‘Pan-Europa’

Onlangs interviewde ik een predikant die een grote voorliefde heeft voor het werk van Rembrandt. Wat ze onder meer daarin waardeert, is het volkomen unieke ervan; er was geen hoger gezag geweest, die hem had voorgeschreven hoe hij bijvoorbeeld Bijbelse taferelen vorm moest geven.

Dat is wel anders bij de kunst op de tentoonstelling North & South (nog t/m 26 januari 2020) in Museum Catharijne Convent in Utrecht. De iconografische en stilistische beeldtaal tussen het noorden (Noorwegen) en het zuiden (Catalonië) is vrijwel identiek. Dat kon, omdat het pauselijk gezag uit Rome dat in die tijd (de stukken dateren uit 1100-1350) dat voorschreef.

De verschillen zitten dan ook meer in het voortschrijden van de tijd: Maria binnen een mandorla (amandelvormige bekroning), koning Olav die haast in de architectuur (gebaseerd op de Nidaroskathedraal in Trondheim) is opgenomen (foto rechts, EvS). En in het feit dat het noorden een zachte reformatie kenden en Midden-Europa een harde, compleet met een Beeldenstorm. Toch is er een enkele keer ook sprake van wishful thinking: een Maria met kind uit Kyrkjebø is volgens recent wetenschappelijk onderzoek waarschijnlijk in een Frans atelier gemaakt …

Het oorspronkelijke idee, afkomstig van Justin Kroesen van het Kulturhistorisk Museum van de universiteit van Oslo, werd door conservator Micha Leeflang uit Utrecht uitgewerkt met Maria als leidraad. In concreto: de oudste Maria in het Utrechtse museum uit circa 1240, nog altijd wat later dan de Noordse en Spaanse Maria’s (in dit geval uit het Museu Episcopal de Vic), die zo goed zijn bewaard gebleven achter de fjorden en de Pyreneeën. Ze speelt een hoofdrol in de giga groot geprojecteerde introductiefilm in de zaal die direct volgt op het Mariabeeld uit de eigen Utrechtse collectie. En natuurlijk, en vooral, op de vele (fragmenten van) altaarfrontalen die worden getoond naast crucifixen, kazuifels, kelken en dergelijke. In de laatste zaal is een altaarfrontaal gereconstrueerd door Tinker Imagineers.

De zonder meer schitterende tentoonstelling past naadloos in onze tijd met zijn discussie over (pan-)Europa, oplevende verering voor Maria en niet te vergeten de hernieuwde aandacht voor de Vikingen (tentoonstelling in het Fries Museum in Leeuwarden(nog t/m 15 maart 2020). Immers: hun vernuft bij het bouwen van boten werkte door in de bouw van staafkerken.

Maar wat doet het Miserere van Allegri eigenlijk als ‘achtergrondmuziek’? Zoveel eeuwen later (1630) in Italië als boetepsalm gecomponeerd …. Je kunt het ook te gek maken.

Miserere


Aan de vooravond van de Nationale Holocaustherdenking werd gisteren in het Amsterdamse Concertgebouw het
Miserere van Nicoló Jommelli (1714-1774) uitgevoerd door het Ghislieri Choir o.l.v. Giulio Prandi, dat daarmee – en met een Mis van Pergolesi en het Dixit Dominus van Vivaldi, begeleid door het eigen Consort – een geweldig debuut in het Concertgebouw maakte.
Het kon niet anders of in de tekst van het
Miserere (Psalm 51) klonk een voorafschaduwing van de Holocaustherdenking. Vandaar dat ik op de dag zelf een collage bied van enkele vertalingen van deze psalmtekst.

Wees mij genadig, God, in uw trouw,
u bent vol erbarmen, doe mijn daden teniet,
was mij schoon van alle schuld,
reinig mij van mijn zonden.

Ik ken mijn wandaden,
ik ben mij steeds van mijn zonden bewust,
tegen u, tegen u alleen heb ik gezondigd,
ik heb gedaan wat slecht is in uw ogen.

Ik ben niet in zonde verwekt
rotte vrucht van de schoot van mijn moeder
ik ben aangestoken door verrotting
ik heb de zieke plekken opgezocht
en mij laten besmetten.
Het is niet af te wassen, het is
onder mijn huid gaan zitten
in mijn hersenpan gekropen,
opereer me.

Schep een rein hart, o God! En vernieuw in het
binnenste van mij een vasten geest.
Verwerp mij niet van Uw aangezicht, en neem Uw
Heiligen Geest niet van mij.
Geef mij weder de vreugde Uws heils en de vrij-
moedige geest ondersteune mij.
Zo zal ik dan den overtreders Uw wegen leren; en de
zondaars zullen zich tot u bekeren.
Verlos mij van bloedschulden, o God, Gij, God
mijns heils! Zo zal mijn tong Uw gerechtigheid vro-
lijk noemen.
Heere, open mijn lippen, zo zal mijn mond Uw lof
verkondigen.

Ik weet: offers zult gij niet verkiezen,
bracht ik brandoffers – gij wees ze af;
mijn offer aan God: mijn berouw,
een berouwvol en nederig hart
zult gij, God, niet als te gering zien.

Doe wèl aan Sion naar uw welbehagen,
bouw de muren van Jeruzalem.

U die de waarheid weet aan wie niet weet:
zie mij of ik zie.

 

Vers 3-6: Nieuwe Bijbelvertaling
vers 7-11: 150 psalmen vrij, Huub Oosterhuis
vers 12-17: Statenvertaling
vers 18-19: vert. Ida M. Gerhardt en Marie H. van der Zeide
vers 20: NBG-vertaling
vers 21: De Psalmen in de bew. van Lloyd Haft