Boksen is eigenlijk een denksport

Des te ouder je wordt, lijkt het wel, des te meer je bepaalde voorliefdes van je ouders gaat begrijpen. Eén liefde van mijn vader, die voor boksen, probeer ik al lange tijd te doorgronden. Hoe kon iemand die zó vredelievend was en – in spreekwoordelijke zin – nog geen vlieg kwaad deed, van boksen houden? Midden in de nacht stond hij, als hij de slaap niet kon vatten, soms op om op de televisie naar een bokswedstrijd te kijken. Waarvan hij dan de volgende ochtend aan het ontbijt verslag deed. Huh?

Ik herken me om te beginnen niet in een omschrijving van Thomas Heerma van Voss, vandaag in De Groene Amsterdammer. Hij schrijft dat boksen ‘een manier is om alles uit jezelf te halen’, zoals in de filmcyclus Creed. ‘Boksen als middel om jezelf fysiek zo veel mogelijk uit te dagen. Als strohalm voor mensen die niets meer te verliezen hebben, een laatste middel waarmee achtergestelden en onzichtbaren zich alsnog kunnen laten gelden’.

Maar soms komt er een (andere) film of een interview voorbij, waarin iets oplicht: strategisch inzicht was zo’n opmerking die ik op die manier eens opving en onthield. Ja, dat kan wel kloppen – dat had mijn vader zeker. Maar een van de knipplakgedichten van  Vicky Franken die je vanaf vandaag als alternatief poëzieweekgeschenk (Blauw is tweekleurig) bij sommige boekhandels gratis krijgt bij aankoop van een bepaald bedrag aan poëzie, kwam tot nu toe het dichtste bij (zie afb.). Het dichtste bij, omdat het dat strategische in zich draagt en klopt: mijn vader was een groot liefhebber van denksporten: schaken, dammen, puzzelen. En boksen dus.

Ja, dat bundeltje wil ik (ook) graag hebben! Niets ten nadele van het reguliere poëzieweekgeschenk van Tom Lanoye natuurlijk!

http://www.uitgeverijcru.nl/bundels/blauw-is-tweekleurig/