. Ik lees na die recensie over het boek van Gabriel een column van praktisch filosoof Elke Wiss in Filosofie Magazine (oktober 2021, p. 65). Zij houdt het erop, dat je je gezien moet weten. In iets kleins, een ‘stille blik van verstandhouding’, een lach die iemand je gunt, de ruimte die je krijgt om iets te zeggen. Ik herken het helemaal.

 

Ronald van Raak – Denken op de dijken

Denken op de dijken : het Nederland van de filosofen / Ronald van Raak. – Soesterberg : Uitgeverij Aspekt,
[2020]. – 164 pagina’s ; 21 cm. – Met bibliografie, literatuuropgave. ISBN 978-94-633-8904-4

Binnen de beperkte opzet van dit boek komen bekende, maar ook enkele minder bekende denkers aan bod. De keuze die de auteur maakte, is soms door politieke constellaties ingegeven, zoals Jacoba van Beieren en Johan van Oldenbarnevelt. Ronald van Raak is filosofisch geschoold, [was] Tweede Kamerlid voor de SP [en inmiddels benoemd tot hoogleraar in de ‘Erasmiaanse waarden’ aan de Erasmus Universiteit Rotterdam]. Hij geeft een rake karakterisering van de filosofie in Nederland: graag bereid om gedachten uit andere streken over te nemen en zich weinig gelegen laten liggen aan bedenkingen en bezwaren van hogerhand. De rode draad voert van Siger van Brabant en Buridanus, Erasmus en Spinoza, via Multatuli en Bolland naar Helmuth Plessner. Helaas gaat hij niet verder onze tijd in. Jammer zijn de wat van de grote lijn afdwalende stukjes die de chronologie doorbreken, bijvoorbeeld over economische groei en marktwerking. Dit boek is bedoeld voor mensen met belangstelling voor geschiedenis, Nederland en (politieke) filosofie. De toegankelijk geschreven stukken verschenen eerder op The Post Online, maar werden voor deze uitgave herzien. Met literatuuropgave achterin. Geïllustreerd met enkele portretten in zwart-wit van de besproken personen. .

Cop. NBD Biblion. Mag zonder schriftelijke toestemming niet worden overgenomen.