Een open eind – Nachoem Wijnberg

T.g.v. het feit dat de dichter Nachoem Wijnberg (56, foto Merlijn Doomernik) de P.C. Hooft-prijs 2018 heeft gewonnen, herplaats ik hier een column die ik eerder voor Mens en melodie schreef.
De oeuvreprijs is dit jaar bestemd voor poëzie. Wijnberg krijgt de prijs op 24 mei tijdens een feestelijke bijeenkomst in het Literatuurmuseum in Den Haag, drie dagen na de sterfdag van P.C. Hooft (1581-1647). 

Vijf videoschermen naast elkaar die samen een verhaal vertellen. Zo leek het tenminste op het eerste gezicht, bij de solotentoonstelling van Han Hoogerbrugge in TENT., de Rotterdamse galerie: een auto die een paar beelden verder opeens in de kreukels ligt bijvoorbeeld. Maar bij nader inzien valt er verder niet direct een begin en een eind aan het verhaal te ontdekken.
Dat lijkt in de lucht te zitten.

Neem de gedichten van Nachoem M. Wijnberg die verhalend lijken, maar dan zonder plot en soms op de volgende pagina in een ander gedicht overgaand.
Neem de concerten die Bik Bent Braam onder de noemer Exit gaf. Hierin klonken stukken die wel een begin maar geen eind kenden en stukken die wel een eind maar geen begin leken te hebben.
Of het boek Beste vriend van Robert Vuijsje dat een open eind kent. Volgens recensent Rob Schouten omdat de auteur het zelf ook allemaal niet zo goed weet.

Het zou kunnen, maar voor mij betekent welk open einde dan ook vooral de uitnodiging zelf verder te denken. Mooi toch!
Gek is het niet dat het in de lucht zit, in onze postmoderne tijd: dingen open laten in plaats van als betweter dicht te timmeren.
Wijnberg, Bik Bent Braam en Vuijsje hebben het begrepen.
En Dick Hillenius, die tijden geleden al zijn gedichten weigerde af te sluiten met een punt. Zoals Braam z’n stukken weigert af te ronden met een slotstreep.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.